Basic Dutch in 10 Days: Health, Clothes and colours and Phone and appointments
Themaquiz zonder tijdslimiet: 30 vragen over Health, Clothes and colours and Phone and appointments, met een uitleg na elk antwoord. Vragen en antwoorden worden elke keer gehusseld.
Dag 7: Health, Clothes and colours and Phone and appointments
-
Vraag 1 van 30
Toon antwoord
Antwoord: A. the head
Het hoofd is the head. The hand is de hand, the stomach is de buik and the back is de rug.
-
Vraag 2 van 30
Toon antwoord
Antwoord: A. Ik heb keelpijn.
De keel is the throat, so keelpijn is a sore throat. Use hebben: ik heb keelpijn.
-
Vraag 3 van 30
Toon antwoord
Antwoord: A. doet
Use doet pijn for one body part: mijn arm doet pijn (my arm hurts).
-
Vraag 4 van 30
Toon antwoord
Antwoord: C. doen
Voeten is plural (more than one foot), so use doen: mijn voeten doen pijn.
-
Vraag 5 van 30
Toon antwoord
Antwoord: A. I have a cold.
Verkouden means having a cold (a runny nose, sneezing). For a fever, say ik heb koorts.
-
Vraag 6 van 30
Toon antwoord
Antwoord: B. de huisarts
De huisarts is the family doctor (huis = house, arts = doctor). De apotheek is the pharmacy and het ziekenhuis is the hospital.
-
Vraag 7 van 30
Toon antwoord
Antwoord: C. Beterschap!
Beterschap! means get well soon. Gefeliciteerd! means congratulations.
-
Vraag 8 van 30
Toon antwoord
Antwoord: A. a headache and a fever
The patient says ik heb hoofdpijn en koorts: I have a headache and a fever.
Transcript
Dokter: Wat is er aan de hand?
Patiënt: Ik heb hoofdpijn en koorts. -
Vraag 9 van 30
Toon antwoord
Antwoord: C. three days
The patient answers drie dagen: three days. Keelpijn is a sore throat.
Transcript
Dokter: Hoe lang heeft u al keelpijn?
Patiënt: Drie dagen. -
Vraag 10 van 30
Toon antwoord
Antwoord: A. One tablet twice a day, after eating
2 keer per dag 1 tablet means one tablet two times a day, and na het eten means after eating.
-
Vraag 11 van 30
Toon antwoord
Antwoord: C. the coat
De jas is a coat or jacket. A dress is de jurk, a skirt is de rok and a sweater is de trui.
-
Vraag 12 van 30
Toon antwoord
Antwoord: D. yellow
Geel is yellow. Green is groen, grey is grijs and blue is blauw.
-
Vraag 13 van 30
Toon antwoord
Antwoord: B. zwarte
Jas is a de-word, so the adjective gets -e, also after een: een zwarte jas.
-
Vraag 14 van 30
Toon antwoord
Antwoord: C. wit
Overhemd is a het-word. After een with a singular het-word, the adjective has no -e: een wit overhemd.
-
Vraag 15 van 30
Toon antwoord
Antwoord: D. rode
After het, the adjective gets -e. Rood keeps its long sound with one o: het rode T-shirt.
-
Vraag 16 van 30
Toon antwoord
Antwoord: C. De jurk is blauw.
After is or zijn, the adjective has no -e: de jurk is blauw.
-
Vraag 17 van 30
Toon antwoord
Antwoord: B. Ik heb maat 38.
Maat means size. You answer with your size: Ik heb maat 38.
-
Vraag 18 van 30
Toon antwoord
Antwoord: A. Hij is te klein.
Te klein means too small. Use hij for a de-word like de jas. Te groot means too big.
-
Vraag 19 van 30
Toon antwoord
Antwoord: C. the sweater in green
Lotte asks hebt u deze trui ook in het groen? De trui is a sweater and groen is green.
Transcript
Lotte: Hebt u deze trui ook in het groen?
Verkoper: Ja, in maat 36 en 38. -
Vraag 20 van 30
Toon antwoord
Antwoord: D. black pants, a white shirt and brown shoes
The speaker says een zwarte broek (black pants), een wit overhemd (a white shirt) and bruine schoenen (brown shoes).
Transcript
Daan draagt een zwarte broek, een wit overhemd en bruine schoenen.
-
Vraag 21 van 30
Toon antwoord
Antwoord: B. an appointment
Een afspraak is an appointment. Een afspraak maken means to make an appointment.
-
Vraag 22 van 30
Toon antwoord
Antwoord: C. Met Anna Bakker.
Dutch speakers often answer the phone with Met and their name: Met Anna Bakker.
-
Vraag 23 van 30
Toon antwoord
Antwoord: A. Ik wil graag een afspraak maken.
Dutch says een afspraak maken. Graag comes after wil, and the infinitive maken goes to the end.
-
Vraag 24 van 30
Toon antwoord
Antwoord: C. herhalen
After kunt u, the second verb is an infinitive at the end: Kunt u dat herhalen?
-
Vraag 25 van 30
Toon antwoord
Antwoord: A. om
Use om for a clock time: om tien uur (at ten o’clock). Use op for a day: op maandag.
-
Vraag 26 van 30
Toon antwoord
Antwoord: D. Ja, dat is goed.
Ja, dat is goed means yes, that’s fine. It accepts the day and time.
-
Vraag 27 van 30
Toon antwoord
Antwoord: A. I want to cancel my appointment.
Afzeggen means to cancel. To move an appointment is verzetten, and to make one is maken.
-
Vraag 28 van 30
Toon antwoord
Antwoord: A. Friday at 10:30
Vrijdag is Friday. Half elf means half an hour before eleven: 10:30.
Transcript
Assistent: Kan het op vrijdag om half elf?
Meneer Smit: Ja, dat is goed. Tot dan! -
Vraag 29 van 30
Toon antwoord
Antwoord: B. To cancel tomorrow’s appointment
Eva says ik wil mijn afspraak van morgen afzeggen: I want to cancel my appointment for tomorrow. She is sick.
Transcript
Goedemiddag, u spreekt met Eva Mulder. Ik ben ziek. Ik wil mijn afspraak van morgen afzeggen.
-
Vraag 30 van 30
Toon antwoord
Antwoord: B. Tuesday 14 May at 9:15
Dinsdag is Tuesday and 9.15 uur is 9:15 in the morning. Dutch often writes times with a full stop.
Toetsenbord: 1–4 om te antwoorden, Enter voor de volgende vraag.