Basic Dutch in 30 Days: Getting around

Themaquiz zonder tijdslimiet: 10 vragen over Getting around, met een uitleg na elk antwoord. Vragen en antwoorden worden elke keer gehusseld.

  • Cursus
  • Nederland
  • 300 vragen
  • Gecontroleerd op 13 oktober 2026
  • Taalkundig nagekeken op 13 oktober 2026
Begin met de lessenBasic Dutch: 30 Lessons: ongeveer 750 minuten leestijd. Elke testvraag wordt in de lessen behandeld.

Dag 14: Getting around

  1. Vraag 1 van 10

    What is “de fiets”?
    Toon antwoord

    Antwoord: B. the bike

    De fiets is the bike (bicycle). The car is de auto.

  2. Vraag 2 van 10

    Complete: “Ik ga ___ de trein naar Amsterdam.”
    Toon antwoord

    Antwoord: A. met

    To say how you travel, use met de: met de trein, met de bus.

  3. Vraag 3 van 10

    What does “Enkele reis of retour?” mean?
    Toon antwoord

    Antwoord: D. One way or return?

    Enkele reis is a one-way ticket and retour is a return ticket.

  4. Vraag 4 van 10

    What does “De trein heeft vertraging” mean?
    Toon antwoord

    Antwoord: A. The train is delayed.

    Vertraging means delay. The train has a delay: it is late.

  5. Vraag 5 van 10

    At a station, what is “het spoor”?
    Toon antwoord

    Antwoord: B. the platform (track)

    Spoor is the track or platform: Van welk spoor vertrekt de trein?

  6. Vraag 6 van 10

    Complete: “De kat ligt ___ de tafel.” (under)
    Toon antwoord

    Antwoord: A. onder

    Onder means under. Op means on.

  7. Vraag 7 van 10

    The bus stop is between the bank and the church. Choose the correct sentence.
    Toon antwoord

    Antwoord: A. De halte is tussen de bank en de kerk.

    Tussen means between: tussen de bank en de kerk.

  8. Vraag 8 van 10

    Listen. Which ticket does the person want?
    Luister en antwoord daarna. Het transcript verschijnt na je antwoord.
    Geen geluid? Lees de tekst

    Een retour naar Leiden, alstublieft.

    Toon antwoord

    Antwoord: C. A return ticket to Leiden

    Retour means a return ticket, and the person wants to go to Leiden.

    Transcript

    Een retour naar Leiden, alstublieft.

  9. Vraag 9 van 10

    Listen. Which sentence is true?
    Luister en antwoord daarna. Het transcript verschijnt na je antwoord.
    Geen geluid? Lees de tekst

    De trein naar Rotterdam vertrekt van spoor zeven. De trein heeft tien minuten vertraging.

    Toon antwoord

    Antwoord: C. The train is 10 minutes late.

    The train leaves from spoor zeven (platform 7) and has tien minuten vertraging (a 10-minute delay).

    Transcript

    De trein naar Rotterdam vertrekt van spoor zeven. De trein heeft tien minuten vertraging.

  10. Vraag 10 van 10

    Listen. How does Mila go to work?
    Luister en antwoord daarna. Het transcript verschijnt na je antwoord.
    Geen geluid? Lees de tekst

    Jan: Ga je met de bus naar je werk?
    Mila: Nee, ik ga met de fiets.

    Toon antwoord

    Antwoord: A. By bike

    Mila says no to the bus: “ik ga met de fiets” (by bike).

    Transcript

    Jan: Ga je met de bus naar je werk?
    Mila: Nee, ik ga met de fiets.

Andere plannen voor deze cursus