Basic Dutch in 15 Days: About me and Numbers 0–100
Themaquiz zonder tijdslimiet: 20 vragen over About me and Numbers 0–100, met een uitleg na elk antwoord. Vragen en antwoorden worden elke keer gehusseld.
Dag 2: About me and Numbers 0–100
-
Vraag 1 van 20
Toon antwoord
Antwoord: C. ben
With ik, zijn becomes ben: Ik ben student.
-
Vraag 2 van 20
Toon antwoord
Antwoord: B. is
With hij, zij and het, zijn becomes is: Hij is leraar.
-
Vraag 3 van 20
Toon antwoord
Antwoord: D. Where are you from?
Komen means “to come” and vandaan means “from”. “Where do you live?” is Waar woon je?
-
Vraag 4 van 20
Toon antwoord
Antwoord: D. Kom
When jij comes after the verb in a question, the verb drops its -t: jij komt → Kom jij…?
-
Vraag 5 van 20
Toon antwoord
Antwoord: D. Nederlands
Nederlands is the language. Nederland is the country, and a Nederlander is a Dutch man.
-
Vraag 6 van 20
Toon antwoord
Antwoord: A. Spreekt u Engels?
With u, the verb keeps its -t, also in questions: Spreekt u Engels?
-
Vraag 7 van 20
Toon antwoord
Antwoord: B. in
Use in with cities and countries: Ik woon in Utrecht. Uit means “from”.
-
Vraag 8 van 20
Toon antwoord
Antwoord: D. In Rotterdam
Paolo comes from Italy (Italië), but he lives (woont) in Rotterdam.
Transcript
Ik heet Paolo. Ik kom uit Italië, maar ik woon in Rotterdam.
-
Vraag 9 van 20
Toon antwoord
Antwoord: B. Dutch and French
He says “Ik spreek Nederlands en Frans”: Dutch and French.
Transcript
Emma: Waar komt u vandaan?
Meneer Jansen: Ik kom uit België. Ik spreek Nederlands en Frans. -
Vraag 10 van 20
Toon antwoord
Antwoord: A. A little
“Een beetje Nederlands” means “a little Dutch”.
-
Vraag 11 van 20
Toon antwoord
Antwoord: A. 7
Zeven is 7. 17 is zeventien and 70 is zeventig.
-
Vraag 12 van 20
Toon antwoord
Antwoord: A. dertien
13 is dertien. Dertig is 30.
-
Vraag 13 van 20
Toon antwoord
Antwoord: B. veertig
40 is veertig, spelled with ee. Veertien is 14.
-
Vraag 14 van 20
Toon antwoord
Antwoord: B. vijfenveertig
From 21 to 99, the small number comes first, then en, then the tens: vijf-en-veertig.
-
Vraag 15 van 20
Toon antwoord
Antwoord: A. tweeëntachtig
After twee, write ë: twee-ën-tachtig. 80 is tachtig, with a t.
-
Vraag 16 van 20
Toon antwoord
Antwoord: D. Ik ben dertig jaar.
For age, Dutch uses zijn (to be): Ik ben dertig jaar. Jaar stays singular after a number.
-
Vraag 17 van 20
Toon antwoord
Antwoord: A. How old are you?
Oud means “old”. “How are you?” is Hoe gaat het met u?
-
Vraag 18 van 20
Toon antwoord
Antwoord: D. 33
Drieëndertig = drie (3) + en + dertig (30) = 33.
Transcript
Ik ben drieëndertig jaar.
-
Vraag 19 van 20
Toon antwoord
Antwoord: B. 06 28 15 90 11
Achtentwintig is 28 (8 + 20), vijftien is 15 and negentig is 90.
Transcript
Mijn nummer is nul zes, achtentwintig, vijftien, negentig, elf.
-
Vraag 20 van 20
Toon antwoord
Antwoord: A. 21
Lisa says eenentwintig: een (1) + en + twintig (20) = 21. Daan is 19 (negentien).
Transcript
Lisa: Hoe oud ben je?
Daan: Ik ben negentien. En jij?
Lisa: Ik ben eenentwintig.
Toetsenbord: 1–4 om te antwoorden, Enter voor de volgende vraag.