Oefenen voor het theorie-examen auto in Nederland 2026: Oefenexamen 4
Oefenexamen 4 van 8 voor Oefenen voor het theorie-examen auto in Nederland: 25 extra vragen met antwoorden en uitleg.
-
Vraag 1 van 25
Toon antwoord
Antwoord: C. Een tram kan niet om je heen sturen en heeft een lange afstand nodig om te stoppen
Trams rijden op rails en zijn zwaar, waardoor ze niet kunnen uitwijken en lang nodig hebben om te stoppen.
-
Vraag 2 van 25
Toon antwoord
Antwoord: B. Op tijd naar de rechterrijstrook gaan en op de uitvoegstrook afremmen
Ga op tijd naar de rechterrijstrook en rem vooral af op de uitvoegstrook, niet op de autosnelweg zelf.
-
Vraag 3 van 25
Toon antwoord
Antwoord: A. Het brandstofverbruik stijgt en het weggedrag kan slechter worden
Zachte banden hebben meer rolweerstand, waardoor de motor harder moet werken. Controleer de bandenspanning regelmatig.
-
Vraag 4 van 25
Toon antwoord
Antwoord: B. Pad gedeeld door voetgangers en fietsers
De horizontale lijn met mensen erboven en een fiets eronder betekent dat beide groepen hetzelfde pad delen; fietsers moeten dus rekening houden met voetgangers.
-
Vraag 5 van 25
Toon antwoord
Antwoord: D. 0,5 g/l of lager
Volgens de EU-richtlijnen voor verkeersveiligheid moet de limiet voor bestuurders in het algemeen 0,5 g/l of lager zijn. Veel landen hanteren voor sommige bestuurders lagere limieten.
-
Vraag 6 van 25
Toon antwoord
Antwoord: B. Naar rechts
Alleen de meest linkse rijstrook gaat naar links. De middelste en de rechterrijstrook gaan naar rechts, zodat de doorgang links van de middelste rijstrook ontstaat.
-
Vraag 7 van 25
Toon antwoord
Antwoord: B. Gapen en moeite hebben om je ogen open te houden
Bestuurders merken het vaakst gapen, concentratieverlies en zware oogleden op. Stop en rust uit zodra je dat merkt.
-
Vraag 8 van 25
Toon antwoord
Antwoord: C. Het rempedaal volledig intrappen en ingetrapt houden, ook als het trilt
Houd bij ABS het pedaal stevig ingetrapt. Het trillen is normaal en de wielen blokkeren niet, zodat je nog kunt sturen.
-
Vraag 9 van 25
Toon antwoord
Antwoord: B. Voetgangersoversteekplaats verderop
De driehoek waarschuwt voor een voetgangersoversteekplaats. Rem af en wees klaar om te stoppen voor overstekende mensen.
-
Vraag 10 van 25
Toon antwoord
Antwoord: D. Voetgangers, fietsers en bestuurders van motorfietsen en bromfietsen
Kwetsbare weggebruikers hebben weinig of geen bescherming om zich heen, dus bestuurders moeten extra voorzichtig zijn.
-
Vraag 11 van 25
Toon antwoord
Antwoord: C. Op een voetgangersoversteekplaats
Parkeren op of vlak naast een voetgangersoversteekplaats onttrekt voetgangers aan het zicht van bestuurders en blokkeert de oversteekplaats.
-
Vraag 12 van 25
Toon antwoord
Antwoord: C. Je rijdt op een voorrangsweg
De gele ruit geeft aan dat je op kruispunten langs deze weg voorrang hebt, tot een bord het einde aangeeft.
-
Vraag 13 van 25
Toon antwoord
Antwoord: C. Rechts
Op het hele Europese vasteland wordt rechts gereden. In de EU wordt alleen in Cyprus, Ierland en Malta links gereden.
-
Vraag 14 van 25
Toon antwoord
Antwoord: D. Ook stoppen, want er kan iemand voor die auto oversteken
Een voertuig dat bij een oversteekplaats stopt, laat misschien een voetganger oversteken die jij niet ziet. Haal het daar nooit in.
-
Vraag 15 van 25
Toon antwoord
Antwoord: B. Je hebt alleen op het volgende kruispunt voorrang
De dikke verticale lijn is jouw weg. Je hebt voorrang op dit ene kruispunt; kijk daarna opnieuw naar de borden.
-
Vraag 16 van 25
Toon antwoord
Antwoord: C. Minimumsnelheid 30 km/h
Een wit getal op een blauwe schijf is een minimumsnelheid. Je moet minstens zo snel rijden, tenzij dat door de omstandigheden onveilig is.
-
Vraag 17 van 25
Toon antwoord
Antwoord: D. Overweg met slagbomen of hekken verderop
Het hek-symbool waarschuwt voor een overweg met slagbomen of hekken.
-
Vraag 18 van 25
Toon antwoord
Antwoord: C. Verkeer in beide richtingen verderop
Dit bord waarschuwt dat je een gedeelte met eenrichtingsverkeer verlaat en dat er verkeer op je af zal komen.
-
Vraag 19 van 25
Toon antwoord
Antwoord: D. Eenrichtingsweg in de richting van de pijl
Dit blauwe rechthoekige bord geeft aan dat al het verkeer op de weg in de richting van de pijl rijdt.
-
Vraag 20 van 25
Toon antwoord
Antwoord: D. Rijbaanversmalling aan beide kanten
De lijnen die naar elkaar toe lopen, waarschuwen dat de weg smaller wordt.
-
Vraag 21 van 25
Toon antwoord
Antwoord: D. Einde van het woonerf
De rode streep heft het woonerf op. De gewone verkeersregels gelden weer.
-
Vraag 22 van 25
Toon antwoord
Antwoord: C. Voorrang verlenen aan het verkeer op de weg die je oprijdt
De omgekeerde driehoek betekent voorrang verlenen. Stop alleen als je verkeer op de andere weg moet laten passeren.
-
Vraag 23 van 25
Toon antwoord
Antwoord: A. Op tijd overschakelen op dimlicht
Schakel op tijd over op dimlicht, zodat je tegenliggers niet verblindt.
-
Vraag 24 van 25
Toon antwoord
Antwoord: A. Veilige afstand houden, de alarmlichten aanzetten en de motor uitzetten
Zet de motor uit om uitlaatgassen te beperken, houd afstand en blijf in de auto, tenzij je iets anders wordt gezegd.
-
Vraag 25 van 25
Toon antwoord
Antwoord: D. Sneeuwkettingen moeten worden gemonteerd
Dit blauwe gebodsbord betekent dat je deze weg alleen mag berijden met gemonteerde sneeuwkettingen.
Toetsenbord: 1–4 om te antwoorden, Enter voor de volgende vraag.
Het echte examen: 44 van de 50 vragen die meetellen goed. Het examen bevat ook 2 testvragen die niet meetellen.