Basic Dutch in 30 Days: Numbers 0–100
Themaquiz zonder tijdslimiet: 10 vragen over Numbers 0–100, met een uitleg na elk antwoord. Vragen en antwoorden worden elke keer gehusseld.
Dag 4: Numbers 0–100
-
Vraag 1 van 10
Toon antwoord
Antwoord: A. 7
Zeven is 7. 17 is zeventien and 70 is zeventig.
-
Vraag 2 van 10
Toon antwoord
Antwoord: A. dertien
13 is dertien. Dertig is 30.
-
Vraag 3 van 10
Toon antwoord
Antwoord: B. veertig
40 is veertig, spelled with ee. Veertien is 14.
-
Vraag 4 van 10
Toon antwoord
Antwoord: B. vijfenveertig
From 21 to 99, the small number comes first, then en, then the tens: vijf-en-veertig.
-
Vraag 5 van 10
Toon antwoord
Antwoord: A. tweeëntachtig
After twee, write ë: twee-ën-tachtig. 80 is tachtig, with a t.
-
Vraag 6 van 10
Toon antwoord
Antwoord: D. Ik ben dertig jaar.
For age, Dutch uses zijn (to be): Ik ben dertig jaar. Jaar stays singular after a number.
-
Vraag 7 van 10
Toon antwoord
Antwoord: A. How old are you?
Oud means “old”. “How are you?” is Hoe gaat het met u?
-
Vraag 8 van 10
Toon antwoord
Antwoord: D. 33
Drieëndertig = drie (3) + en + dertig (30) = 33.
Transcript
Ik ben drieëndertig jaar.
-
Vraag 9 van 10
Toon antwoord
Antwoord: B. 06 28 15 90 11
Achtentwintig is 28 (8 + 20), vijftien is 15 and negentig is 90.
Transcript
Mijn nummer is nul zes, achtentwintig, vijftien, negentig, elf.
-
Vraag 10 van 10
Toon antwoord
Antwoord: A. 21
Lisa says eenentwintig: een (1) + en + twintig (20) = 21. Daan is 19 (negentien).
Transcript
Lisa: Hoe oud ben je?
Daan: Ik ben negentien. En jij?
Lisa: Ik ben eenentwintig.
Toetsenbord: 1–4 om te antwoorden, Enter voor de volgende vraag.