Basic German in 30 Days: Home

Themaquiz zonder tijdslimiet: 10 vragen over Home, met een uitleg na elk antwoord. Vragen en antwoorden worden elke keer gehusseld.

  • Cursus
  • Duitsland
  • 300 vragen
  • Gecontroleerd op 13 oktober 2026
  • Taalkundig nagekeken op 13 oktober 2026
Begin met de lessenBasic German: 30 Lessons: ongeveer 750 minuten leestijd. Elke testvraag wordt in de lessen behandeld.

Dag 9: Home

  1. Vraag 1 van 10

    What does “die Küche” mean?
    Toon antwoord

    Antwoord: C. kitchen

    Die Küche is the kitchen. Der Kuchen (no umlaut) is a cake.

  2. Vraag 2 van 10

    Where do you usually sleep?
    Toon antwoord

    Antwoord: A. im Schlafzimmer

    Schlafen means to sleep, so the Schlafzimmer is the bedroom.

  3. Vraag 3 van 10

    What does “es gibt” mean?
    Toon antwoord

    Antwoord: C. there is / there are

    Es gibt is a fixed phrase for “there is” or “there are”.

  4. Vraag 4 van 10

    Fill the gap: “Es gibt ___ Tisch.”
    Toon antwoord

    Antwoord: B. einen

    Tisch is a der word. After es gibt, ein becomes einen.

  5. Vraag 5 van 10

    Fill the gap: “In der Küche gibt es ___ Lampe.”
    Toon antwoord

    Antwoord: B. eine

    Lampe is a die word. Die words keep eine after es gibt.

  6. Vraag 6 van 10

    There is no balcony. Fill the gap: “Es gibt ___ Balkon.”
    Toon antwoord

    Antwoord: C. keinen

    Balkon is a der word, so after es gibt use keinen. Use kein, not nicht, before a noun with ein.

  7. Vraag 7 van 10

    What is the plural of “der Stuhl”?
    Toon antwoord

    Antwoord: A. die Stühle

    Stuhl adds an umlaut and -e in the plural: die Stühle.

  8. Vraag 8 van 10

    Read the ad. Is there a garden?

    Schöne Wohnung in Köln: drei Zimmer (Wohnzimmer, zwei Schlafzimmer), Küche, Bad und Balkon. Kein Garten.

    Toon antwoord

    Antwoord: A. No, there is no garden.

    The ad says “kein Garten” – no garden.

  9. Vraag 9 van 10

    Listen. What is in the room?
    Luister en antwoord daarna. Het transcript verschijnt na je antwoord.
    Geen geluid? Lees de tekst

    In meinem Zimmer gibt es ein Bett, einen Schrank und einen Schreibtisch.

    Toon antwoord

    Antwoord: D. A bed, a wardrobe and a desk

    Ein Bett, einen Schrank und einen Schreibtisch = a bed, a wardrobe and a desk.

    Transcript

    In meinem Zimmer gibt es ein Bett, einen Schrank und einen Schreibtisch.

  10. Vraag 10 van 10

    Listen. How many rooms does Ben’s apartment have?
    Luister en antwoord daarna. Het transcript verschijnt na je antwoord.
    Geen geluid? Lees de tekst

    Anna: Wie viele Zimmer hat deine Wohnung?
    Ben: Zwei Zimmer, eine Küche und ein Bad.

    Toon antwoord

    Antwoord: C. Two

    Ben says “zwei Zimmer” plus a kitchen and a bathroom.

    Transcript

    Anna: Wie viele Zimmer hat deine Wohnung?
    Ben: Zwei Zimmer, eine Küche und ein Bad.

Andere plannen voor deze cursus