Basic Dutch in 10 Days: Food and drink, Shopping and prices and At a café

Themaquiz zonder tijdslimiet: 30 vragen over Food and drink, Shopping and prices and At a café, met een uitleg na elk antwoord. Vragen en antwoorden worden elke keer gehusseld.

  • Cursus
  • Nederland
  • 300 vragen
  • Gecontroleerd op 13 oktober 2026
  • Taalkundig nagekeken op 13 oktober 2026
Begin met de lessenBasic Dutch: 30 Lessons: ongeveer 750 minuten leestijd. Elke testvraag wordt in de lessen behandeld.

Dag 4: Food and drink, Shopping and prices and At a café

  1. Vraag 1 van 30

    What is “de kaas”?
    Toon antwoord

    Antwoord: D. the cheese

    De kaas is the cheese. Bread is het brood.

  2. Vraag 2 van 30

    Which article goes with “brood”?
    Toon antwoord

    Antwoord: C. het

    Brood is a het-word: het brood. Learn every noun with its article.

  3. Vraag 3 van 30

    What is the plural of “het ei”?
    Toon antwoord

    Antwoord: A. de eieren

    Ei has an irregular plural: eieren. All plurals use de.

  4. Vraag 4 van 30

    What is the plural of “de banaan”?
    Toon antwoord

    Antwoord: B. de bananen

    Banaan adds -en. The long a keeps its sound with one letter: ba-na-nen.

  5. Vraag 5 van 30

    What is the plural of “het broodje”?
    Toon antwoord

    Antwoord: C. de broodjes

    Words that end in -je add -s: broodjes. Plurals always use de.

  6. Vraag 6 van 30

    Choose the correct sentence: “I am hungry.”
    Toon antwoord

    Antwoord: A. Ik heb honger.

    Dutch uses hebben for hunger: Ik heb honger (I have hunger).

  7. Vraag 7 van 30

    Complete: “Ik drink ___ thee.” (I like drinking tea.)
    Toon antwoord

    Antwoord: A. graag

    Graag after the verb means you like doing it: Ik drink graag thee.

  8. Vraag 8 van 30

    Listen. What does the speaker eat?
    Luister en antwoord daarna. Het transcript verschijnt na je antwoord.
    Geen geluid? Lees de tekst

    Ik eet geen vlees, maar ik eet wel vis.

    Toon antwoord

    Antwoord: C. Fish, but not meat

    Geen vlees = no meat. “Maar ik eet wel vis” = but I do eat fish.

    Transcript

    Ik eet geen vlees, maar ik eet wel vis.

  9. Vraag 9 van 30

    Listen. What does Daan want?
    Luister en antwoord daarna. Het transcript verschijnt na je antwoord.
    Geen geluid? Lees de tekst

    Sara: Wil je koffie?
    Daan: Nee, dank je. Ik heb dorst. Mag ik een glas water?

    Toon antwoord

    Antwoord: A. A glass of water

    Daan says no to coffee. He is thirsty (Ik heb dorst) and asks for een glas water.

    Transcript

    Sara: Wil je koffie?
    Daan: Nee, dank je. Ik heb dorst. Mag ik een glas water?

  10. Vraag 10 van 30

    Read the shopping list. Which drink is on the list?

    Boodschappenlijst
    - 1 brood
    - kaas
    - 6 eieren
    - 1 liter melk
    - 4 appels
    - groente

    Toon antwoord

    Antwoord: B. Milk

    “1 liter melk”: milk is the only drink on the list.

  11. Vraag 11 van 30

    What does “Hoeveel kost dit?” mean?
    Toon antwoord

    Antwoord: C. How much does this cost?

    Hoeveel means “how much” and kosten means “to cost”.

  12. Vraag 12 van 30

    What does “duur” mean in a shop?
    Toon antwoord

    Antwoord: A. expensive

    Duur means expensive. Cheap is goedkoop.

  13. Vraag 13 van 30

    How do you say € 6,40?
    Toon antwoord

    Antwoord: C. zes euro veertig

    Say the euros, then the cents: zes euro veertig. Euro does not change in the plural.

  14. Vraag 14 van 30

    Complete: “De appels ___ twee euro.”
    Toon antwoord

    Antwoord: A. kosten

    Appels is plural, so use kosten. With one thing, use kost.

  15. Vraag 15 van 30

    You want to pay with your bank card. What do you ask?
    Toon antwoord

    Antwoord: D. Kan ik pinnen?

    Pinnen means paying with a bank card. Passen means trying on clothes.

  16. Vraag 16 van 30

    The cashier asks “Anders nog iets?” Choose a good answer.
    Toon antwoord

    Antwoord: D. Nee, dat is alles.

    Anders nog iets? means “Anything else?”. Dat is alles means “That’s all.”

  17. Vraag 17 van 30

    What does “Mag ik dit passen?” mean?
    Toon antwoord

    Antwoord: D. Can I try this on?

    Passen means to try on (clothes). Paying by card is pinnen.

  18. Vraag 18 van 30

    Listen. How much does the customer pay?
    Luister en antwoord daarna. Het transcript verschijnt na je antwoord.
    Geen geluid? Lees de tekst

    Dat is samen zeventien euro vijftig.

    Toon antwoord

    Antwoord: D. € 17,50

    Zeventien euro vijftig = € 17,50. Zeventig would be 70.

    Transcript

    Dat is samen zeventien euro vijftig.

  19. Vraag 19 van 30

    Listen. Which size does the shop have?
    Luister en antwoord daarna. Het transcript verschijnt na je antwoord.
    Geen geluid? Lees de tekst

    Klant: Heeft u dit in maat L?
    Verkoper: Nee, sorry, alleen in maat M.

    Toon antwoord

    Antwoord: C. M

    The customer asks for L, but the shop has alleen (only) maat M.

    Transcript

    Klant: Heeft u dit in maat L?
    Verkoper: Nee, sorry, alleen in maat M.

  20. Vraag 20 van 30

    Listen. How does the customer want to pay?
    Luister en antwoord daarna. Het transcript verschijnt na je antwoord.
    Geen geluid? Lees de tekst

    Kassière: Dat is twaalf euro. Wilt u een tasje?
    Klant: Nee, dank u. Kan ik pinnen?

    Toon antwoord

    Antwoord: A. By bank card

    Kan ik pinnen? means “Can I pay by card?”. The customer also says no to a bag (tasje).

    Transcript

    Kassière: Dat is twaalf euro. Wilt u een tasje?
    Klant: Nee, dank u. Kan ik pinnen?

  21. Vraag 21 van 30

    What does “de rekening” mean in a café?
    Toon antwoord

    Antwoord: A. the bill

    De rekening is the bill. Ask: Mag ik de rekening, alstublieft?

  22. Vraag 22 van 30

    Which is the most polite way to order?
    Toon antwoord

    Antwoord: B. Ik wil graag een koffie.

    Adding graag makes it polite: Ik wil graag… (I would like…).

  23. Vraag 23 van 30

    Complete: “___ ik een thee, alstublieft?”
    Toon antwoord

    Antwoord: C. Mag

    Mag ik…? means “May I have…?”. It is a polite way to ask for something.

  24. Vraag 24 van 30

    The waiter puts your coffee on the table and says “Alstublieft.” What does it mean here?
    Toon antwoord

    Antwoord: D. Here you are.

    When someone gives you something, alstublieft means “here you are”.

  25. Vraag 25 van 30

    You say “Dank u wel.” What does the waiter answer?
    Toon antwoord

    Antwoord: D. Graag gedaan.

    Graag gedaan means “you’re welcome”, the usual reply to thank you.

  26. Vraag 26 van 30

    What is “koffie verkeerd”?
    Toon antwoord

    Antwoord: D. a milky coffee

    Koffie verkeerd (“wrong coffee”) is coffee with a lot of hot milk.

  27. Vraag 27 van 30

    Choose the correct extra-polite sentence.
    Toon antwoord

    Antwoord: C. Ik zou graag een stuk taart willen.

    Ik zou graag … willen: zou is the second word and willen goes to the end of the sentence.

  28. Vraag 28 van 30

    Listen. What does the customer order?
    Luister en antwoord daarna. Het transcript verschijnt na je antwoord.
    Geen geluid? Lees de tekst

    Ober: Goedemiddag, wat mag het zijn?
    Klant: Ik wil graag een cappuccino en een stuk appeltaart met slagroom.

    Toon antwoord

    Antwoord: D. A cappuccino and apple pie with cream

    The customer orders een cappuccino and een stuk appeltaart met slagroom (with whipped cream).

    Transcript

    Ober: Goedemiddag, wat mag het zijn?
    Klant: Ik wil graag een cappuccino en een stuk appeltaart met slagroom.

  29. Vraag 29 van 30

    Listen. How much is the bill?
    Luister en antwoord daarna. Het transcript verschijnt na je antwoord.
    Geen geluid? Lees de tekst

    Klant: Mag ik de rekening, alstublieft?
    Ober: Natuurlijk. Dat is acht euro twintig.

    Toon antwoord

    Antwoord: A. € 8,20

    Acht euro twintig = € 8,20.

    Transcript

    Klant: Mag ik de rekening, alstublieft?
    Ober: Natuurlijk. Dat is acht euro twintig.

  30. Vraag 30 van 30

    Read the menu. You order a tea and apple pie with whipped cream. How much do you pay?

    Café De Hoek
    Koffie € 2,80
    Koffie verkeerd € 3,30
    Thee € 2,50
    Appeltaart € 3,90
    Slagroom + € 0,60

    Toon antwoord

    Antwoord: A. € 7,00

    Thee € 2,50 + appeltaart € 3,90 + slagroom € 0,60 = € 7,00.

Andere plannen voor deze cursus