Basic Dutch in 10 Days: Health, Clothes and colours and Phone and appointments

Themenquiz ohne Zeitlimit: 30 Fragen zu Health, Clothes and colours and Phone and appointments, mit einer Erklärung nach jeder Antwort. Fragen und Antworten werden jedes Mal neu gemischt.

  • Kurs
  • Niederlande
  • 300 Fragen
  • Geprüft am 13. Oktober 2026
  • Sprachlich geprüft am 13. Oktober 2026
Beginnen Sie mit den LektionenBasic Dutch: 30 Lessons: etwa 750 Minuten Lesezeit. Jede Testfrage wird in den Lektionen behandelt.

Tag 7: Health, Clothes and colours and Phone and appointments

  1. Frage 1 von 30

    What does “het hoofd” mean?
    Antwort anzeigen

    Antwort: A. the head

    Het hoofd is the head. The hand is de hand, the stomach is de buik and the back is de rug.

  2. Frage 2 von 30

    How do you say “I have a sore throat”?
    Antwort anzeigen

    Antwort: A. Ik heb keelpijn.

    De keel is the throat, so keelpijn is a sore throat. Use hebben: ik heb keelpijn.

  3. Frage 3 von 30

    Fill the gap: Mijn arm ___ pijn.
    Antwort anzeigen

    Antwort: A. doet

    Use doet pijn for one body part: mijn arm doet pijn (my arm hurts).

  4. Frage 4 von 30

    Fill the gap: Mijn voeten ___ pijn.
    Antwort anzeigen

    Antwort: C. doen

    Voeten is plural (more than one foot), so use doen: mijn voeten doen pijn.

  5. Frage 5 von 30

    What does “Ik ben verkouden” mean?
    Antwort anzeigen

    Antwort: A. I have a cold.

    Verkouden means having a cold (a runny nose, sneezing). For a fever, say ik heb koorts.

  6. Frage 6 von 30

    Which word means “family doctor”?
    Antwort anzeigen

    Antwort: B. de huisarts

    De huisarts is the family doctor (huis = house, arts = doctor). De apotheek is the pharmacy and het ziekenhuis is the hospital.

  7. Frage 7 von 30

    Your friend says: “Ik ben ziek.” What do you say?
    Antwort anzeigen

    Antwort: C. Beterschap!

    Beterschap! means get well soon. Gefeliciteerd! means congratulations.

  8. Frage 8 von 30

    Listen. What is wrong with the patient?
    Hören Sie zu und antworten Sie dann. Das Transkript erscheint nach Ihrer Antwort.
    Kein Ton? Lesen Sie den Text

    Dokter: Wat is er aan de hand?
    Patiënt: Ik heb hoofdpijn en koorts.

    Antwort anzeigen

    Antwort: A. a headache and a fever

    The patient says ik heb hoofdpijn en koorts: I have a headache and a fever.

    Transkript

    Dokter: Wat is er aan de hand?
    Patiënt: Ik heb hoofdpijn en koorts.

  9. Frage 9 von 30

    Listen. How long has the patient had a sore throat?
    Hören Sie zu und antworten Sie dann. Das Transkript erscheint nach Ihrer Antwort.
    Kein Ton? Lesen Sie den Text

    Dokter: Hoe lang heeft u al keelpijn?
    Patiënt: Drie dagen.

    Antwort anzeigen

    Antwort: C. three days

    The patient answers drie dagen: three days. Keelpijn is a sore throat.

    Transkript

    Dokter: Hoe lang heeft u al keelpijn?
    Patiënt: Drie dagen.

  10. Frage 10 von 30

    Read the label. How should Mrs De Boer take the tablets?

    Apotheek Centrum
    Mevrouw J. de Boer
    Neem 2 keer per dag 1 tablet, na het eten.
    Niet met alcohol.

    Antwort anzeigen

    Antwort: A. One tablet twice a day, after eating

    2 keer per dag 1 tablet means one tablet two times a day, and na het eten means after eating.

  11. Frage 11 von 30

    What does “de jas” mean?
    Antwort anzeigen

    Antwort: C. the coat

    De jas is a coat or jacket. A dress is de jurk, a skirt is de rok and a sweater is de trui.

  12. Frage 12 von 30

    What colour is “geel”?
    Antwort anzeigen

    Antwort: D. yellow

    Geel is yellow. Green is groen, grey is grijs and blue is blauw.

  13. Frage 13 von 30

    Choose the correct form: Ik koop een ___ jas. (zwart)
    Antwort anzeigen

    Antwort: B. zwarte

    Jas is a de-word, so the adjective gets -e, also after een: een zwarte jas.

  14. Frage 14 von 30

    Choose the correct form: Hij draagt een ___ overhemd. (wit)
    Antwort anzeigen

    Antwort: C. wit

    Overhemd is a het-word. After een with a singular het-word, the adjective has no -e: een wit overhemd.

  15. Frage 15 von 30

    Choose the correct form: Het ___ T-shirt is te groot. (rood)
    Antwort anzeigen

    Antwort: D. rode

    After het, the adjective gets -e. Rood keeps its long sound with one o: het rode T-shirt.

  16. Frage 16 von 30

    Which sentence is correct?
    Antwort anzeigen

    Antwort: C. De jurk is blauw.

    After is or zijn, the adjective has no -e: de jurk is blauw.

  17. Frage 17 von 30

    In a shop, the assistant asks: “Welke maat heeft u?” Which reply fits?
    Antwort anzeigen

    Antwort: B. Ik heb maat 38.

    Maat means size. You answer with your size: Ik heb maat 38.

  18. Frage 18 von 30

    You try on a coat (de jas). It is too small. What do you say?
    Antwort anzeigen

    Antwort: A. Hij is te klein.

    Te klein means too small. Use hij for a de-word like de jas. Te groot means too big.

  19. Frage 19 von 30

    Listen. What does Lotte ask for?
    Hören Sie zu und antworten Sie dann. Das Transkript erscheint nach Ihrer Antwort.
    Kein Ton? Lesen Sie den Text

    Lotte: Hebt u deze trui ook in het groen?
    Verkoper: Ja, in maat 36 en 38.

    Antwort anzeigen

    Antwort: C. the sweater in green

    Lotte asks hebt u deze trui ook in het groen? De trui is a sweater and groen is green.

    Transkript

    Lotte: Hebt u deze trui ook in het groen?
    Verkoper: Ja, in maat 36 en 38.

  20. Frage 20 von 30

    Listen. What is Daan wearing?
    Hören Sie zu und antworten Sie dann. Das Transkript erscheint nach Ihrer Antwort.
    Kein Ton? Lesen Sie den Text

    Daan draagt een zwarte broek, een wit overhemd en bruine schoenen.

    Antwort anzeigen

    Antwort: D. black pants, a white shirt and brown shoes

    The speaker says een zwarte broek (black pants), een wit overhemd (a white shirt) and bruine schoenen (brown shoes).

    Transkript

    Daan draagt een zwarte broek, een wit overhemd en bruine schoenen.

  21. Frage 21 von 30

    What does “een afspraak” mean?
    Antwort anzeigen

    Antwort: B. an appointment

    Een afspraak is an appointment. Een afspraak maken means to make an appointment.

  22. Frage 22 von 30

    You answer the phone. What do Dutch speakers often say?
    Antwort anzeigen

    Antwort: C. Met Anna Bakker.

    Dutch speakers often answer the phone with Met and their name: Met Anna Bakker.

  23. Frage 23 von 30

    How do you say “I would like to make an appointment”?
    Antwort anzeigen

    Antwort: A. Ik wil graag een afspraak maken.

    Dutch says een afspraak maken. Graag comes after wil, and the infinitive maken goes to the end.

  24. Frage 24 von 30

    Fill the gap: Kunt u dat ___? (Could you repeat that?)
    Antwort anzeigen

    Antwort: C. herhalen

    After kunt u, the second verb is an infinitive at the end: Kunt u dat herhalen?

  25. Frage 25 von 30

    Fill the gap: Is maandag ___ tien uur goed?
    Antwort anzeigen

    Antwort: A. om

    Use om for a clock time: om tien uur (at ten o’clock). Use op for a day: op maandag.

  26. Frage 26 von 30

    The receptionist asks: “Is woensdag om drie uur goed?” You can come. What do you say?
    Antwort anzeigen

    Antwort: D. Ja, dat is goed.

    Ja, dat is goed means yes, that’s fine. It accepts the day and time.

  27. Frage 27 von 30

    What does “Ik wil mijn afspraak afzeggen” mean?
    Antwort anzeigen

    Antwort: A. I want to cancel my appointment.

    Afzeggen means to cancel. To move an appointment is verzetten, and to make one is maken.

  28. Frage 28 von 30

    Listen. When is the appointment?
    Hören Sie zu und antworten Sie dann. Das Transkript erscheint nach Ihrer Antwort.
    Kein Ton? Lesen Sie den Text

    Assistent: Kan het op vrijdag om half elf?
    Meneer Smit: Ja, dat is goed. Tot dan!

    Antwort anzeigen

    Antwort: A. Friday at 10:30

    Vrijdag is Friday. Half elf means half an hour before eleven: 10:30.

    Transkript

    Assistent: Kan het op vrijdag om half elf?
    Meneer Smit: Ja, dat is goed. Tot dan!

  29. Frage 29 von 30

    Listen. What does the caller want?
    Hören Sie zu und antworten Sie dann. Das Transkript erscheint nach Ihrer Antwort.
    Kein Ton? Lesen Sie den Text

    Goedemiddag, u spreekt met Eva Mulder. Ik ben ziek. Ik wil mijn afspraak van morgen afzeggen.

    Antwort anzeigen

    Antwort: B. To cancel tomorrow’s appointment

    Eva says ik wil mijn afspraak van morgen afzeggen: I want to cancel my appointment for tomorrow. She is sick.

    Transkript

    Goedemiddag, u spreekt met Eva Mulder. Ik ben ziek. Ik wil mijn afspraak van morgen afzeggen.

  30. Frage 30 von 30

    Read the message. When is the appointment?

    Hallo meneer De Wit, u heeft een afspraak bij de tandarts op dinsdag 14 mei om 9.15 uur. Kunt u niet komen? Bel ons dan. Tandartspraktijk Zonnehof

    Antwort anzeigen

    Antwort: B. Tuesday 14 May at 9:15

    Dinsdag is Tuesday and 9.15 uur is 9:15 in the morning. Dutch often writes times with a full stop.

Weitere Pläne für diesen Kurs