Basic Dutch in 7 Days (Fast Track): Work and jobs, Free time, Health and more
Themaquiz zonder tijdslimiet: 40 vragen over Work and jobs, Free time, Health and more, met een uitleg na elk antwoord. Vragen en antwoorden worden elke keer gehusseld.
Dag 5: Work and jobs, Free time, Health and more
-
Vraag 1 van 40
Toon antwoord
Antwoord: C. the cook
De kok is the cook. The kitchen is de keuken and the baker is de bakker.
-
Vraag 2 van 40
Toon antwoord
Antwoord: B. Ik ben leraar.
To say your job, use ben (from zijn) with no article: Ik ben leraar. Ik ben de leraar means I am the teacher.
-
Vraag 3 van 40
Toon antwoord
Antwoord: A. heeft
Hebben is irregular. With hij, zij and het the form is heeft.
-
Vraag 4 van 40
Toon antwoord
Antwoord: B. hebben
With wij, jullie and zij (they), use the full form hebben: wij hebben vandaag vrij.
-
Vraag 5 van 40
Toon antwoord
Antwoord: C. Heb
When jij comes after the verb, drop the -t: Heb jij een auto?
-
Vraag 6 van 40
Toon antwoord
Antwoord: B. bij
Use bij with a company or employer: Ik werk bij een bank.
-
Vraag 7 van 40
Toon antwoord
Antwoord: A. Ik ben kok in een restaurant.
The question asks about your job, so you answer with a job: Ik ben kok (I am a cook).
-
Vraag 8 van 40
Toon antwoord
Antwoord: A. nurse
Fleur says ik ben verpleegkundige: I am a nurse. She works in a hospital (een ziekenhuis).
Transcript
Daan: Wat doe jij voor werk, Fleur?
Fleur: Ik ben verpleegkundige. Ik werk in een ziekenhuis. -
Vraag 9 van 40
Toon antwoord
Antwoord: C. The speaker has the day off.
Vandaag heb ik vrij means today I have the day off. Vrij hebben means to be free from work.
Transcript
Ik werk bij een bank. Maar vandaag heb ik vrij.
-
Vraag 10 van 40
Toon antwoord
Antwoord: A. Wednesday to Saturday, 4 p.m. to 10 p.m.
Woensdag tot en met zaterdag means Wednesday up to and including Saturday, and 16.00 to 22.00 is 4 p.m. to 10 p.m.
-
Vraag 11 van 40
Toon antwoord
Antwoord: D. I like reading.
Graag after a verb means you like doing it: ik lees graag = I like reading.
-
Vraag 12 van 40
Toon antwoord
Antwoord: C. I love music.
Houden van means to love or really like. Houden alone can mean to hold, but with van it means love.
-
Vraag 13 van 40
Toon antwoord
Antwoord: C. Ik zwem graag.
Graag comes right after the verb: ik zwem graag.
-
Vraag 14 van 40
Toon antwoord
Antwoord: C. Ik kook niet graag.
Put niet before graag, after the verb: ik kook niet graag. Geen is used with nouns, not here.
-
Vraag 15 van 40
Toon antwoord
Antwoord: C. leuk
Use leuk with vinden: Ik vind fietsen leuk = I like cycling (I find cycling fun).
-
Vraag 16 van 40
Toon antwoord
Antwoord: C. van
The verb is houden van: ik hou van voetbal (I love soccer).
-
Vraag 17 van 40
Toon antwoord
Antwoord: D. Ik ook!
Ik ook! means me too. Ik niet means I don’t, and Ja, graag means yes, please.
-
Vraag 18 van 40
Toon antwoord
Antwoord: D. Cycling and playing the guitar
Ruben says ik fiets graag (I like cycling) and ik speel gitaar (I play the guitar).
Transcript
Emma: Wat doe je in je vrije tijd, Ruben?
Ruben: Ik fiets graag. En ik speel gitaar. -
Vraag 19 van 40
Toon antwoord
Antwoord: C. watching TV
Niet leuk means not fun. The speaker likes reading (lezen) but does not like watching TV (tv kijken).
Transcript
Ik vind lezen leuk. Maar ik vind tv kijken niet leuk.
-
Vraag 20 van 40
Toon antwoord
Antwoord: D. He plays soccer.
The text says ik voetbal op zaterdag: on Saturday he plays soccer. He swims on Monday.
-
Vraag 21 van 40
Toon antwoord
Antwoord: A. the head
Het hoofd is the head. The hand is de hand, the stomach is de buik and the back is de rug.
-
Vraag 22 van 40
Toon antwoord
Antwoord: A. Ik heb keelpijn.
De keel is the throat, so keelpijn is a sore throat. Use hebben: ik heb keelpijn.
-
Vraag 23 van 40
Toon antwoord
Antwoord: A. doet
Use doet pijn for one body part: mijn arm doet pijn (my arm hurts).
-
Vraag 24 van 40
Toon antwoord
Antwoord: C. doen
Voeten is plural (more than one foot), so use doen: mijn voeten doen pijn.
-
Vraag 25 van 40
Toon antwoord
Antwoord: A. I have a cold.
Verkouden means having a cold (a runny nose, sneezing). For a fever, say ik heb koorts.
-
Vraag 26 van 40
Toon antwoord
Antwoord: B. de huisarts
De huisarts is the family doctor (huis = house, arts = doctor). De apotheek is the pharmacy and het ziekenhuis is the hospital.
-
Vraag 27 van 40
Toon antwoord
Antwoord: C. Beterschap!
Beterschap! means get well soon. Gefeliciteerd! means congratulations.
-
Vraag 28 van 40
Toon antwoord
Antwoord: A. a headache and a fever
The patient says ik heb hoofdpijn en koorts: I have a headache and a fever.
Transcript
Dokter: Wat is er aan de hand?
Patiënt: Ik heb hoofdpijn en koorts. -
Vraag 29 van 40
Toon antwoord
Antwoord: C. three days
The patient answers drie dagen: three days. Keelpijn is a sore throat.
Transcript
Dokter: Hoe lang heeft u al keelpijn?
Patiënt: Drie dagen. -
Vraag 30 van 40
Toon antwoord
Antwoord: A. One tablet twice a day, after eating
2 keer per dag 1 tablet means one tablet two times a day, and na het eten means after eating.
-
Vraag 31 van 40
Toon antwoord
Antwoord: C. the coat
De jas is a coat or jacket. A dress is de jurk, a skirt is de rok and a sweater is de trui.
-
Vraag 32 van 40
Toon antwoord
Antwoord: D. yellow
Geel is yellow. Green is groen, grey is grijs and blue is blauw.
-
Vraag 33 van 40
Toon antwoord
Antwoord: B. zwarte
Jas is a de-word, so the adjective gets -e, also after een: een zwarte jas.
-
Vraag 34 van 40
Toon antwoord
Antwoord: C. wit
Overhemd is a het-word. After een with a singular het-word, the adjective has no -e: een wit overhemd.
-
Vraag 35 van 40
Toon antwoord
Antwoord: D. rode
After het, the adjective gets -e. Rood keeps its long sound with one o: het rode T-shirt.
-
Vraag 36 van 40
Toon antwoord
Antwoord: C. De jurk is blauw.
After is or zijn, the adjective has no -e: de jurk is blauw.
-
Vraag 37 van 40
Toon antwoord
Antwoord: B. Ik heb maat 38.
Maat means size. You answer with your size: Ik heb maat 38.
-
Vraag 38 van 40
Toon antwoord
Antwoord: A. Hij is te klein.
Te klein means too small. Use hij for a de-word like de jas. Te groot means too big.
-
Vraag 39 van 40
Toon antwoord
Antwoord: C. the sweater in green
Lotte asks hebt u deze trui ook in het groen? De trui is a sweater and groen is green.
Transcript
Lotte: Hebt u deze trui ook in het groen?
Verkoper: Ja, in maat 36 en 38. -
Vraag 40 van 40
Toon antwoord
Antwoord: D. black pants, a white shirt and brown shoes
The speaker says een zwarte broek (black pants), een wit overhemd (a white shirt) and bruine schoenen (brown shoes).
Transcript
Daan draagt een zwarte broek, een wit overhemd en bruine schoenen.
Toetsenbord: 1–4 om te antwoorden, Enter voor de volgende vraag.