Basic Dutch in 30 Days: Review
Themaquiz zonder tijdslimiet: 10 vragen over Review, met een uitleg na elk antwoord. Vragen en antwoorden worden elke keer gehusseld.
Dag 30: Review
-
Vraag 1 van 10
Toon antwoord
Antwoord: B. I’m from Canada.
Komen uit means to come from: Ik kom uit Canada = I’m from Canada. To live is wonen.
-
Vraag 2 van 10
Toon antwoord
Antwoord: D. werkt
With zij (she), add -t to the stem: werk + t = zij werkt. Werken is for wij, jullie and zij (they).
-
Vraag 3 van 10
Toon antwoord
Antwoord: A. klein
Appartement is a het-word. After een with a singular het-word, the adjective has no -e: een klein appartement.
-
Vraag 4 van 10
Toon antwoord
Antwoord: C. Morgen ga ik naar de markt.
The verb is second in a statement. After morgen comes the verb ga, then the subject ik.
-
Vraag 5 van 10
Toon antwoord
Antwoord: D. ben
Gaan uses zijn in the perfect tense. With ik the form is ben: ik ben gegaan.
-
Vraag 6 van 10
Toon antwoord
Antwoord: A. gespeeld
The stem speel ends in l, which is not in ’t kofschip, so add -d: gespeeld.
-
Vraag 7 van 10
Toon antwoord
Antwoord: C. Graag gedaan.
Graag gedaan means you’re welcome. Ja, graag means yes, please.
-
Vraag 8 van 10
Toon antwoord
Antwoord: D. in a hospital
Sam says ik werk in een ziekenhuis: I work in a hospital. Sam is from Canada and lives in Amsterdam.
Transcript
Hallo, ik ben Sam. Ik kom uit Canada. Ik woon in Amsterdam en ik werk in een ziekenhuis.
-
Vraag 9 van 10
Toon antwoord
Antwoord: A. a coffee and a piece of apple pie
The customer asks for een koffie en een stuk appeltaart: a coffee and a piece of apple pie.
Transcript
Klant: Mag ik een koffie en een stuk appeltaart, alstublieft?
Ober: Natuurlijk. -
Vraag 10 van 10
Toon antwoord
Antwoord: C. Take an A2 Dutch course
Volgend jaar ga ik een cursus Nederlands A2 doen means next year I’m going to do an A2 Dutch course. This is the future with gaan.
Toetsenbord: 1–4 om te antwoorden, Enter voor de volgende vraag.