Basic Dutch in 10 Days: Emergencies, Small talk and Review
Themaquiz zonder tijdslimiet: 30 vragen over Emergencies, Small talk and Review, met een uitleg na elk antwoord. Vragen en antwoorden worden elke keer gehusseld.
Dag 10: Emergencies, Small talk and Review
-
Vraag 1 van 30
Toon antwoord
Antwoord: C. Fire!
Brand means fire. Shout Brand! and call 112 for the fire brigade (de brandweer).
-
Vraag 2 van 30
Toon antwoord
Antwoord: B. 112
112 is the emergency number in the Netherlands and in every EU country. The call is free. (Sources: European Commission, digital-strategy.ec.europa.eu/en/policies/112; Dutch police, politie.nl/contact)
-
Vraag 3 van 30
Toon antwoord
Antwoord: A. 0900-8844
The Dutch police say: Geen spoed, wel politie? Bel 0900-8844. Keep 112 for emergencies. (Source: Dutch police, politie.nl/contact)
-
Vraag 4 van 30
Toon antwoord
Antwoord: B. It works in every EU country.
112 is available everywhere in the EU, free of charge, from fixed and mobile phones. (Source: European Commission, digital-strategy.ec.europa.eu/en/policies/112)
-
Vraag 5 van 30
Toon antwoord
Antwoord: B. ambulance
Bel een ambulance! means call an ambulance. Het ziekenhuis is the hospital. In an emergency, call 112.
-
Vraag 6 van 30
Toon antwoord
Antwoord: B. Iemand is gewond.
Gewond means hurt or injured, and you use is: iemand is gewond. Niemand means nobody.
-
Vraag 7 van 30
Toon antwoord
Antwoord: A. In de Stationsstraat, bij nummer 10.
Waar asks where. Give the street and number so help can find you quickly.
-
Vraag 8 van 30
Toon antwoord
Antwoord: B. There was an accident and someone is hurt.
Er is een ongeluk gebeurd means there has been an accident, and iemand is gewond means someone is hurt. Call 112 in an emergency.
Transcript
Help! Er is een ongeluk gebeurd. Iemand is gewond. Bel een ambulance!
-
Vraag 9 van 30
Toon antwoord
Antwoord: A. To report that his bike was stolen
He says mijn fiets is gestolen (my bike has been stolen) and ik wil aangifte doen (I want to report a crime).
Transcript
Agent: Goedemiddag, kan ik u helpen?
Man: Ja, mijn fiets is gestolen. Ik wil aangifte doen. -
Vraag 10 van 30
Toon antwoord
Antwoord: D. Use the stairs and go outside.
The sign says do not use the lift (elevator) and go outside by the stairs (de trap). For a fire, call 112, not 0900-8844. (Sources: European Commission, digital-strategy.ec.europa.eu/en/policies/112; Dutch police, politie.nl/contact)
-
Vraag 11 van 30
Toon antwoord
Antwoord: A. How was your weekend?
Hoe means how and was is the past of is: How was your weekend?
-
Vraag 12 van 30
Toon antwoord
Antwoord: D. Jij ook!
Jij ook! means you too. Ik ook! means me too, which does not fit here.
-
Vraag 13 van 30
Toon antwoord
Antwoord: A. cosy, friendly and fun
Gezellig describes a cosy, friendly and fun time or place: Het was heel gezellig!
-
Vraag 14 van 30
Toon antwoord
Antwoord: A. Dank je, dat is lief.
To thank someone for a compliment, say dank je (thank you). Graag gedaan means you’re welcome.
-
Vraag 15 van 30
Toon antwoord
Antwoord: D. hè
Hè at the end of a sentence asks the other person to agree, like “isn’t it?”.
-
Vraag 16 van 30
Toon antwoord
Antwoord: D. Wat leuk!
Wat + an adjective makes an exclamation: Wat leuk! means how nice!
-
Vraag 17 van 30
Toon antwoord
Antwoord: D. Hoe was je weekend?
Question word first, then the verb, then the subject: Hoe was je weekend?
-
Vraag 18 van 30
Toon antwoord
Antwoord: B. She went to the beach with friends.
Fleur says ik ben met vrienden naar het strand gegaan: I went to the beach with friends.
Transcript
Joris: Hoe was je weekend, Fleur?
Fleur: Heel gezellig! Ik ben met vrienden naar het strand gegaan. -
Vraag 19 van 30
Toon antwoord
Antwoord: D. He is very busy.
Daan says druk, druk, druk! Veel werk. Druk means busy, and veel werk means a lot of work.
Transcript
Sanne: Hoe gaat het met je, Daan?
Daan: Druk, druk, druk! Veel werk. -
Vraag 20 van 30
Toon antwoord
Antwoord: C. To thank Lotte for dinner
Bedankt voor het etentje means thanks for the dinner. She also says it was gezellig.
-
Vraag 21 van 30
Toon antwoord
Antwoord: B. I’m from Canada.
Komen uit means to come from: Ik kom uit Canada = I’m from Canada. To live is wonen.
-
Vraag 22 van 30
Toon antwoord
Antwoord: D. werkt
With zij (she), add -t to the stem: werk + t = zij werkt. Werken is for wij, jullie and zij (they).
-
Vraag 23 van 30
Toon antwoord
Antwoord: A. klein
Appartement is a het-word. After een with a singular het-word, the adjective has no -e: een klein appartement.
-
Vraag 24 van 30
Toon antwoord
Antwoord: C. Morgen ga ik naar de markt.
The verb is second in a statement. After morgen comes the verb ga, then the subject ik.
-
Vraag 25 van 30
Toon antwoord
Antwoord: D. ben
Gaan uses zijn in the perfect tense. With ik the form is ben: ik ben gegaan.
-
Vraag 26 van 30
Toon antwoord
Antwoord: A. gespeeld
The stem speel ends in l, which is not in ’t kofschip, so add -d: gespeeld.
-
Vraag 27 van 30
Toon antwoord
Antwoord: C. Graag gedaan.
Graag gedaan means you’re welcome. Ja, graag means yes, please.
-
Vraag 28 van 30
Toon antwoord
Antwoord: D. in a hospital
Sam says ik werk in een ziekenhuis: I work in a hospital. Sam is from Canada and lives in Amsterdam.
Transcript
Hallo, ik ben Sam. Ik kom uit Canada. Ik woon in Amsterdam en ik werk in een ziekenhuis.
-
Vraag 29 van 30
Toon antwoord
Antwoord: A. a coffee and a piece of apple pie
The customer asks for een koffie en een stuk appeltaart: a coffee and a piece of apple pie.
Transcript
Klant: Mag ik een koffie en een stuk appeltaart, alstublieft?
Ober: Natuurlijk. -
Vraag 30 van 30
Toon antwoord
Antwoord: C. Take an A2 Dutch course
Volgend jaar ga ik een cursus Nederlands A2 doen means next year I’m going to do an A2 Dutch course. This is the future with gaan.
Toetsenbord: 1–4 om te antwoorden, Enter voor de volgende vraag.