PassEveryTest

Oefenen voor het theorie-examen auto in Nederland 2026: Oefenexamen 3

Oefenexamen 3 van 8 voor Oefenen voor het theorie-examen auto in Nederland: 20 extra vragen met antwoorden en uitleg.

  • Rijbewijs
  • Nederland
  • 250 vragen
  • Gecontroleerd op 11 oktober 2026
  1. Vraag 1 van 20

    Binnen welke afstand moet je kunnen stoppen?
    Toon antwoord

    Antwoord: B. Binnen de afstand die je vrij overziet

    Bestuurders moeten altijd kunnen stoppen binnen de afstand die ze vrij kunnen overzien.

  2. Vraag 2 van 20

    Wat moet je doen voordat je van rijstrook wisselt of wegrijdt?
    Toon antwoord

    Antwoord: B. Richting aangeven en voorrang verlenen

    Van rijstrook wisselen is een bijzondere manoeuvre: geef richting aan en laat andere voertuigen voorgaan.

  3. Vraag 3 van 20

    Hoe dicht bij een voetgangersoversteekplaats mag je stilstaan?
    Toon antwoord

    Antwoord: C. Niet binnen 5 meter ervan

    Stilstaan is niet toegestaan binnen 5 meter van een voetgangersoversteekplaats.

  4. Vraag 4 van 20

    Hoe dicht bij een kruispunt mag je parkeren?
    Toon antwoord

    Antwoord: C. Niet binnen 5 meter ervan

    Parkeren is niet toegestaan binnen 5 meter van een kruispunt.

  5. Vraag 5 van 20

    Hoe dicht bij het haltebord van een bushalte zonder wegmarkering mag je stilstaan?
    Toon antwoord

    Antwoord: B. Niet binnen 12 meter ervan

    Bij een bushalte zonder markering mag je niet stilstaan binnen 12 meter van het haltebord.

  6. Vraag 6 van 20

    Langs de stoeprand staat een doorgetrokken gele streep. Wat betekent dat?
    Toon antwoord

    Antwoord: A. Verbod stil te staan

    Langs een doorgetrokken gele streep mag je niet stilstaan.

  7. Vraag 7 van 20

    Je parkeert in een blauwe zone in een vak met een blauwe streep. Wat moet je zichtbaar neerleggen?
    Toon antwoord

    Antwoord: D. Een parkeerschijf met je aankomsttijd

    In een blauwe zone mag je alleen parkeren in vakken met een blauwe streep, met een duidelijk zichtbare parkeerschijf.

  8. Vraag 8 van 20

    Mag je buiten de bebouwde kom op de rijbaan van een voorrangsweg parkeren?
    Toon antwoord

    Antwoord: D. Nee

    Parkeren op de rijbaan van een voorrangsweg buiten de bebouwde kom is niet toegestaan.

  9. Vraag 9 van 20

    Wanneer mag je de vluchtstrook op een autosnelweg gebruiken?
    Toon antwoord

    Antwoord: B. Alleen in noodgevallen

    De vluchtstrook is alleen voor noodgevallen, tenzij borden hem openstellen als rijstrook.

  10. Vraag 10 van 20

    Je mist je afslag op de autosnelweg. Wat moet je doen?
    Toon antwoord

    Antwoord: A. Doorrijden naar de volgende afslag

    Achteruitrijden en keren op de autosnelweg zijn verboden, en je mag niet stilstaan op de rijbaan.

  11. Vraag 11 van 20

    Op een matrixbord boven je rijstrook op de autosnelweg staat een rood kruis. Wat betekent dat?
    Toon antwoord

    Antwoord: B. Gebruik deze rijstrook niet

    Een rood kruis betekent dat je de rijstrook niet mag gebruiken. Ga op tijd naar een rijstrook die open is.

  12. Vraag 12 van 20

    Het verkeerslicht springt op geel. Je bent zo dichtbij dat je niet meer veilig kunt stoppen. Wat doe je?
    Toon antwoord

    Antwoord: A. Voorzichtig doorrijden

    Geel betekent stoppen, maar bestuurders die te dichtbij zijn om veilig te stoppen, rijden door.

  13. Vraag 13 van 20

    Wat betekent een knipperend geel licht?
    Toon antwoord

    Antwoord: A. Gevaar, wees voorzichtig

    Een knipperend geel licht waarschuwt voor gevaar. Verminder je snelheid en volg de gewone voorrangsregels.

  14. Vraag 14 van 20

    Wanneer moet je overdag dimlicht gebruiken?
    Toon antwoord

    Antwoord: D. Als het zicht ernstig beperkt is

    Gebruik dimlicht ’s nachts en overdag als het zicht ernstig beperkt is.

  15. Vraag 15 van 20

    Mag je je telefoon vasthouden terwijl je autorijdt?
    Toon antwoord

    Antwoord: C. Nee, alleen handsfree gebruik is toegestaan

    Een telefoon of ander apparaat vasthouden tijdens het rijden is verboden. Een handsfree systeem is toegestaan.

  16. Vraag 16 van 20

    Een kind is 10 jaar oud en 1,30 m lang. Wat moet het in de auto gebruiken?
    Toon antwoord

    Antwoord: B. Een goedgekeurd kinderzitje of een zittingverhoger

    Kinderen jonger dan 18 die kleiner zijn dan 1,35 m moeten een goedgekeurd kinderbeveiligingsmiddel gebruiken.

  17. Vraag 17 van 20

    Mag een kind in een achterwaarts gericht kinderzitje op een voorstoel met een ingeschakelde airbag zitten?
    Toon antwoord

    Antwoord: C. Nee, nooit

    Een achterwaarts gericht kinderzitje mag niet worden gebruikt op een stoel met een ingeschakelde frontale airbag.

  18. Vraag 18 van 20

    Je auto krijgt pech op een plek waar andere bestuurders hem misschien niet op tijd zien. Op welke afstand zet je de gevarendriehoek?
    Toon antwoord

    Antwoord: C. Ongeveer 30 meter

    Zet de gevarendriehoek ongeveer 30 meter van de auto, gericht naar het naderende verkeer. In plaats daarvan kun je ook je alarmlichten gebruiken.

  19. Vraag 19 van 20

    Je krijgt een ongeval waarbij iemand gewond raakt. Welk nummer bel je?
    Toon antwoord

    Antwoord: D. 112

    Bel 112 als er iemand gewond is. Doorrijden na een ongeval met gewonden is een misdrijf.

  20. Vraag 20 van 20

    Je rijdt een turborotonde op. Wanneer kies je je rijstrook?
    Toon antwoord

    Antwoord: D. Voordat je de rotonde oprijdt, op basis van je afslag

    Op een turborotonde voorkomen verhoogde rijstrookscheiders dat je laat van rijstrook wisselt, dus kies je rijstrook voordat je de rotonde oprijdt.

Gerelateerde examens