Basic Dutch in 15 Days: Days and dates and Telling the time

Themaquiz zonder tijdslimiet: 20 vragen over Days and dates and Telling the time, met een uitleg na elk antwoord. Vragen en antwoorden worden elke keer gehusseld.

  • Cursus
  • Nederland
  • 300 vragen
  • Gecontroleerd op 13 oktober 2026
  • Taalkundig nagekeken op 13 oktober 2026
Begin met de lessenBasic Dutch: 30 Lessons: ongeveer 750 minuten leestijd. Elke testvraag wordt in de lessen behandeld.

Dag 3: Days and dates and Telling the time

  1. Vraag 1 van 20

    What day is “woensdag”?
    Toon antwoord

    Antwoord: B. Wednesday

    Woensdag is Wednesday. Dinsdag is Tuesday and donderdag is Thursday.

  2. Vraag 2 van 20

    Which day comes after vrijdag?
    Toon antwoord

    Antwoord: D. zaterdag

    The order is … donderdag, vrijdag, zaterdag, zondag.

  3. Vraag 3 van 20

    In Dutch, which words start with a small letter?
    Toon antwoord

    Antwoord: A. Days and months

    Days and months start with a small letter in Dutch: maandag, mei. Names, countries and languages start with a capital.

  4. Vraag 4 van 20

    Complete: “Ik ben ___ augustus jarig.”
    Toon antwoord

    Antwoord: A. in

    Use in with months: in augustus. Use op with days and dates: op 5 augustus.

  5. Vraag 5 van 20

    Complete: “Ik ben ___ dinsdag jarig.”
    Toon antwoord

    Antwoord: D. op

    Use op with days: op dinsdag (on Tuesday).

  6. Vraag 6 van 20

    What is the Dutch word for “3rd”?
    Toon antwoord

    Antwoord: D. derde

    3rd is derde (written 3e). Dertiende is 13th.

  7. Vraag 7 van 20

    A form says “Datum: 04-07-2026”. What date is it?
    Toon antwoord

    Antwoord: C. 4 July 2026

    Dutch dates are written day-month-year, so 04-07 is 4 July.

  8. Vraag 8 van 20

    Listen. When is the speaker’s birthday?
    Luister en antwoord daarna. Het transcript verschijnt na je antwoord.
    Geen geluid? Lees de tekst

    Ik ben jarig op tien april.

    Toon antwoord

    Antwoord: A. 10 April

    Tien april = 10 April. Jarig zijn means it is your birthday.

    Transcript

    Ik ben jarig op tien april.

  9. Vraag 9 van 20

    Listen. What day is it today?
    Luister en antwoord daarna. Het transcript verschijnt na je antwoord.
    Geen geluid? Lees de tekst

    Sanne: Welke dag is het vandaag?
    Bram: Vandaag is het donderdag. Morgen is het vrijdag!

    Toon antwoord

    Antwoord: D. Thursday

    Bram says vandaag (today) is donderdag (Thursday). Morgen (tomorrow) is vrijdag.

    Transcript

    Sanne: Welke dag is het vandaag?
    Bram: Vandaag is het donderdag. Morgen is het vrijdag!

  10. Vraag 10 van 20

    Read the message. When is Lotte’s birthday?

    Hoi Sam! Het feest is op zaterdag 14 juni. Kom je ook? Zondag 15 juni ben ik jarig! Groetjes, Lotte

    Toon antwoord

    Antwoord: A. Sunday 15 June

    Lotte writes “Zondag 15 juni ben ik jarig”: Sunday 15 June. The party (het feest) is on Saturday.

  11. Vraag 11 van 20

    What does “Hoe laat is het?” mean?
    Toon antwoord

    Antwoord: A. What time is it?

    Hoe laat is het? asks for the time. Laat on its own means “late”.

  12. Vraag 12 van 20

    What time is “half vier”?
    Toon antwoord

    Antwoord: C. 3:30

    Half vier means half an hour before four: 3:30.

  13. Vraag 13 van 20

    How do you say 8:15?
    Toon antwoord

    Antwoord: C. kwart over acht

    Kwart over means a quarter past: kwart over acht is 8:15. Kwart voor acht is 7:45.

  14. Vraag 14 van 20

    How do you say 5:45?
    Toon antwoord

    Antwoord: A. kwart voor zes

    Kwart voor zes is a quarter to six: 5:45. Half zes is 5:30.

  15. Vraag 15 van 20

    Complete: “De les begint ___ negen uur.”
    Toon antwoord

    Antwoord: A. om

    Use om for clock times: om negen uur (at nine o’clock).

  16. Vraag 16 van 20

    What time is “tien voor half drie”?
    Toon antwoord

    Antwoord: C. 2:20

    Half drie is 2:30. Ten minutes before that (tien voor) is 2:20.

  17. Vraag 17 van 20

    Read the sign. When is the bakery closed all day?

    Bakkerij De Molen
    Openingstijden:
    ma t/m vr 7.30–18.00 uur
    za 8.00–17.00 uur
    zo gesloten

    Toon antwoord

    Antwoord: B. On Sunday

    “zo gesloten” means closed on Sunday (zondag).

  18. Vraag 18 van 20

    Read the sign. What time does the bakery open on Saturday?

    Bakkerij De Molen
    Openingstijden:
    ma t/m vr 7.30–18.00 uur
    za 8.00–17.00 uur
    zo gesloten

    Toon antwoord

    Antwoord: B. 8:00

    “za 8.00–17.00 uur” means Saturday from 8:00 to 17:00.

  19. Vraag 19 van 20

    Listen. What time is it?
    Luister en antwoord daarna. Het transcript verschijnt na je antwoord.
    Geen geluid? Lees de tekst

    Het is kwart voor elf.

    Toon antwoord

    Antwoord: B. 10:45

    Kwart voor elf is a quarter to eleven: 10:45.

    Transcript

    Het is kwart voor elf.

  20. Vraag 20 van 20

    Listen. When does the supermarket close?
    Luister en antwoord daarna. Het transcript verschijnt na je antwoord.
    Geen geluid? Lees de tekst

    Mila: Hoe laat gaat de supermarkt open?
    Jan: Om acht uur. En hij gaat om tien uur ’s avonds dicht.

    Toon antwoord

    Antwoord: D. At 10 p.m.

    Jan says it closes (gaat dicht) om tien uur ’s avonds: at ten in the evening. It opens at eight. Hij (it) refers to de supermarkt, a de-word.

    Transcript

    Mila: Hoe laat gaat de supermarkt open?
    Jan: Om acht uur. En hij gaat om tien uur ’s avonds dicht.

Andere plannen voor deze cursus