Basic Dutch in 7 Days (Fast Track): Days and dates, Telling the time, Family and more
Themenquiz ohne Zeitlimit: 40 Fragen zu Days and dates, Telling the time, Family and more, mit einer Erklärung nach jeder Antwort. Fragen und Antworten werden jedes Mal neu gemischt.
Tag 2: Days and dates, Telling the time, Family and more
-
Frage 1 von 40
Antwort anzeigen
Antwort: B. Wednesday
Woensdag is Wednesday. Dinsdag is Tuesday and donderdag is Thursday.
-
Frage 2 von 40
Antwort anzeigen
Antwort: D. zaterdag
The order is … donderdag, vrijdag, zaterdag, zondag.
-
Frage 3 von 40
Antwort anzeigen
Antwort: A. Days and months
Days and months start with a small letter in Dutch: maandag, mei. Names, countries and languages start with a capital.
-
Frage 4 von 40
Antwort anzeigen
Antwort: A. in
Use in with months: in augustus. Use op with days and dates: op 5 augustus.
-
Frage 5 von 40
Antwort anzeigen
Antwort: D. op
Use op with days: op dinsdag (on Tuesday).
-
Frage 6 von 40
Antwort anzeigen
Antwort: D. derde
3rd is derde (written 3e). Dertiende is 13th.
-
Frage 7 von 40
Antwort anzeigen
Antwort: C. 4 July 2026
Dutch dates are written day-month-year, so 04-07 is 4 July.
-
Frage 8 von 40
Antwort anzeigen
Antwort: A. 10 April
Tien april = 10 April. Jarig zijn means it is your birthday.
Transkript
Ik ben jarig op tien april.
-
Frage 9 von 40
Antwort anzeigen
Antwort: D. Thursday
Bram says vandaag (today) is donderdag (Thursday). Morgen (tomorrow) is vrijdag.
Transkript
Sanne: Welke dag is het vandaag?
Bram: Vandaag is het donderdag. Morgen is het vrijdag! -
Frage 10 von 40
Antwort anzeigen
Antwort: A. Sunday 15 June
Lotte writes “Zondag 15 juni ben ik jarig”: Sunday 15 June. The party (het feest) is on Saturday.
-
Frage 11 von 40
Antwort anzeigen
Antwort: A. What time is it?
Hoe laat is het? asks for the time. Laat on its own means “late”.
-
Frage 12 von 40
Antwort anzeigen
Antwort: C. 3:30
Half vier means half an hour before four: 3:30.
-
Frage 13 von 40
Antwort anzeigen
Antwort: C. kwart over acht
Kwart over means a quarter past: kwart over acht is 8:15. Kwart voor acht is 7:45.
-
Frage 14 von 40
Antwort anzeigen
Antwort: A. kwart voor zes
Kwart voor zes is a quarter to six: 5:45. Half zes is 5:30.
-
Frage 15 von 40
Antwort anzeigen
Antwort: A. om
Use om for clock times: om negen uur (at nine o’clock).
-
Frage 16 von 40
Antwort anzeigen
Antwort: C. 2:20
Half drie is 2:30. Ten minutes before that (tien voor) is 2:20.
-
Frage 17 von 40
Antwort anzeigen
Antwort: B. On Sunday
“zo gesloten” means closed on Sunday (zondag).
-
Frage 18 von 40
Antwort anzeigen
Antwort: B. 8:00
“za 8.00–17.00 uur” means Saturday from 8:00 to 17:00.
-
Frage 19 von 40
Antwort anzeigen
Antwort: B. 10:45
Kwart voor elf is a quarter to eleven: 10:45.
Transkript
Het is kwart voor elf.
-
Frage 20 von 40
Antwort anzeigen
Antwort: D. At 10 p.m.
Jan says it closes (gaat dicht) om tien uur ’s avonds: at ten in the evening. It opens at eight. Hij (it) refers to de supermarkt, a de-word.
Transkript
Mila: Hoe laat gaat de supermarkt open?
Jan: Om acht uur. En hij gaat om tien uur ’s avonds dicht. -
Frage 21 von 40
Antwort anzeigen
Antwort: C. the sister
De zus is the sister. The brother is de broer and the son is de zoon.
-
Frage 22 von 40
Antwort anzeigen
Antwort: B. de kinderen
Kind has an irregular plural: kinderen. All plurals use de.
-
Frage 23 von 40
Antwort anzeigen
Antwort: A. mijn
My is mijn: mijn moeder. Mij means “me”.
-
Frage 24 von 40
Antwort anzeigen
Antwort: A. Haar
Anna is a woman, so “her brother” is haar broer. Zijn means “his”.
-
Frage 25 von 40
Antwort anzeigen
Antwort: B. onze kinderen
Use onze before plurals and de-words, and ons before a singular het-word: ons kind, onze kinderen.
-
Frage 26 von 40
Antwort anzeigen
Antwort: D. Ik heb geen kinderen.
Use geen (no, not any) before a noun: Ik heb geen kinderen.
-
Frage 27 von 40
Antwort anzeigen
Antwort: C. oom
Your parent’s brother is your oom (uncle). Tante is aunt.
-
Frage 28 von 40
Antwort anzeigen
Antwort: B. Two
Twee zussen = two sisters. The speaker also has een broer (one brother).
Transkript
Ik heb een broer en twee zussen.
-
Frage 29 von 40
Antwort anzeigen
Antwort: C. Ali has a daughter.
Ali says “We hebben een dochter” (we have a daughter). Sara is his wife (vrouw).
Transkript
Eva: Ben je getrouwd?
Ali: Ja. Mijn vrouw heet Sara. We hebben een dochter. -
Frage 30 von 40
Antwort anzeigen
Antwort: B. The writer’s sister and her family
“Zij woont in Gent” is about Lies, the writer’s sister. She lives there with her husband and their two children.
-
Frage 31 von 40
Antwort anzeigen
Antwort: D. kind, nice
Aardig means kind or nice: Ze is erg aardig.
-
Frage 32 von 40
Antwort anzeigen
Antwort: B. jong
After a verb like is, the adjective has no ending: De vrouw is jong. Jongen means “boy”.
-
Frage 33 von 40
Antwort anzeigen
Antwort: D. aardige
Before a de-word (de vrouw), add -e: een aardige vrouw.
-
Frage 34 von 40
Antwort anzeigen
Antwort: A. groot
Huis is a het-word. With een + a het-word, the adjective has no -e: een groot huis.
-
Frage 35 von 40
Antwort anzeigen
Antwort: D. grote
With het (the), add -e: het grote huis. Groot loses one o: grote.
-
Frage 36 von 40
Antwort anzeigen
Antwort: A. clever
Slim is a false friend: it means clever. “Slim” (thin) is slank in Dutch.
-
Frage 37 von 40
Antwort anzeigen
Antwort: D. Hij heeft blauwe ogen.
Ogen (eyes) is plural, so the adjective takes -e: blauwe ogen. Use hebben (heeft) for eyes and hair.
-
Frage 38 von 40
Antwort anzeigen
Antwort: B. Ze heeft lang haar.
Subject (ze) + verb (heeft) + the rest (lang haar). The adjective comes before the noun.
-
Frage 39 von 40
Antwort anzeigen
Antwort: A. Tall and slim, with blond hair
Lang means tall (for people) and slank means slim. He has blond haar (blond hair).
Transkript
Mijn broer is lang en slank. Hij heeft blond haar.
-
Frage 40 von 40
Antwort anzeigen
Antwort: A. She is young and funny.
Femke says “Ze is jong en heel grappig”: young and very funny. She has long hair (lang haar).
Transkript
Ruben: Hoe ziet je collega eruit?
Femke: Ze is jong en heel grappig. Ze heeft lang haar.
Tastatur: 1–4 zum Antworten, Eingabetaste für die nächste Frage.