Basic Dutch in 30 Days: Describing people
Themaquiz zonder tijdslimiet: 10 vragen over Describing people, met een uitleg na elk antwoord. Vragen en antwoorden worden elke keer gehusseld.
Dag 8: Describing people
-
Vraag 1 van 10
Toon antwoord
Antwoord: D. kind, nice
Aardig means kind or nice: Ze is erg aardig.
-
Vraag 2 van 10
Toon antwoord
Antwoord: B. jong
After a verb like is, the adjective has no ending: De vrouw is jong. Jongen means “boy”.
-
Vraag 3 van 10
Toon antwoord
Antwoord: D. aardige
Before a de-word (de vrouw), add -e: een aardige vrouw.
-
Vraag 4 van 10
Toon antwoord
Antwoord: A. groot
Huis is a het-word. With een + a het-word, the adjective has no -e: een groot huis.
-
Vraag 5 van 10
Toon antwoord
Antwoord: D. grote
With het (the), add -e: het grote huis. Groot loses one o: grote.
-
Vraag 6 van 10
Toon antwoord
Antwoord: A. clever
Slim is a false friend: it means clever. “Slim” (thin) is slank in Dutch.
-
Vraag 7 van 10
Toon antwoord
Antwoord: D. Hij heeft blauwe ogen.
Ogen (eyes) is plural, so the adjective takes -e: blauwe ogen. Use hebben (heeft) for eyes and hair.
-
Vraag 8 van 10
Toon antwoord
Antwoord: B. Ze heeft lang haar.
Subject (ze) + verb (heeft) + the rest (lang haar). The adjective comes before the noun.
-
Vraag 9 van 10
Toon antwoord
Antwoord: A. Tall and slim, with blond hair
Lang means tall (for people) and slank means slim. He has blond haar (blond hair).
Transcript
Mijn broer is lang en slank. Hij heeft blond haar.
-
Vraag 10 van 10
Toon antwoord
Antwoord: A. She is young and funny.
Femke says “Ze is jong en heel grappig”: young and very funny. She has long hair (lang haar).
Transcript
Ruben: Hoe ziet je collega eruit?
Femke: Ze is jong en heel grappig. Ze heeft lang haar.
Toetsenbord: 1–4 om te antwoorden, Enter voor de volgende vraag.