Basic Dutch in 10 Days: In town, Getting around and Weather and seasons
Themaquiz zonder tijdslimiet: 30 vragen over In town, Getting around and Weather and seasons, met een uitleg na elk antwoord. Vragen en antwoorden worden elke keer gehusseld.
Dag 5: In town, Getting around and Weather and seasons
-
Vraag 1 van 30
Toon antwoord
Antwoord: D. the pharmacy
De apotheek is the pharmacy, where you buy medicine. The hospital is het ziekenhuis.
-
Vraag 2 van 30
Toon antwoord
Antwoord: A. straight on
Rechtdoor means straight on. Rechtsaf means turn right.
-
Vraag 3 van 30
Toon antwoord
Antwoord: B. Turn left.
Linksaf means turn left. Links on its own means on the left.
-
Vraag 4 van 30
Toon antwoord
Antwoord: B. How do I get to the station?
Hoe kom ik bij…? asks the way to a place.
-
Vraag 5 van 30
Toon antwoord
Antwoord: D. eerste
First is eerste (an ordinal number): Neem de eerste straat links.
-
Vraag 6 van 30
Toon antwoord
Antwoord: A. tegenover
Tegenover means opposite. Naast means next to.
-
Vraag 7 van 30
Toon antwoord
Antwoord: A. De bank is naast de supermarkt.
Subject (de bank) + verb (is) + place (naast de supermarkt).
-
Vraag 8 van 30
Toon antwoord
Antwoord: D. On the corner, next to the baker
The message says “op de hoek, naast de bakker”: on the corner, next to the baker.
-
Vraag 9 van 30
Toon antwoord
Antwoord: A. Straight on, then the first street on the right
The man says rechtdoor (straight on) and then de eerste straat rechts (the first street on the right).
Transcript
Toerist: Pardon, waar is de apotheek?
Man: Ga rechtdoor en neem dan de eerste straat rechts. -
Vraag 10 van 30
Toon antwoord
Antwoord: C. It is far, so take the bus.
Dat is ver means it is far. Neem de bus means take the bus.
Transcript
Het ziekenhuis? Dat is ver. Neem de bus.
-
Vraag 11 van 30
Toon antwoord
Antwoord: B. the bike
De fiets is the bike (bicycle). The car is de auto.
-
Vraag 12 van 30
Toon antwoord
Antwoord: A. met
To say how you travel, use met de: met de trein, met de bus.
-
Vraag 13 van 30
Toon antwoord
Antwoord: D. One way or return?
Enkele reis is a one-way ticket and retour is a return ticket.
-
Vraag 14 van 30
Toon antwoord
Antwoord: A. The train is delayed.
Vertraging means delay. The train has a delay: it is late.
-
Vraag 15 van 30
Toon antwoord
Antwoord: B. the platform (track)
Spoor is the track or platform: Van welk spoor vertrekt de trein?
-
Vraag 16 van 30
Toon antwoord
Antwoord: A. onder
Onder means under. Op means on.
-
Vraag 17 van 30
Toon antwoord
Antwoord: A. De halte is tussen de bank en de kerk.
Tussen means between: tussen de bank en de kerk.
-
Vraag 18 van 30
Toon antwoord
Antwoord: C. A return ticket to Leiden
Retour means a return ticket, and the person wants to go to Leiden.
Transcript
Een retour naar Leiden, alstublieft.
-
Vraag 19 van 30
Toon antwoord
Antwoord: C. The train is 10 minutes late.
The train leaves from spoor zeven (platform 7) and has tien minuten vertraging (a 10-minute delay).
Transcript
De trein naar Rotterdam vertrekt van spoor zeven. De trein heeft tien minuten vertraging.
-
Vraag 20 van 30
Toon antwoord
Antwoord: A. By bike
Mila says no to the bus: “ik ga met de fiets” (by bike).
Transcript
Jan: Ga je met de bus naar je werk?
Mila: Nee, ik ga met de fiets. -
Vraag 21 van 30
Toon antwoord
Antwoord: C. It is raining.
Regenen means “to rain”: het regent. Snowing is het sneeuwt.
-
Vraag 22 van 30
Toon antwoord
Antwoord: D. autumn
De herfst is autumn (also called het najaar). Spring is de lente.
-
Vraag 23 van 30
Toon antwoord
Antwoord: A. It is windy.
Waaien means the wind blows: het waait = it is windy. Freezing is het vriest.
-
Vraag 24 van 30
Toon antwoord
Antwoord: D. In
Use in de with seasons: in de winter, in de zomer.
-
Vraag 25 van 30
Toon antwoord
Antwoord: B. Vandaag regent het.
When a sentence starts with a time word, the verb comes second: Vandaag regent het.
-
Vraag 26 van 30
Toon antwoord
Antwoord: D. lovely weather
Lekker usually means tasty, but lekker weer means lovely, pleasant weather.
-
Vraag 27 van 30
Toon antwoord
Antwoord: C. Rainy
Een paraplu is an umbrella. You take one when it rains.
-
Vraag 28 van 30
Toon antwoord
Antwoord: C. −2 °C and snowing
Min twee graden is minus 2 degrees, and het sneeuwt means it is snowing.
Transcript
Het is vandaag min twee graden en het sneeuwt.
-
Vraag 29 van 30
Toon antwoord
Antwoord: A. Sunny and 25 degrees
De zon schijnt = the sun is shining. Vijfentwintig = 5 + 20 = 25 degrees.
Transcript
Morgen wordt het mooi weer. De zon schijnt en het wordt vijfentwintig graden.
-
Vraag 30 van 30
Toon antwoord
Antwoord: C. Spring
Tom says “ik hou van de lente”: I love spring (de lente). Then it is not too warm.
Transcript
Eva: Hou je van de zomer?
Tom: Nee, ik hou van de lente. Dan is het niet te warm.
Toetsenbord: 1–4 om te antwoorden, Enter voor de volgende vraag.