Basic Dutch in 15 Days: Small talk and Review

Themenquiz ohne Zeitlimit: 20 Fragen zu Small talk and Review, mit einer Erklärung nach jeder Antwort. Fragen und Antworten werden jedes Mal neu gemischt.

  • Kurs
  • Niederlande
  • 300 Fragen
  • Geprüft am 13. Oktober 2026
  • Sprachlich geprüft am 13. Oktober 2026
Beginnen Sie mit den LektionenBasic Dutch: 30 Lessons: etwa 750 Minuten Lesezeit. Jede Testfrage wird in den Lektionen behandelt.

Tag 15: Small talk and Review

  1. Frage 1 von 20

    What does “Hoe was je weekend?” mean?
    Antwort anzeigen

    Antwort: A. How was your weekend?

    Hoe means how and was is the past of is: How was your weekend?

  2. Frage 2 von 20

    A colleague says: “Fijn weekend!” What do you answer?
    Antwort anzeigen

    Antwort: D. Jij ook!

    Jij ook! means you too. Ik ook! means me too, which does not fit here.

  3. Frage 3 von 20

    What does “gezellig” mean?
    Antwort anzeigen

    Antwort: A. cosy, friendly and fun

    Gezellig describes a cosy, friendly and fun time or place: Het was heel gezellig!

  4. Frage 4 von 20

    Someone says: “Je Nederlands is goed!” What is a good reply?
    Antwort anzeigen

    Antwort: A. Dank je, dat is lief.

    To thank someone for a compliment, say dank je (thank you). Graag gedaan means you’re welcome.

  5. Frage 5 von 20

    Fill the gap: Lekker weer, ___?
    Antwort anzeigen

    Antwort: D. hè

    Hè at the end of a sentence asks the other person to agree, like “isn’t it?”.

  6. Frage 6 von 20

    How do you say “How nice!”?
    Antwort anzeigen

    Antwort: D. Wat leuk!

    Wat + an adjective makes an exclamation: Wat leuk! means how nice!

  7. Frage 7 von 20

    Put the words in order: weekend / je / was / hoe
    Antwort anzeigen

    Antwort: D. Hoe was je weekend?

    Question word first, then the verb, then the subject: Hoe was je weekend?

  8. Frage 8 von 20

    Listen. What did Fleur do this weekend?
    Hören Sie zu und antworten Sie dann. Das Transkript erscheint nach Ihrer Antwort.
    Kein Ton? Lesen Sie den Text

    Joris: Hoe was je weekend, Fleur?
    Fleur: Heel gezellig! Ik ben met vrienden naar het strand gegaan.

    Antwort anzeigen

    Antwort: B. She went to the beach with friends.

    Fleur says ik ben met vrienden naar het strand gegaan: I went to the beach with friends.

    Transkript

    Joris: Hoe was je weekend, Fleur?
    Fleur: Heel gezellig! Ik ben met vrienden naar het strand gegaan.

  9. Frage 9 von 20

    Listen. How is Daan?
    Hören Sie zu und antworten Sie dann. Das Transkript erscheint nach Ihrer Antwort.
    Kein Ton? Lesen Sie den Text

    Sanne: Hoe gaat het met je, Daan?
    Daan: Druk, druk, druk! Veel werk.

    Antwort anzeigen

    Antwort: D. He is very busy.

    Daan says druk, druk, druk! Veel werk. Druk means busy, and veel werk means a lot of work.

    Transkript

    Sanne: Hoe gaat het met je, Daan?
    Daan: Druk, druk, druk! Veel werk.

  10. Frage 10 von 20

    Read the message. Why does Emma write?

    Hoi Lotte! Bedankt voor het etentje gisteren. Het was heel gezellig! Je soep was echt lekker. Fijn weekend! Groetjes, Emma

    Antwort anzeigen

    Antwort: C. To thank Lotte for dinner

    Bedankt voor het etentje means thanks for the dinner. She also says it was gezellig.

  11. Frage 11 von 20

    What does “Ik kom uit Canada” mean?
    Antwort anzeigen

    Antwort: B. I’m from Canada.

    Komen uit means to come from: Ik kom uit Canada = I’m from Canada. To live is wonen.

  12. Frage 12 von 20

    Choose the correct form: Zij (she) ___ in een ziekenhuis. (werken)
    Antwort anzeigen

    Antwort: D. werkt

    With zij (she), add -t to the stem: werk + t = zij werkt. Werken is for wij, jullie and zij (they).

  13. Frage 13 von 20

    Choose the correct form: Wij wonen in een ___ appartement. (klein)
    Antwort anzeigen

    Antwort: A. klein

    Appartement is a het-word. After een with a singular het-word, the adjective has no -e: een klein appartement.

  14. Frage 14 von 20

    Which sentence is correct?
    Antwort anzeigen

    Antwort: C. Morgen ga ik naar de markt.

    The verb is second in a statement. After morgen comes the verb ga, then the subject ik.

  15. Frage 15 von 20

    Fill the gap: Gisteren ___ ik naar Utrecht gegaan.
    Antwort anzeigen

    Antwort: D. ben

    Gaan uses zijn in the perfect tense. With ik the form is ben: ik ben gegaan.

  16. Frage 16 von 20

    Fill the gap: Ik heb gisteren tennis ___. (spelen)
    Antwort anzeigen

    Antwort: A. gespeeld

    The stem speel ends in l, which is not in ’t kofschip, so add -d: gespeeld.

  17. Frage 17 von 20

    Someone says: “Dank je wel!” What do you answer?
    Antwort anzeigen

    Antwort: C. Graag gedaan.

    Graag gedaan means you’re welcome. Ja, graag means yes, please.

  18. Frage 18 von 20

    Listen. Where does Sam work?
    Hören Sie zu und antworten Sie dann. Das Transkript erscheint nach Ihrer Antwort.
    Kein Ton? Lesen Sie den Text

    Hallo, ik ben Sam. Ik kom uit Canada. Ik woon in Amsterdam en ik werk in een ziekenhuis.

    Antwort anzeigen

    Antwort: D. in a hospital

    Sam says ik werk in een ziekenhuis: I work in a hospital. Sam is from Canada and lives in Amsterdam.

    Transkript

    Hallo, ik ben Sam. Ik kom uit Canada. Ik woon in Amsterdam en ik werk in een ziekenhuis.

  19. Frage 19 von 20

    Listen. What does the customer order?
    Hören Sie zu und antworten Sie dann. Das Transkript erscheint nach Ihrer Antwort.
    Kein Ton? Lesen Sie den Text

    Klant: Mag ik een koffie en een stuk appeltaart, alstublieft?
    Ober: Natuurlijk.

    Antwort anzeigen

    Antwort: A. a coffee and a piece of apple pie

    The customer asks for een koffie en een stuk appeltaart: a coffee and a piece of apple pie.

    Transkript

    Klant: Mag ik een koffie en een stuk appeltaart, alstublieft?
    Ober: Natuurlijk.

  20. Frage 20 von 20

    Read the text. What is Mila going to do next year?

    Hoi! Ik ben Mila. Ik woon in Rotterdam en ik werk bij een bank. In mijn vrije tijd fiets ik graag. Vorige week heb ik veel gefietst. Volgend jaar ga ik een cursus Nederlands A2 doen.

    Antwort anzeigen

    Antwort: C. Take an A2 Dutch course

    Volgend jaar ga ik een cursus Nederlands A2 doen means next year I’m going to do an A2 Dutch course. This is the future with gaan.

Weitere Pläne für diesen Kurs