Basic Dutch in 30 Days: About me
Themaquiz zonder tijdslimiet: 10 vragen over About me, met een uitleg na elk antwoord. Vragen en antwoorden worden elke keer gehusseld.
Dag 3: About me
-
Vraag 1 van 10
Toon antwoord
Antwoord: C. ben
With ik, zijn becomes ben: Ik ben student.
-
Vraag 2 van 10
Toon antwoord
Antwoord: B. is
With hij, zij and het, zijn becomes is: Hij is leraar.
-
Vraag 3 van 10
Toon antwoord
Antwoord: D. Where are you from?
Komen means “to come” and vandaan means “from”. “Where do you live?” is Waar woon je?
-
Vraag 4 van 10
Toon antwoord
Antwoord: D. Kom
When jij comes after the verb in a question, the verb drops its -t: jij komt → Kom jij…?
-
Vraag 5 van 10
Toon antwoord
Antwoord: D. Nederlands
Nederlands is the language. Nederland is the country, and a Nederlander is a Dutch man.
-
Vraag 6 van 10
Toon antwoord
Antwoord: A. Spreekt u Engels?
With u, the verb keeps its -t, also in questions: Spreekt u Engels?
-
Vraag 7 van 10
Toon antwoord
Antwoord: B. in
Use in with cities and countries: Ik woon in Utrecht. Uit means “from”.
-
Vraag 8 van 10
Toon antwoord
Antwoord: D. In Rotterdam
Paolo comes from Italy (Italië), but he lives (woont) in Rotterdam.
Transcript
Ik heet Paolo. Ik kom uit Italië, maar ik woon in Rotterdam.
-
Vraag 9 van 10
Toon antwoord
Antwoord: B. Dutch and French
He says “Ik spreek Nederlands en Frans”: Dutch and French.
Transcript
Emma: Waar komt u vandaan?
Meneer Jansen: Ik kom uit België. Ik spreek Nederlands en Frans. -
Vraag 10 van 10
Toon antwoord
Antwoord: A. A little
“Een beetje Nederlands” means “a little Dutch”.
Toetsenbord: 1–4 om te antwoorden, Enter voor de volgende vraag.