Basic Dutch in 15 Days: Small talk and Review
Themenquiz ohne Zeitlimit: 20 Fragen zu Small talk and Review, mit einer Erklärung nach jeder Antwort. Fragen und Antworten werden jedes Mal neu gemischt.
Tag 15: Small talk and Review
-
Frage 1 von 20
Antwort anzeigen
Antwort: A. How was your weekend?
Hoe means how and was is the past of is: How was your weekend?
-
Frage 2 von 20
Antwort anzeigen
Antwort: D. Jij ook!
Jij ook! means you too. Ik ook! means me too, which does not fit here.
-
Frage 3 von 20
Antwort anzeigen
Antwort: A. cosy, friendly and fun
Gezellig describes a cosy, friendly and fun time or place: Het was heel gezellig!
-
Frage 4 von 20
Antwort anzeigen
Antwort: A. Dank je, dat is lief.
To thank someone for a compliment, say dank je (thank you). Graag gedaan means you’re welcome.
-
Frage 5 von 20
Antwort anzeigen
Antwort: D. hè
Hè at the end of a sentence asks the other person to agree, like “isn’t it?”.
-
Frage 6 von 20
Antwort anzeigen
Antwort: D. Wat leuk!
Wat + an adjective makes an exclamation: Wat leuk! means how nice!
-
Frage 7 von 20
Antwort anzeigen
Antwort: D. Hoe was je weekend?
Question word first, then the verb, then the subject: Hoe was je weekend?
-
Frage 8 von 20
Antwort anzeigen
Antwort: B. She went to the beach with friends.
Fleur says ik ben met vrienden naar het strand gegaan: I went to the beach with friends.
Transkript
Joris: Hoe was je weekend, Fleur?
Fleur: Heel gezellig! Ik ben met vrienden naar het strand gegaan. -
Frage 9 von 20
Antwort anzeigen
Antwort: D. He is very busy.
Daan says druk, druk, druk! Veel werk. Druk means busy, and veel werk means a lot of work.
Transkript
Sanne: Hoe gaat het met je, Daan?
Daan: Druk, druk, druk! Veel werk. -
Frage 10 von 20
Antwort anzeigen
Antwort: C. To thank Lotte for dinner
Bedankt voor het etentje means thanks for the dinner. She also says it was gezellig.
-
Frage 11 von 20
Antwort anzeigen
Antwort: B. I’m from Canada.
Komen uit means to come from: Ik kom uit Canada = I’m from Canada. To live is wonen.
-
Frage 12 von 20
Antwort anzeigen
Antwort: D. werkt
With zij (she), add -t to the stem: werk + t = zij werkt. Werken is for wij, jullie and zij (they).
-
Frage 13 von 20
Antwort anzeigen
Antwort: A. klein
Appartement is a het-word. After een with a singular het-word, the adjective has no -e: een klein appartement.
-
Frage 14 von 20
Antwort anzeigen
Antwort: C. Morgen ga ik naar de markt.
The verb is second in a statement. After morgen comes the verb ga, then the subject ik.
-
Frage 15 von 20
Antwort anzeigen
Antwort: D. ben
Gaan uses zijn in the perfect tense. With ik the form is ben: ik ben gegaan.
-
Frage 16 von 20
Antwort anzeigen
Antwort: A. gespeeld
The stem speel ends in l, which is not in ’t kofschip, so add -d: gespeeld.
-
Frage 17 von 20
Antwort anzeigen
Antwort: C. Graag gedaan.
Graag gedaan means you’re welcome. Ja, graag means yes, please.
-
Frage 18 von 20
Antwort anzeigen
Antwort: D. in a hospital
Sam says ik werk in een ziekenhuis: I work in a hospital. Sam is from Canada and lives in Amsterdam.
Transkript
Hallo, ik ben Sam. Ik kom uit Canada. Ik woon in Amsterdam en ik werk in een ziekenhuis.
-
Frage 19 von 20
Antwort anzeigen
Antwort: A. a coffee and a piece of apple pie
The customer asks for een koffie en een stuk appeltaart: a coffee and a piece of apple pie.
Transkript
Klant: Mag ik een koffie en een stuk appeltaart, alstublieft?
Ober: Natuurlijk. -
Frage 20 von 20
Antwort anzeigen
Antwort: C. Take an A2 Dutch course
Volgend jaar ga ik een cursus Nederlands A2 doen means next year I’m going to do an A2 Dutch course. This is the future with gaan.
Tastatur: 1–4 zum Antworten, Eingabetaste für die nächste Frage.