Basic Dutch in 30 Days: Telling the time
Themaquiz zonder tijdslimiet: 10 vragen over Telling the time, met een uitleg na elk antwoord. Vragen en antwoorden worden elke keer gehusseld.
Dag 6: Telling the time
-
Vraag 1 van 10
Toon antwoord
Antwoord: A. What time is it?
Hoe laat is het? asks for the time. Laat on its own means “late”.
-
Vraag 2 van 10
Toon antwoord
Antwoord: C. 3:30
Half vier means half an hour before four: 3:30.
-
Vraag 3 van 10
Toon antwoord
Antwoord: C. kwart over acht
Kwart over means a quarter past: kwart over acht is 8:15. Kwart voor acht is 7:45.
-
Vraag 4 van 10
Toon antwoord
Antwoord: A. kwart voor zes
Kwart voor zes is a quarter to six: 5:45. Half zes is 5:30.
-
Vraag 5 van 10
Toon antwoord
Antwoord: A. om
Use om for clock times: om negen uur (at nine o’clock).
-
Vraag 6 van 10
Toon antwoord
Antwoord: C. 2:20
Half drie is 2:30. Ten minutes before that (tien voor) is 2:20.
-
Vraag 7 van 10
Toon antwoord
Antwoord: B. On Sunday
“zo gesloten” means closed on Sunday (zondag).
-
Vraag 8 van 10
Toon antwoord
Antwoord: B. 8:00
“za 8.00–17.00 uur” means Saturday from 8:00 to 17:00.
-
Vraag 9 van 10
Toon antwoord
Antwoord: B. 10:45
Kwart voor elf is a quarter to eleven: 10:45.
Transcript
Het is kwart voor elf.
-
Vraag 10 van 10
Toon antwoord
Antwoord: D. At 10 p.m.
Jan says it closes (gaat dicht) om tien uur ’s avonds: at ten in the evening. It opens at eight. Hij (it) refers to de supermarkt, a de-word.
Transcript
Mila: Hoe laat gaat de supermarkt open?
Jan: Om acht uur. En hij gaat om tien uur ’s avonds dicht.
Toetsenbord: 1–4 om te antwoorden, Enter voor de volgende vraag.