Basic Dutch in 30 Days: Shopping and prices
Themaquiz zonder tijdslimiet: 10 vragen over Shopping and prices, met een uitleg na elk antwoord. Vragen en antwoorden worden elke keer gehusseld.
Dag 11: Shopping and prices
-
Vraag 1 van 10
Toon antwoord
Antwoord: C. How much does this cost?
Hoeveel means “how much” and kosten means “to cost”.
-
Vraag 2 van 10
Toon antwoord
Antwoord: A. expensive
Duur means expensive. Cheap is goedkoop.
-
Vraag 3 van 10
Toon antwoord
Antwoord: C. zes euro veertig
Say the euros, then the cents: zes euro veertig. Euro does not change in the plural.
-
Vraag 4 van 10
Toon antwoord
Antwoord: A. kosten
Appels is plural, so use kosten. With one thing, use kost.
-
Vraag 5 van 10
Toon antwoord
Antwoord: D. Kan ik pinnen?
Pinnen means paying with a bank card. Passen means trying on clothes.
-
Vraag 6 van 10
Toon antwoord
Antwoord: D. Nee, dat is alles.
Anders nog iets? means “Anything else?”. Dat is alles means “That’s all.”
-
Vraag 7 van 10
Toon antwoord
Antwoord: D. Can I try this on?
Passen means to try on (clothes). Paying by card is pinnen.
-
Vraag 8 van 10
Toon antwoord
Antwoord: D. € 17,50
Zeventien euro vijftig = € 17,50. Zeventig would be 70.
Transcript
Dat is samen zeventien euro vijftig.
-
Vraag 9 van 10
Toon antwoord
Antwoord: C. M
The customer asks for L, but the shop has alleen (only) maat M.
Transcript
Klant: Heeft u dit in maat L?
Verkoper: Nee, sorry, alleen in maat M. -
Vraag 10 van 10
Toon antwoord
Antwoord: A. By bank card
Kan ik pinnen? means “Can I pay by card?”. The customer also says no to a bag (tasje).
Transcript
Kassière: Dat is twaalf euro. Wilt u een tasje?
Klant: Nee, dank u. Kan ik pinnen?
Toetsenbord: 1–4 om te antwoorden, Enter voor de volgende vraag.