Basic Dutch in 15 Days: About me and Numbers 0–100

Themaquiz zonder tijdslimiet: 20 vragen over About me and Numbers 0–100, met een uitleg na elk antwoord. Vragen en antwoorden worden elke keer gehusseld.

  • Cursus
  • Nederland
  • 300 vragen
  • Gecontroleerd op 13 oktober 2026
  • Taalkundig nagekeken op 13 oktober 2026
Begin met de lessenBasic Dutch: 30 Lessons: ongeveer 750 minuten leestijd. Elke testvraag wordt in de lessen behandeld.

Dag 2: About me and Numbers 0–100

  1. Vraag 1 van 20

    Choose the correct form: “Ik ___ student.”
    Toon antwoord

    Antwoord: C. ben

    With ik, zijn becomes ben: Ik ben student.

  2. Vraag 2 van 20

    Choose the correct form: “Hij ___ leraar.”
    Toon antwoord

    Antwoord: B. is

    With hij, zij and het, zijn becomes is: Hij is leraar.

  3. Vraag 3 van 20

    What does “Waar kom je vandaan?” mean?
    Toon antwoord

    Antwoord: D. Where are you from?

    Komen means “to come” and vandaan means “from”. “Where do you live?” is Waar woon je?

  4. Vraag 4 van 20

    Choose the correct question: “___ jij uit Canada?”
    Toon antwoord

    Antwoord: D. Kom

    When jij comes after the verb in a question, the verb drops its -t: jij komt → Kom jij…?

  5. Vraag 5 van 20

    Complete: “Ik spreek een beetje ___.”
    Toon antwoord

    Antwoord: D. Nederlands

    Nederlands is the language. Nederland is the country, and a Nederlander is a Dutch man.

  6. Vraag 6 van 20

    Choose the correct polite question.
    Toon antwoord

    Antwoord: A. Spreekt u Engels?

    With u, the verb keeps its -t, also in questions: Spreekt u Engels?

  7. Vraag 7 van 20

    Complete: “Ik woon ___ Utrecht.”
    Toon antwoord

    Antwoord: B. in

    Use in with cities and countries: Ik woon in Utrecht. Uit means “from”.

  8. Vraag 8 van 20

    Listen. Where does Paolo live?
    Luister en antwoord daarna. Het transcript verschijnt na je antwoord.
    Geen geluid? Lees de tekst

    Ik heet Paolo. Ik kom uit Italië, maar ik woon in Rotterdam.

    Toon antwoord

    Antwoord: D. In Rotterdam

    Paolo comes from Italy (Italië), but he lives (woont) in Rotterdam.

    Transcript

    Ik heet Paolo. Ik kom uit Italië, maar ik woon in Rotterdam.

  9. Vraag 9 van 20

    Listen. Which languages does Mr Jansen speak?
    Luister en antwoord daarna. Het transcript verschijnt na je antwoord.
    Geen geluid? Lees de tekst

    Emma: Waar komt u vandaan?
    Meneer Jansen: Ik kom uit België. Ik spreek Nederlands en Frans.

    Toon antwoord

    Antwoord: B. Dutch and French

    He says “Ik spreek Nederlands en Frans”: Dutch and French.

    Transcript

    Emma: Waar komt u vandaan?
    Meneer Jansen: Ik kom uit België. Ik spreek Nederlands en Frans.

  10. Vraag 10 van 20

    Read the text. How much Dutch does Ahmed speak?

    Hoi! Ik ben Ahmed. Ik kom uit Marokko en ik woon nu in Utrecht. Ik spreek Arabisch, Frans en een beetje Nederlands.

    Toon antwoord

    Antwoord: A. A little

    “Een beetje Nederlands” means “a little Dutch”.

  11. Vraag 11 van 20

    What number is “zeven”?
    Toon antwoord

    Antwoord: A. 7

    Zeven is 7. 17 is zeventien and 70 is zeventig.

  12. Vraag 12 van 20

    How do you say 13?
    Toon antwoord

    Antwoord: A. dertien

    13 is dertien. Dertig is 30.

  13. Vraag 13 van 20

    Which word is 40?
    Toon antwoord

    Antwoord: B. veertig

    40 is veertig, spelled with ee. Veertien is 14.

  14. Vraag 14 van 20

    How do you say 45?
    Toon antwoord

    Antwoord: B. vijfenveertig

    From 21 to 99, the small number comes first, then en, then the tens: vijf-en-veertig.

  15. Vraag 15 van 20

    How do you write 82 in words?
    Toon antwoord

    Antwoord: A. tweeëntachtig

    After twee, write ë: twee-ën-tachtig. 80 is tachtig, with a t.

  16. Vraag 16 van 20

    Choose the correct sentence.
    Toon antwoord

    Antwoord: D. Ik ben dertig jaar.

    For age, Dutch uses zijn (to be): Ik ben dertig jaar. Jaar stays singular after a number.

  17. Vraag 17 van 20

    What does “Hoe oud bent u?” mean?
    Toon antwoord

    Antwoord: A. How old are you?

    Oud means “old”. “How are you?” is Hoe gaat het met u?

  18. Vraag 18 van 20

    Listen. How old is the speaker?
    Luister en antwoord daarna. Het transcript verschijnt na je antwoord.
    Geen geluid? Lees de tekst

    Ik ben drieëndertig jaar.

    Toon antwoord

    Antwoord: D. 33

    Drieëndertig = drie (3) + en + dertig (30) = 33.

    Transcript

    Ik ben drieëndertig jaar.

  19. Vraag 19 van 20

    Listen. What is the phone number?
    Luister en antwoord daarna. Het transcript verschijnt na je antwoord.
    Geen geluid? Lees de tekst

    Mijn nummer is nul zes, achtentwintig, vijftien, negentig, elf.

    Toon antwoord

    Antwoord: B. 06 28 15 90 11

    Achtentwintig is 28 (8 + 20), vijftien is 15 and negentig is 90.

    Transcript

    Mijn nummer is nul zes, achtentwintig, vijftien, negentig, elf.

  20. Vraag 20 van 20

    Listen. How old is Lisa?
    Luister en antwoord daarna. Het transcript verschijnt na je antwoord.
    Geen geluid? Lees de tekst

    Lisa: Hoe oud ben je?
    Daan: Ik ben negentien. En jij?
    Lisa: Ik ben eenentwintig.

    Toon antwoord

    Antwoord: A. 21

    Lisa says eenentwintig: een (1) + en + twintig (20) = 21. Daan is 19 (negentien).

    Transcript

    Lisa: Hoe oud ben je?
    Daan: Ik ben negentien. En jij?
    Lisa: Ik ben eenentwintig.

Andere plannen voor deze cursus