Basic Dutch in 30 Days: Work and jobs

Themaquiz zonder tijdslimiet: 10 vragen over Work and jobs, met een uitleg na elk antwoord. Vragen en antwoorden worden elke keer gehusseld.

  • Cursus
  • Nederland
  • 300 vragen
  • Gecontroleerd op 13 oktober 2026
  • Taalkundig nagekeken op 13 oktober 2026
Begin met de lessenBasic Dutch: 30 Lessons: ongeveer 750 minuten leestijd. Elke testvraag wordt in de lessen behandeld.

Dag 17: Work and jobs

  1. Vraag 1 van 10

    What does “de kok” mean?
    Toon antwoord

    Antwoord: C. the cook

    De kok is the cook. The kitchen is de keuken and the baker is de bakker.

  2. Vraag 2 van 10

    Which sentence is the usual way to say “I am a teacher”?
    Toon antwoord

    Antwoord: B. Ik ben leraar.

    To say your job, use ben (from zijn) with no article: Ik ben leraar. Ik ben de leraar means I am the teacher.

  3. Vraag 3 van 10

    Choose the correct form: Hij ___ een nieuwe baan.
    Toon antwoord

    Antwoord: A. heeft

    Hebben is irregular. With hij, zij and het the form is heeft.

  4. Vraag 4 van 10

    Fill the gap: Wij ___ vandaag vrij.
    Toon antwoord

    Antwoord: B. hebben

    With wij, jullie and zij (they), use the full form hebben: wij hebben vandaag vrij.

  5. Vraag 5 van 10

    Fill the gap: ___ jij een auto?
    Toon antwoord

    Antwoord: C. Heb

    When jij comes after the verb, drop the -t: Heb jij een auto?

  6. Vraag 6 van 10

    Fill the gap: Ik werk ___ een bank.
    Toon antwoord

    Antwoord: B. bij

    Use bij with a company or employer: Ik werk bij een bank.

  7. Vraag 7 van 10

    Your colleague asks: “Wat doe je voor werk?” Which reply fits?
    Toon antwoord

    Antwoord: A. Ik ben kok in een restaurant.

    The question asks about your job, so you answer with a job: Ik ben kok (I am a cook).

  8. Vraag 8 van 10

    Listen. What is Fleur’s job?
    Luister en antwoord daarna. Het transcript verschijnt na je antwoord.
    Geen geluid? Lees de tekst

    Daan: Wat doe jij voor werk, Fleur?
    Fleur: Ik ben verpleegkundige. Ik werk in een ziekenhuis.

    Toon antwoord

    Antwoord: A. nurse

    Fleur says ik ben verpleegkundige: I am a nurse. She works in a hospital (een ziekenhuis).

    Transcript

    Daan: Wat doe jij voor werk, Fleur?
    Fleur: Ik ben verpleegkundige. Ik werk in een ziekenhuis.

  9. Vraag 9 van 10

    Listen. What does the speaker say about today?
    Luister en antwoord daarna. Het transcript verschijnt na je antwoord.
    Geen geluid? Lees de tekst

    Ik werk bij een bank. Maar vandaag heb ik vrij.

    Toon antwoord

    Antwoord: C. The speaker has the day off.

    Vandaag heb ik vrij means today I have the day off. Vrij hebben means to be free from work.

    Transcript

    Ik werk bij een bank. Maar vandaag heb ik vrij.

  10. Vraag 10 van 10

    Read the job ad. When does the cook work?

    Vacature: kok (parttime)
    Restaurant De Molen in Haarlem zoekt een kok.
    Werktijden: woensdag tot en met zaterdag, van 16.00 tot 22.00 uur.
    Interesse? Bel of mail Petra.

    Toon antwoord

    Antwoord: A. Wednesday to Saturday, 4 p.m. to 10 p.m.

    Woensdag tot en met zaterdag means Wednesday up to and including Saturday, and 16.00 to 22.00 is 4 p.m. to 10 p.m.

Andere plannen voor deze cursus