Basic Dutch in 15 Days: Days and dates and Telling the time
Themenquiz ohne Zeitlimit: 20 Fragen zu Days and dates and Telling the time, mit einer Erklärung nach jeder Antwort. Fragen und Antworten werden jedes Mal neu gemischt.
Tag 3: Days and dates and Telling the time
-
Frage 1 von 20
Antwort anzeigen
Antwort: B. Wednesday
Woensdag is Wednesday. Dinsdag is Tuesday and donderdag is Thursday.
-
Frage 2 von 20
Antwort anzeigen
Antwort: D. zaterdag
The order is … donderdag, vrijdag, zaterdag, zondag.
-
Frage 3 von 20
Antwort anzeigen
Antwort: A. Days and months
Days and months start with a small letter in Dutch: maandag, mei. Names, countries and languages start with a capital.
-
Frage 4 von 20
Antwort anzeigen
Antwort: A. in
Use in with months: in augustus. Use op with days and dates: op 5 augustus.
-
Frage 5 von 20
Antwort anzeigen
Antwort: D. op
Use op with days: op dinsdag (on Tuesday).
-
Frage 6 von 20
Antwort anzeigen
Antwort: D. derde
3rd is derde (written 3e). Dertiende is 13th.
-
Frage 7 von 20
Antwort anzeigen
Antwort: C. 4 July 2026
Dutch dates are written day-month-year, so 04-07 is 4 July.
-
Frage 8 von 20
Antwort anzeigen
Antwort: A. 10 April
Tien april = 10 April. Jarig zijn means it is your birthday.
Transkript
Ik ben jarig op tien april.
-
Frage 9 von 20
Antwort anzeigen
Antwort: D. Thursday
Bram says vandaag (today) is donderdag (Thursday). Morgen (tomorrow) is vrijdag.
Transkript
Sanne: Welke dag is het vandaag?
Bram: Vandaag is het donderdag. Morgen is het vrijdag! -
Frage 10 von 20
Antwort anzeigen
Antwort: A. Sunday 15 June
Lotte writes “Zondag 15 juni ben ik jarig”: Sunday 15 June. The party (het feest) is on Saturday.
-
Frage 11 von 20
Antwort anzeigen
Antwort: A. What time is it?
Hoe laat is het? asks for the time. Laat on its own means “late”.
-
Frage 12 von 20
Antwort anzeigen
Antwort: C. 3:30
Half vier means half an hour before four: 3:30.
-
Frage 13 von 20
Antwort anzeigen
Antwort: C. kwart over acht
Kwart over means a quarter past: kwart over acht is 8:15. Kwart voor acht is 7:45.
-
Frage 14 von 20
Antwort anzeigen
Antwort: A. kwart voor zes
Kwart voor zes is a quarter to six: 5:45. Half zes is 5:30.
-
Frage 15 von 20
Antwort anzeigen
Antwort: A. om
Use om for clock times: om negen uur (at nine o’clock).
-
Frage 16 von 20
Antwort anzeigen
Antwort: C. 2:20
Half drie is 2:30. Ten minutes before that (tien voor) is 2:20.
-
Frage 17 von 20
Antwort anzeigen
Antwort: B. On Sunday
“zo gesloten” means closed on Sunday (zondag).
-
Frage 18 von 20
Antwort anzeigen
Antwort: B. 8:00
“za 8.00–17.00 uur” means Saturday from 8:00 to 17:00.
-
Frage 19 von 20
Antwort anzeigen
Antwort: B. 10:45
Kwart voor elf is a quarter to eleven: 10:45.
Transkript
Het is kwart voor elf.
-
Frage 20 von 20
Antwort anzeigen
Antwort: D. At 10 p.m.
Jan says it closes (gaat dicht) om tien uur ’s avonds: at ten in the evening. It opens at eight. Hij (it) refers to de supermarkt, a de-word.
Transkript
Mila: Hoe laat gaat de supermarkt open?
Jan: Om acht uur. En hij gaat om tien uur ’s avonds dicht.
Tastatur: 1–4 zum Antworten, Eingabetaste für die nächste Frage.