Basic Dutch in 30 Days: Yesterday
Themenquiz ohne Zeitlimit: 10 Fragen zu Yesterday, mit einer Erklärung nach jeder Antwort. Fragen und Antworten werden jedes Mal neu gemischt.
Tag 23: Yesterday
-
Frage 1 von 10
Antwort anzeigen
Antwort: A. yesterday
Gisteren means yesterday. Tomorrow is morgen, today is vandaag and last week is vorige week.
-
Frage 2 von 10
Antwort anzeigen
Antwort: A. gewerkt
The stem werk ends in k, a letter from ’t kofschip, so add ge- and -t: gewerkt.
-
Frage 3 von 10
Antwort anzeigen
Antwort: D. gewoond
The stem woon ends in n, which is not in ’t kofschip, so add -d: gewoond.
-
Frage 4 von 10
Antwort anzeigen
Antwort: B. heb
Koken uses hebben in the perfect tense. With ik the form is heb.
-
Frage 5 von 10
Antwort anzeigen
Antwort: B. zijn
Gaan (to go somewhere) uses zijn in the perfect tense: wij zijn gegaan.
-
Frage 6 von 10
Antwort anzeigen
Antwort: D. Ik heb een film gezien.
Zien is irregular: the participle is gezien. It uses hebben, and the participle goes to the end.
-
Frage 7 von 10
Antwort anzeigen
Antwort: D. Gisteren heb ik gefietst.
After gisteren the verb heb comes second. Fiets ends in s, a ’t kofschip letter, so the participle ends in -t.
-
Frage 8 von 10
Antwort anzeigen
Antwort: C. She worked and cooked in the evening.
Emma says ik heb gewerkt (I worked) and ’s avonds heb ik gekookt (in the evening I cooked).
Transkript
Lucas: Wat heb je gisteren gedaan?
Emma: Ik heb gewerkt en ’s avonds heb ik gekookt. -
Frage 9 von 10
Antwort anzeigen
Antwort: B. to Utrecht
Vorige week ben ik naar Utrecht gegaan means last week I went to Utrecht. Gaan uses zijn.
Transkript
Vorige week ben ik naar Utrecht gegaan. Ik heb daar mijn zus gezien.
-
Frage 10 von 10
Antwort anzeigen
Antwort: B. Played tennis with Joris.
’s Middags heb ik met Joris tennis gespeeld means in the afternoon I played tennis with Joris.
Tastatur: 1–4 zum Antworten, Eingabetaste für die nächste Frage.