Basic Dutch in 30 Days: Days and dates
Themenquiz ohne Zeitlimit: 10 Fragen zu Days and dates, mit einer Erklärung nach jeder Antwort. Fragen und Antworten werden jedes Mal neu gemischt.
Tag 5: Days and dates
-
Frage 1 von 10
Antwort anzeigen
Antwort: B. Wednesday
Woensdag is Wednesday. Dinsdag is Tuesday and donderdag is Thursday.
-
Frage 2 von 10
Antwort anzeigen
Antwort: D. zaterdag
The order is … donderdag, vrijdag, zaterdag, zondag.
-
Frage 3 von 10
Antwort anzeigen
Antwort: A. Days and months
Days and months start with a small letter in Dutch: maandag, mei. Names, countries and languages start with a capital.
-
Frage 4 von 10
Antwort anzeigen
Antwort: A. in
Use in with months: in augustus. Use op with days and dates: op 5 augustus.
-
Frage 5 von 10
Antwort anzeigen
Antwort: D. op
Use op with days: op dinsdag (on Tuesday).
-
Frage 6 von 10
Antwort anzeigen
Antwort: D. derde
3rd is derde (written 3e). Dertiende is 13th.
-
Frage 7 von 10
Antwort anzeigen
Antwort: C. 4 July 2026
Dutch dates are written day-month-year, so 04-07 is 4 July.
-
Frage 8 von 10
Antwort anzeigen
Antwort: A. 10 April
Tien april = 10 April. Jarig zijn means it is your birthday.
Transkript
Ik ben jarig op tien april.
-
Frage 9 von 10
Antwort anzeigen
Antwort: D. Thursday
Bram says vandaag (today) is donderdag (Thursday). Morgen (tomorrow) is vrijdag.
Transkript
Sanne: Welke dag is het vandaag?
Bram: Vandaag is het donderdag. Morgen is het vrijdag! -
Frage 10 von 10
Antwort anzeigen
Antwort: A. Sunday 15 June
Lotte writes “Zondag 15 juni ben ik jarig”: Sunday 15 June. The party (het feest) is on Saturday.
Tastatur: 1–4 zum Antworten, Eingabetaste für die nächste Frage.