Basic Dutch in 30 Days: Yesterday

Themaquiz zonder tijdslimiet: 10 vragen over Yesterday, met een uitleg na elk antwoord. Vragen en antwoorden worden elke keer gehusseld.

  • Cursus
  • Nederland
  • 300 vragen
  • Gecontroleerd op 13 oktober 2026
  • Taalkundig nagekeken op 13 oktober 2026
Begin met de lessenBasic Dutch: 30 Lessons: ongeveer 750 minuten leestijd. Elke testvraag wordt in de lessen behandeld.

Dag 23: Yesterday

  1. Vraag 1 van 10

    What does “gisteren” mean?
    Toon antwoord

    Antwoord: A. yesterday

    Gisteren means yesterday. Tomorrow is morgen, today is vandaag and last week is vorige week.

  2. Vraag 2 van 10

    Choose the participle of “werken”.
    Toon antwoord

    Antwoord: A. gewerkt

    The stem werk ends in k, a letter from ’t kofschip, so add ge- and -t: gewerkt.

  3. Vraag 3 van 10

    Choose the participle of “wonen”.
    Toon antwoord

    Antwoord: D. gewoond

    The stem woon ends in n, which is not in ’t kofschip, so add -d: gewoond.

  4. Vraag 4 van 10

    Fill the gap: Ik ___ gisteren pasta gekookt.
    Toon antwoord

    Antwoord: B. heb

    Koken uses hebben in the perfect tense. With ik the form is heb.

  5. Vraag 5 van 10

    Fill the gap: Wij ___ naar het strand gegaan.
    Toon antwoord

    Antwoord: B. zijn

    Gaan (to go somewhere) uses zijn in the perfect tense: wij zijn gegaan.

  6. Vraag 6 van 10

    How do you say “I saw a film”?
    Toon antwoord

    Antwoord: D. Ik heb een film gezien.

    Zien is irregular: the participle is gezien. It uses hebben, and the participle goes to the end.

  7. Vraag 7 van 10

    Which sentence is correct?
    Toon antwoord

    Antwoord: D. Gisteren heb ik gefietst.

    After gisteren the verb heb comes second. Fiets ends in s, a ’t kofschip letter, so the participle ends in -t.

  8. Vraag 8 van 10

    Listen. What did Emma do yesterday?
    Luister en antwoord daarna. Het transcript verschijnt na je antwoord.
    Geen geluid? Lees de tekst

    Lucas: Wat heb je gisteren gedaan?
    Emma: Ik heb gewerkt en ’s avonds heb ik gekookt.

    Toon antwoord

    Antwoord: C. She worked and cooked in the evening.

    Emma says ik heb gewerkt (I worked) and ’s avonds heb ik gekookt (in the evening I cooked).

    Transcript

    Lucas: Wat heb je gisteren gedaan?
    Emma: Ik heb gewerkt en ’s avonds heb ik gekookt.

  9. Vraag 9 van 10

    Listen. Where did the speaker go last week?
    Luister en antwoord daarna. Het transcript verschijnt na je antwoord.
    Geen geluid? Lees de tekst

    Vorige week ben ik naar Utrecht gegaan. Ik heb daar mijn zus gezien.

    Toon antwoord

    Antwoord: B. to Utrecht

    Vorige week ben ik naar Utrecht gegaan means last week I went to Utrecht. Gaan uses zijn.

    Transcript

    Vorige week ben ik naar Utrecht gegaan. Ik heb daar mijn zus gezien.

  10. Vraag 10 van 10

    Read the text. What did the writer do in the afternoon?

    Zaterdag
    ’s Ochtends heb ik boodschappen gedaan. ’s Middags heb ik met Joris tennis gespeeld. ’s Avonds hebben we pizza gegeten en een film gezien.

    Toon antwoord

    Antwoord: B. Played tennis with Joris.

    ’s Middags heb ik met Joris tennis gespeeld means in the afternoon I played tennis with Joris.

Andere plannen voor deze cursus