Oefenen voor het theorie-examen auto in Nederland 2026: Oefenexamen 3
Oefenexamen 3 van 8 voor Oefenen voor het theorie-examen auto in Nederland: 20 extra vragen met antwoorden en uitleg.
-
Vraag 1 van 20
Toon antwoord
Antwoord: B. Binnen de afstand die je vrij overziet
Bestuurders moeten altijd kunnen stoppen binnen de afstand die ze vrij kunnen overzien.
-
Vraag 2 van 20
Toon antwoord
Antwoord: B. Richting aangeven en voorrang verlenen
Van rijstrook wisselen is een bijzondere manoeuvre: geef richting aan en laat andere voertuigen voorgaan.
-
Vraag 3 van 20
Toon antwoord
Antwoord: C. Niet binnen 5 meter ervan
Stilstaan is niet toegestaan binnen 5 meter van een voetgangersoversteekplaats.
-
Vraag 4 van 20
Toon antwoord
Antwoord: C. Niet binnen 5 meter ervan
Parkeren is niet toegestaan binnen 5 meter van een kruispunt.
-
Vraag 5 van 20
Toon antwoord
Antwoord: B. Niet binnen 12 meter ervan
Bij een bushalte zonder markering mag je niet stilstaan binnen 12 meter van het haltebord.
-
Vraag 6 van 20
Toon antwoord
Antwoord: A. Verbod stil te staan
Langs een doorgetrokken gele streep mag je niet stilstaan.
-
Vraag 7 van 20
Toon antwoord
Antwoord: D. Een parkeerschijf met je aankomsttijd
In een blauwe zone mag je alleen parkeren in vakken met een blauwe streep, met een duidelijk zichtbare parkeerschijf.
-
Vraag 8 van 20
Toon antwoord
Antwoord: D. Nee
Parkeren op de rijbaan van een voorrangsweg buiten de bebouwde kom is niet toegestaan.
-
Vraag 9 van 20
Toon antwoord
Antwoord: B. Alleen in noodgevallen
De vluchtstrook is alleen voor noodgevallen, tenzij borden hem openstellen als rijstrook.
-
Vraag 10 van 20
Toon antwoord
Antwoord: A. Doorrijden naar de volgende afslag
Achteruitrijden en keren op de autosnelweg zijn verboden, en je mag niet stilstaan op de rijbaan.
-
Vraag 11 van 20
Toon antwoord
Antwoord: B. Gebruik deze rijstrook niet
Een rood kruis betekent dat je de rijstrook niet mag gebruiken. Ga op tijd naar een rijstrook die open is.
-
Vraag 12 van 20
Toon antwoord
Antwoord: A. Voorzichtig doorrijden
Geel betekent stoppen, maar bestuurders die te dichtbij zijn om veilig te stoppen, rijden door.
-
Vraag 13 van 20
Toon antwoord
Antwoord: A. Gevaar, wees voorzichtig
Een knipperend geel licht waarschuwt voor gevaar. Verminder je snelheid en volg de gewone voorrangsregels.
-
Vraag 14 van 20
Toon antwoord
Antwoord: D. Als het zicht ernstig beperkt is
Gebruik dimlicht ’s nachts en overdag als het zicht ernstig beperkt is.
-
Vraag 15 van 20
Toon antwoord
Antwoord: C. Nee, alleen handsfree gebruik is toegestaan
Een telefoon of ander apparaat vasthouden tijdens het rijden is verboden. Een handsfree systeem is toegestaan.
-
Vraag 16 van 20
Toon antwoord
Antwoord: B. Een goedgekeurd kinderzitje of een zittingverhoger
Kinderen jonger dan 18 die kleiner zijn dan 1,35 m moeten een goedgekeurd kinderbeveiligingsmiddel gebruiken.
-
Vraag 17 van 20
Toon antwoord
Antwoord: C. Nee, nooit
Een achterwaarts gericht kinderzitje mag niet worden gebruikt op een stoel met een ingeschakelde frontale airbag.
-
Vraag 18 van 20
Toon antwoord
Antwoord: C. Ongeveer 30 meter
Zet de gevarendriehoek ongeveer 30 meter van de auto, gericht naar het naderende verkeer. In plaats daarvan kun je ook je alarmlichten gebruiken.
-
Vraag 19 van 20
Toon antwoord
Antwoord: D. 112
Bel 112 als er iemand gewond is. Doorrijden na een ongeval met gewonden is een misdrijf.
-
Vraag 20 van 20
Toon antwoord
Antwoord: D. Voordat je de rotonde oprijdt, op basis van je afslag
Op een turborotonde voorkomen verhoogde rijstrookscheiders dat je laat van rijstrook wisselt, dus kies je rijstrook voordat je de rotonde oprijdt.
Toetsenbord: 1–4 om te antwoorden, Enter voor de volgende vraag.
Het echte examen: 44 van de 50 vragen die meetellen goed. Het examen bevat ook 2 testvragen die niet meetellen.