Basic Dutch in 30 Days: Shopping and prices

Themaquiz zonder tijdslimiet: 10 vragen over Shopping and prices, met een uitleg na elk antwoord. Vragen en antwoorden worden elke keer gehusseld.

  • Cursus
  • Nederland
  • 300 vragen
  • Gecontroleerd op 13 oktober 2026
  • Taalkundig nagekeken op 13 oktober 2026
Begin met de lessenBasic Dutch: 30 Lessons: ongeveer 750 minuten leestijd. Elke testvraag wordt in de lessen behandeld.

Dag 11: Shopping and prices

  1. Vraag 1 van 10

    What does “Hoeveel kost dit?” mean?
    Toon antwoord

    Antwoord: C. How much does this cost?

    Hoeveel means “how much” and kosten means “to cost”.

  2. Vraag 2 van 10

    What does “duur” mean in a shop?
    Toon antwoord

    Antwoord: A. expensive

    Duur means expensive. Cheap is goedkoop.

  3. Vraag 3 van 10

    How do you say € 6,40?
    Toon antwoord

    Antwoord: C. zes euro veertig

    Say the euros, then the cents: zes euro veertig. Euro does not change in the plural.

  4. Vraag 4 van 10

    Complete: “De appels ___ twee euro.”
    Toon antwoord

    Antwoord: A. kosten

    Appels is plural, so use kosten. With one thing, use kost.

  5. Vraag 5 van 10

    You want to pay with your bank card. What do you ask?
    Toon antwoord

    Antwoord: D. Kan ik pinnen?

    Pinnen means paying with a bank card. Passen means trying on clothes.

  6. Vraag 6 van 10

    The cashier asks “Anders nog iets?” Choose a good answer.
    Toon antwoord

    Antwoord: D. Nee, dat is alles.

    Anders nog iets? means “Anything else?”. Dat is alles means “That’s all.”

  7. Vraag 7 van 10

    What does “Mag ik dit passen?” mean?
    Toon antwoord

    Antwoord: D. Can I try this on?

    Passen means to try on (clothes). Paying by card is pinnen.

  8. Vraag 8 van 10

    Listen. How much does the customer pay?
    Luister en antwoord daarna. Het transcript verschijnt na je antwoord.
    Geen geluid? Lees de tekst

    Dat is samen zeventien euro vijftig.

    Toon antwoord

    Antwoord: D. € 17,50

    Zeventien euro vijftig = € 17,50. Zeventig would be 70.

    Transcript

    Dat is samen zeventien euro vijftig.

  9. Vraag 9 van 10

    Listen. Which size does the shop have?
    Luister en antwoord daarna. Het transcript verschijnt na je antwoord.
    Geen geluid? Lees de tekst

    Klant: Heeft u dit in maat L?
    Verkoper: Nee, sorry, alleen in maat M.

    Toon antwoord

    Antwoord: C. M

    The customer asks for L, but the shop has alleen (only) maat M.

    Transcript

    Klant: Heeft u dit in maat L?
    Verkoper: Nee, sorry, alleen in maat M.

  10. Vraag 10 van 10

    Listen. How does the customer want to pay?
    Luister en antwoord daarna. Het transcript verschijnt na je antwoord.
    Geen geluid? Lees de tekst

    Kassière: Dat is twaalf euro. Wilt u een tasje?
    Klant: Nee, dank u. Kan ik pinnen?

    Toon antwoord

    Antwoord: A. By bank card

    Kan ik pinnen? means “Can I pay by card?”. The customer also says no to a bag (tasje).

    Transcript

    Kassière: Dat is twaalf euro. Wilt u een tasje?
    Klant: Nee, dank u. Kan ik pinnen?

Andere plannen voor deze cursus