Basic Dutch in 15 Days: Yesterday and Plans
Themenquiz ohne Zeitlimit: 20 Fragen zu Yesterday and Plans, mit einer Erklärung nach jeder Antwort. Fragen und Antworten werden jedes Mal neu gemischt.
Tag 12: Yesterday and Plans
-
Frage 1 von 20
Antwort anzeigen
Antwort: A. yesterday
Gisteren means yesterday. Tomorrow is morgen, today is vandaag and last week is vorige week.
-
Frage 2 von 20
Antwort anzeigen
Antwort: A. gewerkt
The stem werk ends in k, a letter from ’t kofschip, so add ge- and -t: gewerkt.
-
Frage 3 von 20
Antwort anzeigen
Antwort: D. gewoond
The stem woon ends in n, which is not in ’t kofschip, so add -d: gewoond.
-
Frage 4 von 20
Antwort anzeigen
Antwort: B. heb
Koken uses hebben in the perfect tense. With ik the form is heb.
-
Frage 5 von 20
Antwort anzeigen
Antwort: B. zijn
Gaan (to go somewhere) uses zijn in the perfect tense: wij zijn gegaan.
-
Frage 6 von 20
Antwort anzeigen
Antwort: D. Ik heb een film gezien.
Zien is irregular: the participle is gezien. It uses hebben, and the participle goes to the end.
-
Frage 7 von 20
Antwort anzeigen
Antwort: D. Gisteren heb ik gefietst.
After gisteren the verb heb comes second. Fiets ends in s, a ’t kofschip letter, so the participle ends in -t.
-
Frage 8 von 20
Antwort anzeigen
Antwort: C. She worked and cooked in the evening.
Emma says ik heb gewerkt (I worked) and ’s avonds heb ik gekookt (in the evening I cooked).
Transkript
Lucas: Wat heb je gisteren gedaan?
Emma: Ik heb gewerkt en ’s avonds heb ik gekookt. -
Frage 9 von 20
Antwort anzeigen
Antwort: B. to Utrecht
Vorige week ben ik naar Utrecht gegaan means last week I went to Utrecht. Gaan uses zijn.
Transkript
Vorige week ben ik naar Utrecht gegaan. Ik heb daar mijn zus gezien.
-
Frage 10 von 20
Antwort anzeigen
Antwort: B. Played tennis with Joris.
’s Middags heb ik met Joris tennis gespeeld means in the afternoon I played tennis with Joris.
-
Frage 11 von 20
Antwort anzeigen
Antwort: B. tomorrow
Morgen means tomorrow. Yesterday is gisteren, today is vandaag and next week is volgende week.
-
Frage 12 von 20
Antwort anzeigen
Antwort: C. Ik ga morgen zwemmen.
Use ga (the form for ik) and put the infinitive zwemmen at the end.
-
Frage 13 von 20
Antwort anzeigen
Antwort: D. gaan
With wij, jullie and zij (they), the form is gaan: wij gaan naar Parijs.
-
Frage 14 von 20
Antwort anzeigen
Antwort: C. Ga
When jij comes after the verb, drop the -t: Ga jij morgen werken?
-
Frage 15 von 20
Antwort anzeigen
Antwort: D. Morgen werk ik thuis.
When a time word comes first, the verb is second and the subject comes after it: Morgen werk ik thuis.
-
Frage 16 von 20
Antwort anzeigen
Antwort: C. volgende week
Volgende week is next week. Vorige week is last week, deze week is this week and elke week is every week.
-
Frage 17 von 20
Antwort anzeigen
Antwort: C. Ja, leuk!
Ja, leuk! means yes, that sounds fun. Nee, sorry, ik kan niet says no.
-
Frage 18 von 20
Antwort anzeigen
Antwort: B. Go to her parents in Groningen
Anouk says ik ga naar mijn ouders in Groningen: I’m going to my parents in Groningen.
Transkript
Ruben: Wat ga je dit weekend doen?
Anouk: Ik ga naar mijn ouders in Groningen. -
Frage 19 von 20
Antwort anzeigen
Antwort: A. Tonight at eight
Fleur says vanavond om acht uur: tonight at eight o’clock.
Transkript
Joris: Zullen we naar de bioscoop gaan?
Fleur: Ja, leuk! Vanavond om acht uur? -
Frage 20 von 20
Antwort anzeigen
Antwort: D. On Saturday
Ik kom op zaterdag terug means I’m coming back on Saturday. She leaves on Monday (ik vertrek op maandag).
Tastatur: 1–4 zum Antworten, Eingabetaste für die nächste Frage.