Basic Dutch in 30 Days: Clothes and colours

Themaquiz zonder tijdslimiet: 10 vragen over Clothes and colours, met een uitleg na elk antwoord. Vragen en antwoorden worden elke keer gehusseld.

  • Cursus
  • Nederland
  • 300 vragen
  • Gecontroleerd op 13 oktober 2026
  • Taalkundig nagekeken op 13 oktober 2026
Begin met de lessenBasic Dutch: 30 Lessons: ongeveer 750 minuten leestijd. Elke testvraag wordt in de lessen behandeld.

Dag 20: Clothes and colours

  1. Vraag 1 van 10

    What does “de jas” mean?
    Toon antwoord

    Antwoord: C. the coat

    De jas is a coat or jacket. A dress is de jurk, a skirt is de rok and a sweater is de trui.

  2. Vraag 2 van 10

    What colour is “geel”?
    Toon antwoord

    Antwoord: D. yellow

    Geel is yellow. Green is groen, grey is grijs and blue is blauw.

  3. Vraag 3 van 10

    Choose the correct form: Ik koop een ___ jas. (zwart)
    Toon antwoord

    Antwoord: B. zwarte

    Jas is a de-word, so the adjective gets -e, also after een: een zwarte jas.

  4. Vraag 4 van 10

    Choose the correct form: Hij draagt een ___ overhemd. (wit)
    Toon antwoord

    Antwoord: C. wit

    Overhemd is a het-word. After een with a singular het-word, the adjective has no -e: een wit overhemd.

  5. Vraag 5 van 10

    Choose the correct form: Het ___ T-shirt is te groot. (rood)
    Toon antwoord

    Antwoord: D. rode

    After het, the adjective gets -e. Rood keeps its long sound with one o: het rode T-shirt.

  6. Vraag 6 van 10

    Which sentence is correct?
    Toon antwoord

    Antwoord: C. De jurk is blauw.

    After is or zijn, the adjective has no -e: de jurk is blauw.

  7. Vraag 7 van 10

    In a shop, the assistant asks: “Welke maat heeft u?” Which reply fits?
    Toon antwoord

    Antwoord: B. Ik heb maat 38.

    Maat means size. You answer with your size: Ik heb maat 38.

  8. Vraag 8 van 10

    You try on a coat (de jas). It is too small. What do you say?
    Toon antwoord

    Antwoord: A. Hij is te klein.

    Te klein means too small. Use hij for a de-word like de jas. Te groot means too big.

  9. Vraag 9 van 10

    Listen. What does Lotte ask for?
    Luister en antwoord daarna. Het transcript verschijnt na je antwoord.
    Geen geluid? Lees de tekst

    Lotte: Hebt u deze trui ook in het groen?
    Verkoper: Ja, in maat 36 en 38.

    Toon antwoord

    Antwoord: C. the sweater in green

    Lotte asks hebt u deze trui ook in het groen? De trui is a sweater and groen is green.

    Transcript

    Lotte: Hebt u deze trui ook in het groen?
    Verkoper: Ja, in maat 36 en 38.

  10. Vraag 10 van 10

    Listen. What is Daan wearing?
    Luister en antwoord daarna. Het transcript verschijnt na je antwoord.
    Geen geluid? Lees de tekst

    Daan draagt een zwarte broek, een wit overhemd en bruine schoenen.

    Toon antwoord

    Antwoord: D. black pants, a white shirt and brown shoes

    The speaker says een zwarte broek (black pants), een wit overhemd (a white shirt) and bruine schoenen (brown shoes).

    Transcript

    Daan draagt een zwarte broek, een wit overhemd en bruine schoenen.

Andere plannen voor deze cursus