Basic Dutch in 7 Days (Fast Track): Home, Food and drink, Shopping and prices and more
Themaquiz zonder tijdslimiet: 40 vragen over Home, Food and drink, Shopping and prices and more, met een uitleg na elk antwoord. Vragen en antwoorden worden elke keer gehusseld.
Dag 3: Home, Food and drink, Shopping and prices and more
-
Vraag 1 van 40
Toon antwoord
Antwoord: B. the kitchen
De keuken is the kitchen. It is not a cake: cake is taart or cake in Dutch.
-
Vraag 2 van 40
Toon antwoord
Antwoord: C. de slaapkamer
Slapen means “to sleep”, so de slaapkamer is the bedroom.
-
Vraag 3 van 40
Toon antwoord
Antwoord: C. zijn
Use er zijn for more than one thing: Er zijn twee badkamers.
-
Vraag 4 van 40
Toon antwoord
Antwoord: A. is
Use er is for one thing: Er is een tuin.
-
Vraag 5 van 40
Toon antwoord
Antwoord: C. the sofa
In a home, de bank is the sofa. The same word also means a bank for money.
-
Vraag 6 van 40
Toon antwoord
Antwoord: D. de stoelen
Most nouns add -en in the plural: stoel → stoelen. All plurals use de.
-
Vraag 7 van 40
Toon antwoord
Antwoord: A. Is er een balkon?
In a question, the verb comes first: Is er een balkon? Use is (not zijn) for one thing.
-
Vraag 8 van 40
Toon antwoord
Antwoord: D. There is no garden.
The text says “er is geen tuin”: there is no garden. There is a balcony and the apartment is small.
-
Vraag 9 van 40
Toon antwoord
Antwoord: D. Two
Twee slaapkamers = two bedrooms. In Dutch, kamers counts the living room and the bedrooms, not the kitchen: three rooms in total.
Transcript
Ons huis heeft drie kamers: een woonkamer en twee slaapkamers. Er is ook een keuken.
-
Vraag 10 van 40
Toon antwoord
Antwoord: A. A big balcony
Lisa says nee (no garden), “maar er is een groot balkon”: but there is a big balcony.
Transcript
Mark: Is er een tuin?
Lisa: Nee, maar er is een groot balkon. -
Vraag 11 van 40
Toon antwoord
Antwoord: D. the cheese
De kaas is the cheese. Bread is het brood.
-
Vraag 12 van 40
Toon antwoord
Antwoord: C. het
Brood is a het-word: het brood. Learn every noun with its article.
-
Vraag 13 van 40
Toon antwoord
Antwoord: A. de eieren
Ei has an irregular plural: eieren. All plurals use de.
-
Vraag 14 van 40
Toon antwoord
Antwoord: B. de bananen
Banaan adds -en. The long a keeps its sound with one letter: ba-na-nen.
-
Vraag 15 van 40
Toon antwoord
Antwoord: C. de broodjes
Words that end in -je add -s: broodjes. Plurals always use de.
-
Vraag 16 van 40
Toon antwoord
Antwoord: A. Ik heb honger.
Dutch uses hebben for hunger: Ik heb honger (I have hunger).
-
Vraag 17 van 40
Toon antwoord
Antwoord: A. graag
Graag after the verb means you like doing it: Ik drink graag thee.
-
Vraag 18 van 40
Toon antwoord
Antwoord: C. Fish, but not meat
Geen vlees = no meat. “Maar ik eet wel vis” = but I do eat fish.
Transcript
Ik eet geen vlees, maar ik eet wel vis.
-
Vraag 19 van 40
Toon antwoord
Antwoord: A. A glass of water
Daan says no to coffee. He is thirsty (Ik heb dorst) and asks for een glas water.
Transcript
Sara: Wil je koffie?
Daan: Nee, dank je. Ik heb dorst. Mag ik een glas water? -
Vraag 20 van 40
Toon antwoord
Antwoord: B. Milk
“1 liter melk”: milk is the only drink on the list.
-
Vraag 21 van 40
Toon antwoord
Antwoord: C. How much does this cost?
Hoeveel means “how much” and kosten means “to cost”.
-
Vraag 22 van 40
Toon antwoord
Antwoord: A. expensive
Duur means expensive. Cheap is goedkoop.
-
Vraag 23 van 40
Toon antwoord
Antwoord: C. zes euro veertig
Say the euros, then the cents: zes euro veertig. Euro does not change in the plural.
-
Vraag 24 van 40
Toon antwoord
Antwoord: A. kosten
Appels is plural, so use kosten. With one thing, use kost.
-
Vraag 25 van 40
Toon antwoord
Antwoord: D. Kan ik pinnen?
Pinnen means paying with a bank card. Passen means trying on clothes.
-
Vraag 26 van 40
Toon antwoord
Antwoord: D. Nee, dat is alles.
Anders nog iets? means “Anything else?”. Dat is alles means “That’s all.”
-
Vraag 27 van 40
Toon antwoord
Antwoord: D. Can I try this on?
Passen means to try on (clothes). Paying by card is pinnen.
-
Vraag 28 van 40
Toon antwoord
Antwoord: D. € 17,50
Zeventien euro vijftig = € 17,50. Zeventig would be 70.
Transcript
Dat is samen zeventien euro vijftig.
-
Vraag 29 van 40
Toon antwoord
Antwoord: C. M
The customer asks for L, but the shop has alleen (only) maat M.
Transcript
Klant: Heeft u dit in maat L?
Verkoper: Nee, sorry, alleen in maat M. -
Vraag 30 van 40
Toon antwoord
Antwoord: A. By bank card
Kan ik pinnen? means “Can I pay by card?”. The customer also says no to a bag (tasje).
Transcript
Kassière: Dat is twaalf euro. Wilt u een tasje?
Klant: Nee, dank u. Kan ik pinnen? -
Vraag 31 van 40
Toon antwoord
Antwoord: A. the bill
De rekening is the bill. Ask: Mag ik de rekening, alstublieft?
-
Vraag 32 van 40
Toon antwoord
Antwoord: B. Ik wil graag een koffie.
Adding graag makes it polite: Ik wil graag… (I would like…).
-
Vraag 33 van 40
Toon antwoord
Antwoord: C. Mag
Mag ik…? means “May I have…?”. It is a polite way to ask for something.
-
Vraag 34 van 40
Toon antwoord
Antwoord: D. Here you are.
When someone gives you something, alstublieft means “here you are”.
-
Vraag 35 van 40
Toon antwoord
Antwoord: D. Graag gedaan.
Graag gedaan means “you’re welcome”, the usual reply to thank you.
-
Vraag 36 van 40
Toon antwoord
Antwoord: D. a milky coffee
Koffie verkeerd (“wrong coffee”) is coffee with a lot of hot milk.
-
Vraag 37 van 40
Toon antwoord
Antwoord: C. Ik zou graag een stuk taart willen.
Ik zou graag … willen: zou is the second word and willen goes to the end of the sentence.
-
Vraag 38 van 40
Toon antwoord
Antwoord: D. A cappuccino and apple pie with cream
The customer orders een cappuccino and een stuk appeltaart met slagroom (with whipped cream).
Transcript
Ober: Goedemiddag, wat mag het zijn?
Klant: Ik wil graag een cappuccino en een stuk appeltaart met slagroom. -
Vraag 39 van 40
Toon antwoord
Antwoord: A. € 8,20
Acht euro twintig = € 8,20.
Transcript
Klant: Mag ik de rekening, alstublieft?
Ober: Natuurlijk. Dat is acht euro twintig. -
Vraag 40 van 40
Toon antwoord
Antwoord: A. € 7,00
Thee € 2,50 + appeltaart € 3,90 + slagroom € 0,60 = € 7,00.
Toetsenbord: 1–4 om te antwoorden, Enter voor de volgende vraag.