Basic Dutch in 30 Days: Phone and appointments
Themaquiz zonder tijdslimiet: 10 vragen over Phone and appointments, met een uitleg na elk antwoord. Vragen en antwoorden worden elke keer gehusseld.
Dag 21: Phone and appointments
-
Vraag 1 van 10
Toon antwoord
Antwoord: B. an appointment
Een afspraak is an appointment. Een afspraak maken means to make an appointment.
-
Vraag 2 van 10
Toon antwoord
Antwoord: C. Met Anna Bakker.
Dutch speakers often answer the phone with Met and their name: Met Anna Bakker.
-
Vraag 3 van 10
Toon antwoord
Antwoord: A. Ik wil graag een afspraak maken.
Dutch says een afspraak maken. Graag comes after wil, and the infinitive maken goes to the end.
-
Vraag 4 van 10
Toon antwoord
Antwoord: C. herhalen
After kunt u, the second verb is an infinitive at the end: Kunt u dat herhalen?
-
Vraag 5 van 10
Toon antwoord
Antwoord: A. om
Use om for a clock time: om tien uur (at ten o’clock). Use op for a day: op maandag.
-
Vraag 6 van 10
Toon antwoord
Antwoord: D. Ja, dat is goed.
Ja, dat is goed means yes, that’s fine. It accepts the day and time.
-
Vraag 7 van 10
Toon antwoord
Antwoord: A. I want to cancel my appointment.
Afzeggen means to cancel. To move an appointment is verzetten, and to make one is maken.
-
Vraag 8 van 10
Toon antwoord
Antwoord: A. Friday at 10:30
Vrijdag is Friday. Half elf means half an hour before eleven: 10:30.
Transcript
Assistent: Kan het op vrijdag om half elf?
Meneer Smit: Ja, dat is goed. Tot dan! -
Vraag 9 van 10
Toon antwoord
Antwoord: B. To cancel tomorrow’s appointment
Eva says ik wil mijn afspraak van morgen afzeggen: I want to cancel my appointment for tomorrow. She is sick.
Transcript
Goedemiddag, u spreekt met Eva Mulder. Ik ben ziek. Ik wil mijn afspraak van morgen afzeggen.
-
Vraag 10 van 10
Toon antwoord
Antwoord: B. Tuesday 14 May at 9:15
Dinsdag is Tuesday and 9.15 uur is 9:15 in the morning. Dutch often writes times with a full stop.
Toetsenbord: 1–4 om te antwoorden, Enter voor de volgende vraag.