Basic Dutch in 30 Days: Review

Themenquiz ohne Zeitlimit: 10 Fragen zu Review, mit einer Erklärung nach jeder Antwort. Fragen und Antworten werden jedes Mal neu gemischt.

  • Kurs
  • Niederlande
  • 300 Fragen
  • Geprüft am 13. Oktober 2026
  • Sprachlich geprüft am 13. Oktober 2026
Beginnen Sie mit den LektionenBasic Dutch: 30 Lessons: etwa 750 Minuten Lesezeit. Jede Testfrage wird in den Lektionen behandelt.

Tag 30: Review

  1. Frage 1 von 10

    What does “Ik kom uit Canada” mean?
    Antwort anzeigen

    Antwort: B. I’m from Canada.

    Komen uit means to come from: Ik kom uit Canada = I’m from Canada. To live is wonen.

  2. Frage 2 von 10

    Choose the correct form: Zij (she) ___ in een ziekenhuis. (werken)
    Antwort anzeigen

    Antwort: D. werkt

    With zij (she), add -t to the stem: werk + t = zij werkt. Werken is for wij, jullie and zij (they).

  3. Frage 3 von 10

    Choose the correct form: Wij wonen in een ___ appartement. (klein)
    Antwort anzeigen

    Antwort: A. klein

    Appartement is a het-word. After een with a singular het-word, the adjective has no -e: een klein appartement.

  4. Frage 4 von 10

    Which sentence is correct?
    Antwort anzeigen

    Antwort: C. Morgen ga ik naar de markt.

    The verb is second in a statement. After morgen comes the verb ga, then the subject ik.

  5. Frage 5 von 10

    Fill the gap: Gisteren ___ ik naar Utrecht gegaan.
    Antwort anzeigen

    Antwort: D. ben

    Gaan uses zijn in the perfect tense. With ik the form is ben: ik ben gegaan.

  6. Frage 6 von 10

    Fill the gap: Ik heb gisteren tennis ___. (spelen)
    Antwort anzeigen

    Antwort: A. gespeeld

    The stem speel ends in l, which is not in ’t kofschip, so add -d: gespeeld.

  7. Frage 7 von 10

    Someone says: “Dank je wel!” What do you answer?
    Antwort anzeigen

    Antwort: C. Graag gedaan.

    Graag gedaan means you’re welcome. Ja, graag means yes, please.

  8. Frage 8 von 10

    Listen. Where does Sam work?
    Hören Sie zu und antworten Sie dann. Das Transkript erscheint nach Ihrer Antwort.
    Kein Ton? Lesen Sie den Text

    Hallo, ik ben Sam. Ik kom uit Canada. Ik woon in Amsterdam en ik werk in een ziekenhuis.

    Antwort anzeigen

    Antwort: D. in a hospital

    Sam says ik werk in een ziekenhuis: I work in a hospital. Sam is from Canada and lives in Amsterdam.

    Transkript

    Hallo, ik ben Sam. Ik kom uit Canada. Ik woon in Amsterdam en ik werk in een ziekenhuis.

  9. Frage 9 von 10

    Listen. What does the customer order?
    Hören Sie zu und antworten Sie dann. Das Transkript erscheint nach Ihrer Antwort.
    Kein Ton? Lesen Sie den Text

    Klant: Mag ik een koffie en een stuk appeltaart, alstublieft?
    Ober: Natuurlijk.

    Antwort anzeigen

    Antwort: A. a coffee and a piece of apple pie

    The customer asks for een koffie en een stuk appeltaart: a coffee and a piece of apple pie.

    Transkript

    Klant: Mag ik een koffie en een stuk appeltaart, alstublieft?
    Ober: Natuurlijk.

  10. Frage 10 von 10

    Read the text. What is Mila going to do next year?

    Hoi! Ik ben Mila. Ik woon in Rotterdam en ik werk bij een bank. In mijn vrije tijd fiets ik graag. Vorige week heb ik veel gefietst. Volgend jaar ga ik een cursus Nederlands A2 doen.

    Antwort anzeigen

    Antwort: C. Take an A2 Dutch course

    Volgend jaar ga ik een cursus Nederlands A2 doen means next year I’m going to do an A2 Dutch course. This is the future with gaan.

Weitere Pläne für diesen Kurs