Basic Dutch in 10 Days: Family, Describing people and Home
Themaquiz zonder tijdslimiet: 30 vragen over Family, Describing people and Home, met een uitleg na elk antwoord. Vragen en antwoorden worden elke keer gehusseld.
Dag 3: Family, Describing people and Home
-
Vraag 1 van 30
Toon antwoord
Antwoord: C. the sister
De zus is the sister. The brother is de broer and the son is de zoon.
-
Vraag 2 van 30
Toon antwoord
Antwoord: B. de kinderen
Kind has an irregular plural: kinderen. All plurals use de.
-
Vraag 3 van 30
Toon antwoord
Antwoord: A. mijn
My is mijn: mijn moeder. Mij means “me”.
-
Vraag 4 van 30
Toon antwoord
Antwoord: A. Haar
Anna is a woman, so “her brother” is haar broer. Zijn means “his”.
-
Vraag 5 van 30
Toon antwoord
Antwoord: B. onze kinderen
Use onze before plurals and de-words, and ons before a singular het-word: ons kind, onze kinderen.
-
Vraag 6 van 30
Toon antwoord
Antwoord: D. Ik heb geen kinderen.
Use geen (no, not any) before a noun: Ik heb geen kinderen.
-
Vraag 7 van 30
Toon antwoord
Antwoord: C. oom
Your parent’s brother is your oom (uncle). Tante is aunt.
-
Vraag 8 van 30
Toon antwoord
Antwoord: B. Two
Twee zussen = two sisters. The speaker also has een broer (one brother).
Transcript
Ik heb een broer en twee zussen.
-
Vraag 9 van 30
Toon antwoord
Antwoord: C. Ali has a daughter.
Ali says “We hebben een dochter” (we have a daughter). Sara is his wife (vrouw).
Transcript
Eva: Ben je getrouwd?
Ali: Ja. Mijn vrouw heet Sara. We hebben een dochter. -
Vraag 10 van 30
Toon antwoord
Antwoord: B. The writer’s sister and her family
“Zij woont in Gent” is about Lies, the writer’s sister. She lives there with her husband and their two children.
-
Vraag 11 van 30
Toon antwoord
Antwoord: D. kind, nice
Aardig means kind or nice: Ze is erg aardig.
-
Vraag 12 van 30
Toon antwoord
Antwoord: B. jong
After a verb like is, the adjective has no ending: De vrouw is jong. Jongen means “boy”.
-
Vraag 13 van 30
Toon antwoord
Antwoord: D. aardige
Before a de-word (de vrouw), add -e: een aardige vrouw.
-
Vraag 14 van 30
Toon antwoord
Antwoord: A. groot
Huis is a het-word. With een + a het-word, the adjective has no -e: een groot huis.
-
Vraag 15 van 30
Toon antwoord
Antwoord: D. grote
With het (the), add -e: het grote huis. Groot loses one o: grote.
-
Vraag 16 van 30
Toon antwoord
Antwoord: A. clever
Slim is a false friend: it means clever. “Slim” (thin) is slank in Dutch.
-
Vraag 17 van 30
Toon antwoord
Antwoord: D. Hij heeft blauwe ogen.
Ogen (eyes) is plural, so the adjective takes -e: blauwe ogen. Use hebben (heeft) for eyes and hair.
-
Vraag 18 van 30
Toon antwoord
Antwoord: B. Ze heeft lang haar.
Subject (ze) + verb (heeft) + the rest (lang haar). The adjective comes before the noun.
-
Vraag 19 van 30
Toon antwoord
Antwoord: A. Tall and slim, with blond hair
Lang means tall (for people) and slank means slim. He has blond haar (blond hair).
Transcript
Mijn broer is lang en slank. Hij heeft blond haar.
-
Vraag 20 van 30
Toon antwoord
Antwoord: A. She is young and funny.
Femke says “Ze is jong en heel grappig”: young and very funny. She has long hair (lang haar).
Transcript
Ruben: Hoe ziet je collega eruit?
Femke: Ze is jong en heel grappig. Ze heeft lang haar. -
Vraag 21 van 30
Toon antwoord
Antwoord: B. the kitchen
De keuken is the kitchen. It is not a cake: cake is taart or cake in Dutch.
-
Vraag 22 van 30
Toon antwoord
Antwoord: C. de slaapkamer
Slapen means “to sleep”, so de slaapkamer is the bedroom.
-
Vraag 23 van 30
Toon antwoord
Antwoord: C. zijn
Use er zijn for more than one thing: Er zijn twee badkamers.
-
Vraag 24 van 30
Toon antwoord
Antwoord: A. is
Use er is for one thing: Er is een tuin.
-
Vraag 25 van 30
Toon antwoord
Antwoord: C. the sofa
In a home, de bank is the sofa. The same word also means a bank for money.
-
Vraag 26 van 30
Toon antwoord
Antwoord: D. de stoelen
Most nouns add -en in the plural: stoel → stoelen. All plurals use de.
-
Vraag 27 van 30
Toon antwoord
Antwoord: A. Is er een balkon?
In a question, the verb comes first: Is er een balkon? Use is (not zijn) for one thing.
-
Vraag 28 van 30
Toon antwoord
Antwoord: D. There is no garden.
The text says “er is geen tuin”: there is no garden. There is a balcony and the apartment is small.
-
Vraag 29 van 30
Toon antwoord
Antwoord: D. Two
Twee slaapkamers = two bedrooms. In Dutch, kamers counts the living room and the bedrooms, not the kitchen: three rooms in total.
Transcript
Ons huis heeft drie kamers: een woonkamer en twee slaapkamers. Er is ook een keuken.
-
Vraag 30 van 30
Toon antwoord
Antwoord: A. A big balcony
Lisa says nee (no garden), “maar er is een groot balkon”: but there is a big balcony.
Transcript
Mark: Is er een tuin?
Lisa: Nee, maar er is een groot balkon.
Toetsenbord: 1–4 om te antwoorden, Enter voor de volgende vraag.