Basic Dutch in 15 Days: Yesterday and Plans

Themenquiz ohne Zeitlimit: 20 Fragen zu Yesterday and Plans, mit einer Erklärung nach jeder Antwort. Fragen und Antworten werden jedes Mal neu gemischt.

  • Kurs
  • Niederlande
  • 300 Fragen
  • Geprüft am 13. Oktober 2026
  • Sprachlich geprüft am 13. Oktober 2026
Beginnen Sie mit den LektionenBasic Dutch: 30 Lessons: etwa 750 Minuten Lesezeit. Jede Testfrage wird in den Lektionen behandelt.

Tag 12: Yesterday and Plans

  1. Frage 1 von 20

    What does “gisteren” mean?
    Antwort anzeigen

    Antwort: A. yesterday

    Gisteren means yesterday. Tomorrow is morgen, today is vandaag and last week is vorige week.

  2. Frage 2 von 20

    Choose the participle of “werken”.
    Antwort anzeigen

    Antwort: A. gewerkt

    The stem werk ends in k, a letter from ’t kofschip, so add ge- and -t: gewerkt.

  3. Frage 3 von 20

    Choose the participle of “wonen”.
    Antwort anzeigen

    Antwort: D. gewoond

    The stem woon ends in n, which is not in ’t kofschip, so add -d: gewoond.

  4. Frage 4 von 20

    Fill the gap: Ik ___ gisteren pasta gekookt.
    Antwort anzeigen

    Antwort: B. heb

    Koken uses hebben in the perfect tense. With ik the form is heb.

  5. Frage 5 von 20

    Fill the gap: Wij ___ naar het strand gegaan.
    Antwort anzeigen

    Antwort: B. zijn

    Gaan (to go somewhere) uses zijn in the perfect tense: wij zijn gegaan.

  6. Frage 6 von 20

    How do you say “I saw a film”?
    Antwort anzeigen

    Antwort: D. Ik heb een film gezien.

    Zien is irregular: the participle is gezien. It uses hebben, and the participle goes to the end.

  7. Frage 7 von 20

    Which sentence is correct?
    Antwort anzeigen

    Antwort: D. Gisteren heb ik gefietst.

    After gisteren the verb heb comes second. Fiets ends in s, a ’t kofschip letter, so the participle ends in -t.

  8. Frage 8 von 20

    Listen. What did Emma do yesterday?
    Hören Sie zu und antworten Sie dann. Das Transkript erscheint nach Ihrer Antwort.
    Kein Ton? Lesen Sie den Text

    Lucas: Wat heb je gisteren gedaan?
    Emma: Ik heb gewerkt en ’s avonds heb ik gekookt.

    Antwort anzeigen

    Antwort: C. She worked and cooked in the evening.

    Emma says ik heb gewerkt (I worked) and ’s avonds heb ik gekookt (in the evening I cooked).

    Transkript

    Lucas: Wat heb je gisteren gedaan?
    Emma: Ik heb gewerkt en ’s avonds heb ik gekookt.

  9. Frage 9 von 20

    Listen. Where did the speaker go last week?
    Hören Sie zu und antworten Sie dann. Das Transkript erscheint nach Ihrer Antwort.
    Kein Ton? Lesen Sie den Text

    Vorige week ben ik naar Utrecht gegaan. Ik heb daar mijn zus gezien.

    Antwort anzeigen

    Antwort: B. to Utrecht

    Vorige week ben ik naar Utrecht gegaan means last week I went to Utrecht. Gaan uses zijn.

    Transkript

    Vorige week ben ik naar Utrecht gegaan. Ik heb daar mijn zus gezien.

  10. Frage 10 von 20

    Read the text. What did the writer do in the afternoon?

    Zaterdag
    ’s Ochtends heb ik boodschappen gedaan. ’s Middags heb ik met Joris tennis gespeeld. ’s Avonds hebben we pizza gegeten en een film gezien.

    Antwort anzeigen

    Antwort: B. Played tennis with Joris.

    ’s Middags heb ik met Joris tennis gespeeld means in the afternoon I played tennis with Joris.

  11. Frage 11 von 20

    What does “morgen” mean in “Ik werk morgen”?
    Antwort anzeigen

    Antwort: B. tomorrow

    Morgen means tomorrow. Yesterday is gisteren, today is vandaag and next week is volgende week.

  12. Frage 12 von 20

    How do you say “I’m going to swim tomorrow”?
    Antwort anzeigen

    Antwort: C. Ik ga morgen zwemmen.

    Use ga (the form for ik) and put the infinitive zwemmen at the end.

  13. Frage 13 von 20

    Fill the gap: Wij ___ volgende week naar Parijs.
    Antwort anzeigen

    Antwort: D. gaan

    With wij, jullie and zij (they), the form is gaan: wij gaan naar Parijs.

  14. Frage 14 von 20

    Fill the gap: ___ jij morgen werken?
    Antwort anzeigen

    Antwort: C. Ga

    When jij comes after the verb, drop the -t: Ga jij morgen werken?

  15. Frage 15 von 20

    Which sentence is correct?
    Antwort anzeigen

    Antwort: D. Morgen werk ik thuis.

    When a time word comes first, the verb is second and the subject comes after it: Morgen werk ik thuis.

  16. Frage 16 von 20

    Which time words mean “next week”?
    Antwort anzeigen

    Antwort: C. volgende week

    Volgende week is next week. Vorige week is last week, deze week is this week and elke week is every week.

  17. Frage 17 von 20

    Your friend asks: “Zullen we zaterdag fietsen?” You want to go. What do you say?
    Antwort anzeigen

    Antwort: C. Ja, leuk!

    Ja, leuk! means yes, that sounds fun. Nee, sorry, ik kan niet says no.

  18. Frage 18 von 20

    Listen. What is Anouk going to do this weekend?
    Hören Sie zu und antworten Sie dann. Das Transkript erscheint nach Ihrer Antwort.
    Kein Ton? Lesen Sie den Text

    Ruben: Wat ga je dit weekend doen?
    Anouk: Ik ga naar mijn ouders in Groningen.

    Antwort anzeigen

    Antwort: B. Go to her parents in Groningen

    Anouk says ik ga naar mijn ouders in Groningen: I’m going to my parents in Groningen.

    Transkript

    Ruben: Wat ga je dit weekend doen?
    Anouk: Ik ga naar mijn ouders in Groningen.

  19. Frage 19 von 20

    Listen. When are they going to the cinema?
    Hören Sie zu und antworten Sie dann. Das Transkript erscheint nach Ihrer Antwort.
    Kein Ton? Lesen Sie den Text

    Joris: Zullen we naar de bioscoop gaan?
    Fleur: Ja, leuk! Vanavond om acht uur?

    Antwort anzeigen

    Antwort: A. Tonight at eight

    Fleur says vanavond om acht uur: tonight at eight o’clock.

    Transkript

    Joris: Zullen we naar de bioscoop gaan?
    Fleur: Ja, leuk! Vanavond om acht uur?

  20. Frage 20 von 20

    Read the message. When does Sanne come back?

    Hoi Daan, volgende week ga ik naar Spanje. Ik vertrek op maandag en ik kom op zaterdag terug. Kun jij mijn planten water geven? Groetjes, Sanne

    Antwort anzeigen

    Antwort: D. On Saturday

    Ik kom op zaterdag terug means I’m coming back on Saturday. She leaves on Monday (ik vertrek op maandag).

Weitere Pläne für diesen Kurs