Basic Dutch in 30 Days: Weather and seasons

Themaquiz zonder tijdslimiet: 10 vragen over Weather and seasons, met een uitleg na elk antwoord. Vragen en antwoorden worden elke keer gehusseld.

  • Cursus
  • Nederland
  • 300 vragen
  • Gecontroleerd op 13 oktober 2026
  • Taalkundig nagekeken op 13 oktober 2026
Begin met de lessenBasic Dutch: 30 Lessons: ongeveer 750 minuten leestijd. Elke testvraag wordt in de lessen behandeld.

Dag 15: Weather and seasons

  1. Vraag 1 van 10

    What does “Het regent” mean?
    Toon antwoord

    Antwoord: C. It is raining.

    Regenen means “to rain”: het regent. Snowing is het sneeuwt.

  2. Vraag 2 van 10

    Which season is “de herfst”?
    Toon antwoord

    Antwoord: D. autumn

    De herfst is autumn (also called het najaar). Spring is de lente.

  3. Vraag 3 van 10

    What does “Het waait” mean?
    Toon antwoord

    Antwoord: A. It is windy.

    Waaien means the wind blows: het waait = it is windy. Freezing is het vriest.

  4. Vraag 4 van 10

    Complete: “___ de winter is het koud.”
    Toon antwoord

    Antwoord: D. In

    Use in de with seasons: in de winter, in de zomer.

  5. Vraag 5 van 10

    Choose the correct sentence.
    Toon antwoord

    Antwoord: B. Vandaag regent het.

    When a sentence starts with a time word, the verb comes second: Vandaag regent het.

  6. Vraag 6 van 10

    What does “lekker weer” mean?
    Toon antwoord

    Antwoord: D. lovely weather

    Lekker usually means tasty, but lekker weer means lovely, pleasant weather.

  7. Vraag 7 van 10

    Your friend says “Neem een paraplu mee.” What is the weather probably like?
    Toon antwoord

    Antwoord: C. Rainy

    Een paraplu is an umbrella. You take one when it rains.

  8. Vraag 8 van 10

    Listen. What is the weather like today?
    Luister en antwoord daarna. Het transcript verschijnt na je antwoord.
    Geen geluid? Lees de tekst

    Het is vandaag min twee graden en het sneeuwt.

    Toon antwoord

    Antwoord: C. −2 °C and snowing

    Min twee graden is minus 2 degrees, and het sneeuwt means it is snowing.

    Transcript

    Het is vandaag min twee graden en het sneeuwt.

  9. Vraag 9 van 10

    Listen. What will the weather be like tomorrow?
    Luister en antwoord daarna. Het transcript verschijnt na je antwoord.
    Geen geluid? Lees de tekst

    Morgen wordt het mooi weer. De zon schijnt en het wordt vijfentwintig graden.

    Toon antwoord

    Antwoord: A. Sunny and 25 degrees

    De zon schijnt = the sun is shining. Vijfentwintig = 5 + 20 = 25 degrees.

    Transcript

    Morgen wordt het mooi weer. De zon schijnt en het wordt vijfentwintig graden.

  10. Vraag 10 van 10

    Listen. Which season does Tom like?
    Luister en antwoord daarna. Het transcript verschijnt na je antwoord.
    Geen geluid? Lees de tekst

    Eva: Hou je van de zomer?
    Tom: Nee, ik hou van de lente. Dan is het niet te warm.

    Toon antwoord

    Antwoord: C. Spring

    Tom says “ik hou van de lente”: I love spring (de lente). Then it is not too warm.

    Transcript

    Eva: Hou je van de zomer?
    Tom: Nee, ik hou van de lente. Dan is het niet te warm.

Andere plannen voor deze cursus