Basic Dutch in 15 Days: In town and Getting around

Themaquiz zonder tijdslimiet: 20 vragen over In town and Getting around, met een uitleg na elk antwoord. Vragen en antwoorden worden elke keer gehusseld.

  • Cursus
  • Nederland
  • 300 vragen
  • Gecontroleerd op 13 oktober 2026
  • Taalkundig nagekeken op 13 oktober 2026
Begin met de lessenBasic Dutch: 30 Lessons: ongeveer 750 minuten leestijd. Elke testvraag wordt in de lessen behandeld.

Dag 7: In town and Getting around

  1. Vraag 1 van 20

    What is “de apotheek”?
    Toon antwoord

    Antwoord: D. the pharmacy

    De apotheek is the pharmacy, where you buy medicine. The hospital is het ziekenhuis.

  2. Vraag 2 van 20

    What does “rechtdoor” mean?
    Toon antwoord

    Antwoord: A. straight on

    Rechtdoor means straight on. Rechtsaf means turn right.

  3. Vraag 3 van 20

    What does “Ga linksaf” mean?
    Toon antwoord

    Antwoord: B. Turn left.

    Linksaf means turn left. Links on its own means on the left.

  4. Vraag 4 van 20

    What does “Hoe kom ik bij het station?” mean?
    Toon antwoord

    Antwoord: B. How do I get to the station?

    Hoe kom ik bij…? asks the way to a place.

  5. Vraag 5 van 20

    Complete: “Neem de ___ straat links.” (first)
    Toon antwoord

    Antwoord: D. eerste

    First is eerste (an ordinal number): Neem de eerste straat links.

  6. Vraag 6 van 20

    Complete: “Het museum is ___ de kerk.” (opposite)
    Toon antwoord

    Antwoord: A. tegenover

    Tegenover means opposite. Naast means next to.

  7. Vraag 7 van 20

    Put the words in order: is / de bank / naast / de supermarkt
    Toon antwoord

    Antwoord: A. De bank is naast de supermarkt.

    Subject (de bank) + verb (is) + place (naast de supermarkt).

  8. Vraag 8 van 20

    Read the message. Where is the house?

    Hoi Ines! Mijn huis is dicht bij het station. Ga bij het station rechtsaf. Neem de tweede straat links. Mijn huis is op de hoek, naast de bakker.

    Toon antwoord

    Antwoord: D. On the corner, next to the baker

    The message says “op de hoek, naast de bakker”: on the corner, next to the baker.

  9. Vraag 9 van 20

    Listen. How does the tourist get to the pharmacy?
    Luister en antwoord daarna. Het transcript verschijnt na je antwoord.
    Geen geluid? Lees de tekst

    Toerist: Pardon, waar is de apotheek?
    Man: Ga rechtdoor en neem dan de eerste straat rechts.

    Toon antwoord

    Antwoord: A. Straight on, then the first street on the right

    The man says rechtdoor (straight on) and then de eerste straat rechts (the first street on the right).

    Transcript

    Toerist: Pardon, waar is de apotheek?
    Man: Ga rechtdoor en neem dan de eerste straat rechts.

  10. Vraag 10 van 20

    Listen. What does the speaker say about the hospital?
    Luister en antwoord daarna. Het transcript verschijnt na je antwoord.
    Geen geluid? Lees de tekst

    Het ziekenhuis? Dat is ver. Neem de bus.

    Toon antwoord

    Antwoord: C. It is far, so take the bus.

    Dat is ver means it is far. Neem de bus means take the bus.

    Transcript

    Het ziekenhuis? Dat is ver. Neem de bus.

  11. Vraag 11 van 20

    What is “de fiets”?
    Toon antwoord

    Antwoord: B. the bike

    De fiets is the bike (bicycle). The car is de auto.

  12. Vraag 12 van 20

    Complete: “Ik ga ___ de trein naar Amsterdam.”
    Toon antwoord

    Antwoord: A. met

    To say how you travel, use met de: met de trein, met de bus.

  13. Vraag 13 van 20

    What does “Enkele reis of retour?” mean?
    Toon antwoord

    Antwoord: D. One way or return?

    Enkele reis is a one-way ticket and retour is a return ticket.

  14. Vraag 14 van 20

    What does “De trein heeft vertraging” mean?
    Toon antwoord

    Antwoord: A. The train is delayed.

    Vertraging means delay. The train has a delay: it is late.

  15. Vraag 15 van 20

    At a station, what is “het spoor”?
    Toon antwoord

    Antwoord: B. the platform (track)

    Spoor is the track or platform: Van welk spoor vertrekt de trein?

  16. Vraag 16 van 20

    Complete: “De kat ligt ___ de tafel.” (under)
    Toon antwoord

    Antwoord: A. onder

    Onder means under. Op means on.

  17. Vraag 17 van 20

    The bus stop is between the bank and the church. Choose the correct sentence.
    Toon antwoord

    Antwoord: A. De halte is tussen de bank en de kerk.

    Tussen means between: tussen de bank en de kerk.

  18. Vraag 18 van 20

    Listen. Which ticket does the person want?
    Luister en antwoord daarna. Het transcript verschijnt na je antwoord.
    Geen geluid? Lees de tekst

    Een retour naar Leiden, alstublieft.

    Toon antwoord

    Antwoord: C. A return ticket to Leiden

    Retour means a return ticket, and the person wants to go to Leiden.

    Transcript

    Een retour naar Leiden, alstublieft.

  19. Vraag 19 van 20

    Listen. Which sentence is true?
    Luister en antwoord daarna. Het transcript verschijnt na je antwoord.
    Geen geluid? Lees de tekst

    De trein naar Rotterdam vertrekt van spoor zeven. De trein heeft tien minuten vertraging.

    Toon antwoord

    Antwoord: C. The train is 10 minutes late.

    The train leaves from spoor zeven (platform 7) and has tien minuten vertraging (a 10-minute delay).

    Transcript

    De trein naar Rotterdam vertrekt van spoor zeven. De trein heeft tien minuten vertraging.

  20. Vraag 20 van 20

    Listen. How does Mila go to work?
    Luister en antwoord daarna. Het transcript verschijnt na je antwoord.
    Geen geluid? Lees de tekst

    Jan: Ga je met de bus naar je werk?
    Mila: Nee, ik ga met de fiets.

    Toon antwoord

    Antwoord: A. By bike

    Mila says no to the bus: “ik ga met de fiets” (by bike).

    Transcript

    Jan: Ga je met de bus naar je werk?
    Mila: Nee, ik ga met de fiets.

Andere plannen voor deze cursus