Basic Dutch in 30 Days: Small talk
Themaquiz zonder tijdslimiet: 10 vragen over Small talk, met een uitleg na elk antwoord. Vragen en antwoorden worden elke keer gehusseld.
Dag 29: Small talk
-
Vraag 1 van 10
Toon antwoord
Antwoord: A. How was your weekend?
Hoe means how and was is the past of is: How was your weekend?
-
Vraag 2 van 10
Toon antwoord
Antwoord: D. Jij ook!
Jij ook! means you too. Ik ook! means me too, which does not fit here.
-
Vraag 3 van 10
Toon antwoord
Antwoord: A. cosy, friendly and fun
Gezellig describes a cosy, friendly and fun time or place: Het was heel gezellig!
-
Vraag 4 van 10
Toon antwoord
Antwoord: A. Dank je, dat is lief.
To thank someone for a compliment, say dank je (thank you). Graag gedaan means you’re welcome.
-
Vraag 5 van 10
Toon antwoord
Antwoord: D. hè
Hè at the end of a sentence asks the other person to agree, like “isn’t it?”.
-
Vraag 6 van 10
Toon antwoord
Antwoord: D. Wat leuk!
Wat + an adjective makes an exclamation: Wat leuk! means how nice!
-
Vraag 7 van 10
Toon antwoord
Antwoord: D. Hoe was je weekend?
Question word first, then the verb, then the subject: Hoe was je weekend?
-
Vraag 8 van 10
Toon antwoord
Antwoord: B. She went to the beach with friends.
Fleur says ik ben met vrienden naar het strand gegaan: I went to the beach with friends.
Transcript
Joris: Hoe was je weekend, Fleur?
Fleur: Heel gezellig! Ik ben met vrienden naar het strand gegaan. -
Vraag 9 van 10
Toon antwoord
Antwoord: D. He is very busy.
Daan says druk, druk, druk! Veel werk. Druk means busy, and veel werk means a lot of work.
Transcript
Sanne: Hoe gaat het met je, Daan?
Daan: Druk, druk, druk! Veel werk. -
Vraag 10 van 10
Toon antwoord
Antwoord: C. To thank Lotte for dinner
Bedankt voor het etentje means thanks for the dinner. She also says it was gezellig.
Toetsenbord: 1–4 om te antwoorden, Enter voor de volgende vraag.