Basic Dutch in 30 Days: Work and jobs
Themenquiz ohne Zeitlimit: 10 Fragen zu Work and jobs, mit einer Erklärung nach jeder Antwort. Fragen und Antworten werden jedes Mal neu gemischt.
Tag 17: Work and jobs
-
Frage 1 von 10
Antwort anzeigen
Antwort: C. the cook
De kok is the cook. The kitchen is de keuken and the baker is de bakker.
-
Frage 2 von 10
Antwort anzeigen
Antwort: B. Ik ben leraar.
To say your job, use ben (from zijn) with no article: Ik ben leraar. Ik ben de leraar means I am the teacher.
-
Frage 3 von 10
Antwort anzeigen
Antwort: A. heeft
Hebben is irregular. With hij, zij and het the form is heeft.
-
Frage 4 von 10
Antwort anzeigen
Antwort: B. hebben
With wij, jullie and zij (they), use the full form hebben: wij hebben vandaag vrij.
-
Frage 5 von 10
Antwort anzeigen
Antwort: C. Heb
When jij comes after the verb, drop the -t: Heb jij een auto?
-
Frage 6 von 10
Antwort anzeigen
Antwort: B. bij
Use bij with a company or employer: Ik werk bij een bank.
-
Frage 7 von 10
Antwort anzeigen
Antwort: A. Ik ben kok in een restaurant.
The question asks about your job, so you answer with a job: Ik ben kok (I am a cook).
-
Frage 8 von 10
Antwort anzeigen
Antwort: A. nurse
Fleur says ik ben verpleegkundige: I am a nurse. She works in a hospital (een ziekenhuis).
Transkript
Daan: Wat doe jij voor werk, Fleur?
Fleur: Ik ben verpleegkundige. Ik werk in een ziekenhuis. -
Frage 9 von 10
Antwort anzeigen
Antwort: C. The speaker has the day off.
Vandaag heb ik vrij means today I have the day off. Vrij hebben means to be free from work.
Transkript
Ik werk bij een bank. Maar vandaag heb ik vrij.
-
Frage 10 von 10
Antwort anzeigen
Antwort: A. Wednesday to Saturday, 4 p.m. to 10 p.m.
Woensdag tot en met zaterdag means Wednesday up to and including Saturday, and 16.00 to 22.00 is 4 p.m. to 10 p.m.
Tastatur: 1–4 zum Antworten, Eingabetaste für die nächste Frage.