Basic Dutch in 15 Days: Home and Food and drink
Themenquiz ohne Zeitlimit: 20 Fragen zu Home and Food and drink, mit einer Erklärung nach jeder Antwort. Fragen und Antworten werden jedes Mal neu gemischt.
Tag 5: Home and Food and drink
-
Frage 1 von 20
Antwort anzeigen
Antwort: B. the kitchen
De keuken is the kitchen. It is not a cake: cake is taart or cake in Dutch.
-
Frage 2 von 20
Antwort anzeigen
Antwort: C. de slaapkamer
Slapen means “to sleep”, so de slaapkamer is the bedroom.
-
Frage 3 von 20
Antwort anzeigen
Antwort: C. zijn
Use er zijn for more than one thing: Er zijn twee badkamers.
-
Frage 4 von 20
Antwort anzeigen
Antwort: A. is
Use er is for one thing: Er is een tuin.
-
Frage 5 von 20
Antwort anzeigen
Antwort: C. the sofa
In a home, de bank is the sofa. The same word also means a bank for money.
-
Frage 6 von 20
Antwort anzeigen
Antwort: D. de stoelen
Most nouns add -en in the plural: stoel → stoelen. All plurals use de.
-
Frage 7 von 20
Antwort anzeigen
Antwort: A. Is er een balkon?
In a question, the verb comes first: Is er een balkon? Use is (not zijn) for one thing.
-
Frage 8 von 20
Antwort anzeigen
Antwort: D. There is no garden.
The text says “er is geen tuin”: there is no garden. There is a balcony and the apartment is small.
-
Frage 9 von 20
Antwort anzeigen
Antwort: D. Two
Twee slaapkamers = two bedrooms. In Dutch, kamers counts the living room and the bedrooms, not the kitchen: three rooms in total.
Transkript
Ons huis heeft drie kamers: een woonkamer en twee slaapkamers. Er is ook een keuken.
-
Frage 10 von 20
Antwort anzeigen
Antwort: A. A big balcony
Lisa says nee (no garden), “maar er is een groot balkon”: but there is a big balcony.
Transkript
Mark: Is er een tuin?
Lisa: Nee, maar er is een groot balkon. -
Frage 11 von 20
Antwort anzeigen
Antwort: D. the cheese
De kaas is the cheese. Bread is het brood.
-
Frage 12 von 20
Antwort anzeigen
Antwort: C. het
Brood is a het-word: het brood. Learn every noun with its article.
-
Frage 13 von 20
Antwort anzeigen
Antwort: A. de eieren
Ei has an irregular plural: eieren. All plurals use de.
-
Frage 14 von 20
Antwort anzeigen
Antwort: B. de bananen
Banaan adds -en. The long a keeps its sound with one letter: ba-na-nen.
-
Frage 15 von 20
Antwort anzeigen
Antwort: C. de broodjes
Words that end in -je add -s: broodjes. Plurals always use de.
-
Frage 16 von 20
Antwort anzeigen
Antwort: A. Ik heb honger.
Dutch uses hebben for hunger: Ik heb honger (I have hunger).
-
Frage 17 von 20
Antwort anzeigen
Antwort: A. graag
Graag after the verb means you like doing it: Ik drink graag thee.
-
Frage 18 von 20
Antwort anzeigen
Antwort: C. Fish, but not meat
Geen vlees = no meat. “Maar ik eet wel vis” = but I do eat fish.
Transkript
Ik eet geen vlees, maar ik eet wel vis.
-
Frage 19 von 20
Antwort anzeigen
Antwort: A. A glass of water
Daan says no to coffee. He is thirsty (Ik heb dorst) and asks for een glas water.
Transkript
Sara: Wil je koffie?
Daan: Nee, dank je. Ik heb dorst. Mag ik een glas water? -
Frage 20 von 20
Antwort anzeigen
Antwort: B. Milk
“1 liter melk”: milk is the only drink on the list.
Tastatur: 1–4 zum Antworten, Eingabetaste für die nächste Frage.