Basic Dutch in 7 Days (Fast Track): Services, Renting a home, Emergencies and more

Themaquiz zonder tijdslimiet: 50 vragen over Services, Renting a home, Emergencies and more, met een uitleg na elk antwoord. Vragen en antwoorden worden elke keer gehusseld.

  • Cursus
  • Nederland
  • 300 vragen
  • Gecontroleerd op 13 oktober 2026
  • Taalkundig nagekeken op 13 oktober 2026
Begin met de lessenBasic Dutch: 30 Lessons: ongeveer 749 minuten leestijd. Elke testvraag wordt in de lessen behandeld.

Dag 7: Services, Renting a home, Emergencies and more

  1. Vraag 1 van 50

    What does “achternaam” mean?
    Toon antwoord

    Antwoord: C. last name

    Achternaam is your last name (family name). Your first name is your voornaam.

  2. Vraag 2 van 50

    On a Dutch form, what do you write next to “geboortedatum”?
    Toon antwoord

    Antwoord: C. your date of birth

    Geboorte means birth and datum means date: geboortedatum is date of birth. Place of birth is geboorteplaats.

  3. Vraag 3 van 50

    You were born on 4 November 1992. How do you write it on a Dutch form?
    Toon antwoord

    Antwoord: D. 04-11-1992

    Dutch dates put the day first, then the month, then the year: 04-11-1992.

  4. Vraag 4 van 50

    How do you write “number 25 on Molenweg” in a Dutch address?
    Toon antwoord

    Antwoord: A. Molenweg 25

    In Dutch addresses the house number comes after the street name: Molenweg 25.

  5. Vraag 5 van 50

    What does “Ik wil geld opnemen” mean?
    Toon antwoord

    Antwoord: D. I want to withdraw money.

    Geld opnemen means to take money out of your account, for example at the geldautomaat.

  6. Vraag 6 van 50

    Fill the gap: Ik wil een bankrekening ___.
    Toon antwoord

    Antwoord: B. openen

    After wil, the second verb is an infinitive at the end: Ik wil een bankrekening openen.

  7. Vraag 7 van 50

    At the bank, the employee says: “Mag ik uw identiteitsbewijs zien?” What do you do?
    Toon antwoord

    Antwoord: B. Show your passport or ID card.

    Identiteitsbewijs means proof of identity, such as a passport or ID card. Zien means to see.

  8. Vraag 8 van 50

    Listen. What does the customer want?
    Luister en antwoord daarna. Het transcript verschijnt na je antwoord.
    Geen geluid? Lees de tekst

    Klant: Goedemorgen. Ik wil dit pakket versturen naar Canada.

    Toon antwoord

    Antwoord: A. To send a parcel to Canada

    The customer says ik wil dit pakket versturen naar Canada: I want to send this parcel to Canada.

    Transcript

    Klant: Goedemorgen. Ik wil dit pakket versturen naar Canada.

  9. Vraag 9 van 50

    Listen. What is the woman’s address?
    Luister en antwoord daarna. Het transcript verschijnt na je antwoord.
    Geen geluid? Lees de tekst

    Medewerker: Wat is uw adres?
    Vrouw: Kerkstraat 14, in Utrecht.

    Toon antwoord

    Antwoord: C. Kerkstraat 14, Utrecht

    She says Kerkstraat 14 (veertien) in Utrecht. Veertig would be 40.

    Transcript

    Medewerker: Wat is uw adres?
    Vrouw: Kerkstraat 14, in Utrecht.

  10. Vraag 10 van 50

    Read the form. When was Sara born?

    Inschrijfformulier sportschool
    Voornaam: Sara
    Achternaam: Visser
    Geboortedatum: 05-08-2001
    Adres: Molenweg 25
    Woonplaats: Leiden

    Toon antwoord

    Antwoord: B. 5 August 2001

    Dutch dates put the day first: 05-08-2001 is 5 August 2001.

  11. Vraag 11 van 50

    What does “te huur” mean?
    Toon antwoord

    Antwoord: B. for rent

    Te huur means for rent. For sale is te koop. Here te does not mean too.

  12. Vraag 12 van 50

    What is “de borg”?
    Toon antwoord

    Antwoord: D. the deposit

    De borg is the deposit you pay before you move in. The rent is de huur and the landlord is de verhuurder.

  13. Vraag 13 van 50

    An ad says: “€950 p/m excl. g/w/l”. What does it mean?
    Toon antwoord

    Antwoord: B. €950 a month, bills not included

    P/m is per month, excl. means not included, and g/w/l is gas, water and electricity.

  14. Vraag 14 van 50

    What does “gemeubileerd” mean?
    Toon antwoord

    Antwoord: C. furnished

    Gemeubileerd means furnished: the home has furniture (meubels).

  15. Vraag 15 van 50

    How do you ask “When can I come and see it?”
    Toon antwoord

    Antwoord: B. Wanneer kan ik komen kijken?

    After the question word wanneer comes the verb kan, then ik. The infinitives komen kijken go to the end.

  16. Vraag 16 van 50

    Your new neighbour is a woman. She is your ...
    Toon antwoord

    Antwoord: A. buurvrouw

    A female neighbour is de buurvrouw (vrouw = woman). A male neighbour is de buurman.

  17. Vraag 17 van 50

    You call about an ad. The landlord says: “Ja, het appartement is nog vrij.” What do you ask next?
    Toon antwoord

    Antwoord: B. Wanneer kan ik komen kijken?

    The apartment is still free (vrij), so the next step is to ask when you can come and see it.

  18. Vraag 18 van 50

    Listen. What does the landlord say about the rent?
    Luister en antwoord daarna. Het transcript verschijnt na je antwoord.
    Geen geluid? Lees de tekst

    Verhuurder: De huur is 850 euro per maand, inclusief gas, water en licht.

    Toon antwoord

    Antwoord: A. €850 a month, bills included

    The landlord says 850 euro per maand, inclusief gas, water en licht: the bills are included.

    Transcript

    Verhuurder: De huur is 850 euro per maand, inclusief gas, water en licht.

  19. Vraag 19 van 50

    Listen. Who is Bram?
    Luister en antwoord daarna. Het transcript verschijnt na je antwoord.
    Geen geluid? Lees de tekst

    Man: Goedenavond, ik ben Bram. Ik ben uw nieuwe buurman. Ik woon op nummer 15.

    Toon antwoord

    Antwoord: B. the new neighbour

    Bram says ik ben uw nieuwe buurman: I am your new neighbour. He lives at number 15.

    Transcript

    Man: Goedenavond, ik ben Bram. Ik ben uw nieuwe buurman. Ik woon op nummer 15.

  20. Vraag 20 van 50

    Read the ad. How many bedrooms does the apartment usually have?

    TE HUUR – Haarlem
    3-kamerappartement, 70 m², gemeubileerd
    Huur: €1.250 p/m incl. g/w/l
    Borg: €1.250
    Per direct beschikbaar
    Bel de verhuurder om te komen kijken.

    Toon antwoord

    Antwoord: C. two

    In Dutch ads kamers counts the living room too, so a 3-kamerappartement usually has a living room and two bedrooms.

  21. Vraag 21 van 50

    What does “Brand!” mean?
    Toon antwoord

    Antwoord: C. Fire!

    Brand means fire. Shout Brand! and call 112 for the fire brigade (de brandweer).

  22. Vraag 22 van 50

    In the Netherlands, which number do you call in an emergency for the police, fire brigade or ambulance?
    Toon antwoord

    Antwoord: B. 112

    112 is the emergency number in the Netherlands and in every EU country. The call is free. (Sources: European Commission, digital-strategy.ec.europa.eu/en/policies/112; Dutch police, politie.nl/contact)

  23. Vraag 23 van 50

    You need the Dutch police, but it is not an emergency. Which number do you call?
    Toon antwoord

    Antwoord: A. 0900-8844

    The Dutch police say: Geen spoed, wel politie? Bel 0900-8844. Keep 112 for emergencies. (Source: Dutch police, politie.nl/contact)

  24. Vraag 24 van 50

    What is true about 112?
    Toon antwoord

    Antwoord: B. It works in every EU country.

    112 is available everywhere in the EU, free of charge, from fixed and mobile phones. (Source: European Commission, digital-strategy.ec.europa.eu/en/policies/112)

  25. Vraag 25 van 50

    Fill the gap: Bel een ___! (Call an ambulance!)
    Toon antwoord

    Antwoord: B. ambulance

    Bel een ambulance! means call an ambulance. Het ziekenhuis is the hospital. In an emergency, call 112.

  26. Vraag 26 van 50

    How do you say “Someone is hurt”?
    Toon antwoord

    Antwoord: B. Iemand is gewond.

    Gewond means hurt or injured, and you use is: iemand is gewond. Niemand means nobody.

  27. Vraag 27 van 50

    On a 112 call, the operator asks: “Waar bent u?” Which reply fits?
    Toon antwoord

    Antwoord: A. In de Stationsstraat, bij nummer 10.

    Waar asks where. Give the street and number so help can find you quickly.

  28. Vraag 28 van 50

    Listen. What happened?
    Luister en antwoord daarna. Het transcript verschijnt na je antwoord.
    Geen geluid? Lees de tekst

    Help! Er is een ongeluk gebeurd. Iemand is gewond. Bel een ambulance!

    Toon antwoord

    Antwoord: B. There was an accident and someone is hurt.

    Er is een ongeluk gebeurd means there has been an accident, and iemand is gewond means someone is hurt. Call 112 in an emergency.

    Transcript

    Help! Er is een ongeluk gebeurd. Iemand is gewond. Bel een ambulance!

  29. Vraag 29 van 50

    Listen. What does the man want?
    Luister en antwoord daarna. Het transcript verschijnt na je antwoord.
    Geen geluid? Lees de tekst

    Agent: Goedemiddag, kan ik u helpen?
    Man: Ja, mijn fiets is gestolen. Ik wil aangifte doen.

    Toon antwoord

    Antwoord: A. To report that his bike was stolen

    He says mijn fiets is gestolen (my bike has been stolen) and ik wil aangifte doen (I want to report a crime).

    Transcript

    Agent: Goedemiddag, kan ik u helpen?
    Man: Ja, mijn fiets is gestolen. Ik wil aangifte doen.

  30. Vraag 30 van 50

    Read the sign. What should you do if there is a fire?

    Bij brand:
    Bel 112.
    Gebruik de lift niet.
    Ga via de trap naar buiten.

    Toon antwoord

    Antwoord: D. Use the stairs and go outside.

    The sign says do not use the lift (elevator) and go outside by the stairs (de trap). For a fire, call 112, not 0900-8844. (Sources: European Commission, digital-strategy.ec.europa.eu/en/policies/112; Dutch police, politie.nl/contact)

  31. Vraag 31 van 50

    What does “Hoe was je weekend?” mean?
    Toon antwoord

    Antwoord: A. How was your weekend?

    Hoe means how and was is the past of is: How was your weekend?

  32. Vraag 32 van 50

    A colleague says: “Fijn weekend!” What do you answer?
    Toon antwoord

    Antwoord: D. Jij ook!

    Jij ook! means you too. Ik ook! means me too, which does not fit here.

  33. Vraag 33 van 50

    What does “gezellig” mean?
    Toon antwoord

    Antwoord: A. cosy, friendly and fun

    Gezellig describes a cosy, friendly and fun time or place: Het was heel gezellig!

  34. Vraag 34 van 50

    Someone says: “Je Nederlands is goed!” What is a good reply?
    Toon antwoord

    Antwoord: A. Dank je, dat is lief.

    To thank someone for a compliment, say dank je (thank you). Graag gedaan means you’re welcome.

  35. Vraag 35 van 50

    Fill the gap: Lekker weer, ___?
    Toon antwoord

    Antwoord: D. hè

    Hè at the end of a sentence asks the other person to agree, like “isn’t it?”.

  36. Vraag 36 van 50

    How do you say “How nice!”?
    Toon antwoord

    Antwoord: D. Wat leuk!

    Wat + an adjective makes an exclamation: Wat leuk! means how nice!

  37. Vraag 37 van 50

    Put the words in order: weekend / je / was / hoe
    Toon antwoord

    Antwoord: D. Hoe was je weekend?

    Question word first, then the verb, then the subject: Hoe was je weekend?

  38. Vraag 38 van 50

    Listen. What did Fleur do this weekend?
    Luister en antwoord daarna. Het transcript verschijnt na je antwoord.
    Geen geluid? Lees de tekst

    Joris: Hoe was je weekend, Fleur?
    Fleur: Heel gezellig! Ik ben met vrienden naar het strand gegaan.

    Toon antwoord

    Antwoord: B. She went to the beach with friends.

    Fleur says ik ben met vrienden naar het strand gegaan: I went to the beach with friends.

    Transcript

    Joris: Hoe was je weekend, Fleur?
    Fleur: Heel gezellig! Ik ben met vrienden naar het strand gegaan.

  39. Vraag 39 van 50

    Listen. How is Daan?
    Luister en antwoord daarna. Het transcript verschijnt na je antwoord.
    Geen geluid? Lees de tekst

    Sanne: Hoe gaat het met je, Daan?
    Daan: Druk, druk, druk! Veel werk.

    Toon antwoord

    Antwoord: D. He is very busy.

    Daan says druk, druk, druk! Veel werk. Druk means busy, and veel werk means a lot of work.

    Transcript

    Sanne: Hoe gaat het met je, Daan?
    Daan: Druk, druk, druk! Veel werk.

  40. Vraag 40 van 50

    Read the message. Why does Emma write?

    Hoi Lotte! Bedankt voor het etentje gisteren. Het was heel gezellig! Je soep was echt lekker. Fijn weekend! Groetjes, Emma

    Toon antwoord

    Antwoord: C. To thank Lotte for dinner

    Bedankt voor het etentje means thanks for the dinner. She also says it was gezellig.

  41. Vraag 41 van 50

    What does “Ik kom uit Canada” mean?
    Toon antwoord

    Antwoord: B. I’m from Canada.

    Komen uit means to come from: Ik kom uit Canada = I’m from Canada. To live is wonen.

  42. Vraag 42 van 50

    Choose the correct form: Zij (she) ___ in een ziekenhuis. (werken)
    Toon antwoord

    Antwoord: D. werkt

    With zij (she), add -t to the stem: werk + t = zij werkt. Werken is for wij, jullie and zij (they).

  43. Vraag 43 van 50

    Choose the correct form: Wij wonen in een ___ appartement. (klein)
    Toon antwoord

    Antwoord: A. klein

    Appartement is a het-word. After een with a singular het-word, the adjective has no -e: een klein appartement.

  44. Vraag 44 van 50

    Which sentence is correct?
    Toon antwoord

    Antwoord: C. Morgen ga ik naar de markt.

    The verb is second in a statement. After morgen comes the verb ga, then the subject ik.

  45. Vraag 45 van 50

    Fill the gap: Gisteren ___ ik naar Utrecht gegaan.
    Toon antwoord

    Antwoord: D. ben

    Gaan uses zijn in the perfect tense. With ik the form is ben: ik ben gegaan.

  46. Vraag 46 van 50

    Fill the gap: Ik heb gisteren tennis ___. (spelen)
    Toon antwoord

    Antwoord: A. gespeeld

    The stem speel ends in l, which is not in ’t kofschip, so add -d: gespeeld.

  47. Vraag 47 van 50

    Someone says: “Dank je wel!” What do you answer?
    Toon antwoord

    Antwoord: C. Graag gedaan.

    Graag gedaan means you’re welcome. Ja, graag means yes, please.

  48. Vraag 48 van 50

    Listen. Where does Sam work?
    Luister en antwoord daarna. Het transcript verschijnt na je antwoord.
    Geen geluid? Lees de tekst

    Hallo, ik ben Sam. Ik kom uit Canada. Ik woon in Amsterdam en ik werk in een ziekenhuis.

    Toon antwoord

    Antwoord: D. in a hospital

    Sam says ik werk in een ziekenhuis: I work in a hospital. Sam is from Canada and lives in Amsterdam.

    Transcript

    Hallo, ik ben Sam. Ik kom uit Canada. Ik woon in Amsterdam en ik werk in een ziekenhuis.

  49. Vraag 49 van 50

    Listen. What does the customer order?
    Luister en antwoord daarna. Het transcript verschijnt na je antwoord.
    Geen geluid? Lees de tekst

    Klant: Mag ik een koffie en een stuk appeltaart, alstublieft?
    Ober: Natuurlijk.

    Toon antwoord

    Antwoord: A. a coffee and a piece of apple pie

    The customer asks for een koffie en een stuk appeltaart: a coffee and a piece of apple pie.

    Transcript

    Klant: Mag ik een koffie en een stuk appeltaart, alstublieft?
    Ober: Natuurlijk.

  50. Vraag 50 van 50

    Read the text. What is Mila going to do next year?

    Hoi! Ik ben Mila. Ik woon in Rotterdam en ik werk bij een bank. In mijn vrije tijd fiets ik graag. Vorige week heb ik veel gefietst. Volgend jaar ga ik een cursus Nederlands A2 doen.

    Toon antwoord

    Antwoord: C. Take an A2 Dutch course

    Volgend jaar ga ik een cursus Nederlands A2 doen means next year I’m going to do an A2 Dutch course. This is the future with gaan.

Andere plannen voor deze cursus