Basic Dutch in 10 Days: My day, Work and jobs and Free time
Themenquiz ohne Zeitlimit: 30 Fragen zu My day, Work and jobs and Free time, mit einer Erklärung nach jeder Antwort. Fragen und Antworten werden jedes Mal neu gemischt.
Tag 6: My day, Work and jobs and Free time
-
Frage 1 von 30
Antwort anzeigen
Antwort: B. I have breakfast at seven.
Ontbijten means to have breakfast. Get up is opstaan, and go to bed is naar bed gaan.
-
Frage 2 von 30
Antwort anzeigen
Antwort: B. woont
With jij in a statement, add -t to the stem: jij woont. The stem keeps the long vowel: woon.
-
Frage 3 von 30
Antwort anzeigen
Antwort: B. leren
With wij, jullie and zij (they), the verb looks like the infinitive: wij leren.
-
Frage 4 von 30
Antwort anzeigen
Antwort: C. zit
Remove -en to get the stem, and write a double consonant as one at the end: zitten → ik zit.
-
Frage 5 von 30
Antwort anzeigen
Antwort: C. Werk jij morgen?
In a question the verb comes first. When jij comes after the verb, the verb drops its -t: werk jij?
-
Frage 6 von 30
Antwort anzeigen
Antwort: C. ’s Avonds kook ik.
In a Dutch statement the verb is second. After a time word like ’s avonds, the subject comes after the verb.
-
Frage 7 von 30
Antwort anzeigen
Antwort: A. Ik sta om zeven uur op.
Opstaan is a two-part verb. The verb sta is in second place and the small part op goes to the end.
-
Frage 8 von 30
Antwort anzeigen
Antwort: D. 6:30
Half zeven means half an hour before seven, so 6:30. Dutch counts half towards the next hour.
Transkript
Ik sta om half zeven op. Dan ontbijt ik.
-
Frage 9 von 30
Antwort anzeigen
Antwort: D. From 8 to 4
Bram says ik werk van acht tot vier: I work from eight to four.
Transkript
Sanne: Wanneer werk jij?
Bram: Ik werk van acht tot vier. -
Frage 10 von 30
Antwort anzeigen
Antwort: C. She cooks and reads a book.
The text says ’s avonds kook ik en lees ik een boek: in the evening she cooks and reads a book.
-
Frage 11 von 30
Antwort anzeigen
Antwort: C. the cook
De kok is the cook. The kitchen is de keuken and the baker is de bakker.
-
Frage 12 von 30
Antwort anzeigen
Antwort: B. Ik ben leraar.
To say your job, use ben (from zijn) with no article: Ik ben leraar. Ik ben de leraar means I am the teacher.
-
Frage 13 von 30
Antwort anzeigen
Antwort: A. heeft
Hebben is irregular. With hij, zij and het the form is heeft.
-
Frage 14 von 30
Antwort anzeigen
Antwort: B. hebben
With wij, jullie and zij (they), use the full form hebben: wij hebben vandaag vrij.
-
Frage 15 von 30
Antwort anzeigen
Antwort: C. Heb
When jij comes after the verb, drop the -t: Heb jij een auto?
-
Frage 16 von 30
Antwort anzeigen
Antwort: B. bij
Use bij with a company or employer: Ik werk bij een bank.
-
Frage 17 von 30
Antwort anzeigen
Antwort: A. Ik ben kok in een restaurant.
The question asks about your job, so you answer with a job: Ik ben kok (I am a cook).
-
Frage 18 von 30
Antwort anzeigen
Antwort: A. nurse
Fleur says ik ben verpleegkundige: I am a nurse. She works in a hospital (een ziekenhuis).
Transkript
Daan: Wat doe jij voor werk, Fleur?
Fleur: Ik ben verpleegkundige. Ik werk in een ziekenhuis. -
Frage 19 von 30
Antwort anzeigen
Antwort: C. The speaker has the day off.
Vandaag heb ik vrij means today I have the day off. Vrij hebben means to be free from work.
Transkript
Ik werk bij een bank. Maar vandaag heb ik vrij.
-
Frage 20 von 30
Antwort anzeigen
Antwort: A. Wednesday to Saturday, 4 p.m. to 10 p.m.
Woensdag tot en met zaterdag means Wednesday up to and including Saturday, and 16.00 to 22.00 is 4 p.m. to 10 p.m.
-
Frage 21 von 30
Antwort anzeigen
Antwort: D. I like reading.
Graag after a verb means you like doing it: ik lees graag = I like reading.
-
Frage 22 von 30
Antwort anzeigen
Antwort: C. I love music.
Houden van means to love or really like. Houden alone can mean to hold, but with van it means love.
-
Frage 23 von 30
Antwort anzeigen
Antwort: C. Ik zwem graag.
Graag comes right after the verb: ik zwem graag.
-
Frage 24 von 30
Antwort anzeigen
Antwort: C. Ik kook niet graag.
Put niet before graag, after the verb: ik kook niet graag. Geen is used with nouns, not here.
-
Frage 25 von 30
Antwort anzeigen
Antwort: C. leuk
Use leuk with vinden: Ik vind fietsen leuk = I like cycling (I find cycling fun).
-
Frage 26 von 30
Antwort anzeigen
Antwort: C. van
The verb is houden van: ik hou van voetbal (I love soccer).
-
Frage 27 von 30
Antwort anzeigen
Antwort: D. Ik ook!
Ik ook! means me too. Ik niet means I don’t, and Ja, graag means yes, please.
-
Frage 28 von 30
Antwort anzeigen
Antwort: D. Cycling and playing the guitar
Ruben says ik fiets graag (I like cycling) and ik speel gitaar (I play the guitar).
Transkript
Emma: Wat doe je in je vrije tijd, Ruben?
Ruben: Ik fiets graag. En ik speel gitaar. -
Frage 29 von 30
Antwort anzeigen
Antwort: C. watching TV
Niet leuk means not fun. The speaker likes reading (lezen) but does not like watching TV (tv kijken).
Transkript
Ik vind lezen leuk. Maar ik vind tv kijken niet leuk.
-
Frage 30 von 30
Antwort anzeigen
Antwort: D. He plays soccer.
The text says ik voetbal op zaterdag: on Saturday he plays soccer. He swims on Monday.
Tastatur: 1–4 zum Antworten, Eingabetaste für die nächste Frage.