Basic Dutch in 30 Days: Small talk

Themaquiz zonder tijdslimiet: 10 vragen over Small talk, met een uitleg na elk antwoord. Vragen en antwoorden worden elke keer gehusseld.

  • Cursus
  • Nederland
  • 300 vragen
  • Gecontroleerd op 13 oktober 2026
  • Taalkundig nagekeken op 13 oktober 2026
Begin met de lessenBasic Dutch: 30 Lessons: ongeveer 750 minuten leestijd. Elke testvraag wordt in de lessen behandeld.

Dag 29: Small talk

  1. Vraag 1 van 10

    What does “Hoe was je weekend?” mean?
    Toon antwoord

    Antwoord: A. How was your weekend?

    Hoe means how and was is the past of is: How was your weekend?

  2. Vraag 2 van 10

    A colleague says: “Fijn weekend!” What do you answer?
    Toon antwoord

    Antwoord: D. Jij ook!

    Jij ook! means you too. Ik ook! means me too, which does not fit here.

  3. Vraag 3 van 10

    What does “gezellig” mean?
    Toon antwoord

    Antwoord: A. cosy, friendly and fun

    Gezellig describes a cosy, friendly and fun time or place: Het was heel gezellig!

  4. Vraag 4 van 10

    Someone says: “Je Nederlands is goed!” What is a good reply?
    Toon antwoord

    Antwoord: A. Dank je, dat is lief.

    To thank someone for a compliment, say dank je (thank you). Graag gedaan means you’re welcome.

  5. Vraag 5 van 10

    Fill the gap: Lekker weer, ___?
    Toon antwoord

    Antwoord: D. hè

    Hè at the end of a sentence asks the other person to agree, like “isn’t it?”.

  6. Vraag 6 van 10

    How do you say “How nice!”?
    Toon antwoord

    Antwoord: D. Wat leuk!

    Wat + an adjective makes an exclamation: Wat leuk! means how nice!

  7. Vraag 7 van 10

    Put the words in order: weekend / je / was / hoe
    Toon antwoord

    Antwoord: D. Hoe was je weekend?

    Question word first, then the verb, then the subject: Hoe was je weekend?

  8. Vraag 8 van 10

    Listen. What did Fleur do this weekend?
    Luister en antwoord daarna. Het transcript verschijnt na je antwoord.
    Geen geluid? Lees de tekst

    Joris: Hoe was je weekend, Fleur?
    Fleur: Heel gezellig! Ik ben met vrienden naar het strand gegaan.

    Toon antwoord

    Antwoord: B. She went to the beach with friends.

    Fleur says ik ben met vrienden naar het strand gegaan: I went to the beach with friends.

    Transcript

    Joris: Hoe was je weekend, Fleur?
    Fleur: Heel gezellig! Ik ben met vrienden naar het strand gegaan.

  9. Vraag 9 van 10

    Listen. How is Daan?
    Luister en antwoord daarna. Het transcript verschijnt na je antwoord.
    Geen geluid? Lees de tekst

    Sanne: Hoe gaat het met je, Daan?
    Daan: Druk, druk, druk! Veel werk.

    Toon antwoord

    Antwoord: D. He is very busy.

    Daan says druk, druk, druk! Veel werk. Druk means busy, and veel werk means a lot of work.

    Transcript

    Sanne: Hoe gaat het met je, Daan?
    Daan: Druk, druk, druk! Veel werk.

  10. Vraag 10 van 10

    Read the message. Why does Emma write?

    Hoi Lotte! Bedankt voor het etentje gisteren. Het was heel gezellig! Je soep was echt lekker. Fijn weekend! Groetjes, Emma

    Toon antwoord

    Antwoord: C. To thank Lotte for dinner

    Bedankt voor het etentje means thanks for the dinner. She also says it was gezellig.

Andere plannen voor deze cursus