Basic German in 10 Days: Food and drink, Shopping and prices and At a café
Themaquiz zonder tijdslimiet: 30 vragen over Food and drink, Shopping and prices and At a café, met een uitleg na elk antwoord. Vragen en antwoorden worden elke keer gehusseld.
Dag 4: Food and drink, Shopping and prices and At a café
-
Vraag 1 van 30
Toon antwoord
Antwoord: A. bread roll
Das Brötchen is a small bread roll. Bread is das Brot.
-
Vraag 2 van 30
Toon antwoord
Antwoord: A. die
Milch is feminine: die Milch.
-
Vraag 3 van 30
Toon antwoord
Antwoord: B. Brot
It is das Brot. Käse and Saft are der words; Banane is a die word.
-
Vraag 4 van 30
Toon antwoord
Antwoord: C. die Äpfel
Apfel adds an umlaut in the plural: die Äpfel.
-
Vraag 5 van 30
Toon antwoord
Antwoord: B. die Eier
Ei adds -er in the plural: die Eier.
-
Vraag 6 van 30
Toon antwoord
Antwoord: A. isst
Essen changes its vowel: er isst. Ist means “is”, not “eats”.
-
Vraag 7 van 30
Toon antwoord
Antwoord: C. kein
Use kein before a noun. Fleisch is a das word, so it is kein Fleisch.
-
Vraag 8 van 30
Toon antwoord
Antwoord: B. Tea
The person says “ich trinke Tee”.
Transcript
Zum Frühstück esse ich zwei Brötchen mit Käse und ich trinke Tee.
-
Vraag 9 van 30
Toon antwoord
Antwoord: A. She eats no meat and no fish.
Sara says “Ich esse kein Fleisch und keinen Fisch.”
Transcript
Tom: Isst du Fleisch?
Sara: Nein, ich bin Vegetarierin. Ich esse kein Fleisch und keinen Fisch. -
Vraag 10 van 30
Toon antwoord
Antwoord: A. Potatoes and tomatoes
Kartoffeln (potatoes) and Tomaten (tomatoes) are vegetables. Äpfel are fruit.
-
Vraag 11 van 30
Toon antwoord
Antwoord: B. expensive
Teuer means expensive. Cheap is billig.
-
Vraag 12 van 30
Toon antwoord
Antwoord: B. kostet
One thing (der Pullover) takes kostet.
-
Vraag 13 van 30
Toon antwoord
Antwoord: B. kosten
Tomaten is plural, so the verb is kosten.
-
Vraag 14 van 30
Toon antwoord
Antwoord: A. vier Euro achtzig
Say the euros, then “Euro”, then the cents: vier Euro achtzig.
-
Vraag 15 van 30
Toon antwoord
Antwoord: A. Mit Karte, bitte.
Mit Karte means by card. Bar means in cash.
-
Vraag 16 van 30
Toon antwoord
Antwoord: A. Die Jacke ist zu klein.
Zu klein means too small. Zu groß means too big.
-
Vraag 17 van 30
Toon antwoord
Antwoord: D. Nein, danke.
The question is “Do you need a bag?”, so you answer yes or no: Nein, danke.
-
Vraag 18 van 30
Toon antwoord
Antwoord: A. In cash
Bar means cash. The customer paid 10,00 € in cash and got 3,33 € back (Rückgeld).
-
Vraag 19 van 30
Toon antwoord
Antwoord: B. 39,90 €
Neununddreißig Euro neunzig = 39,90 €.
Transcript
Kunde: Entschuldigung, was kostet die Hose?
Verkäuferin: Neununddreißig Euro neunzig. -
Vraag 20 van 30
Toon antwoord
Antwoord: D. Size M is too small.
The customer says “Die Größe M ist zu klein” and asks for size L.
Transcript
Haben Sie die Jacke in Größe L? Die Größe M ist zu klein.
-
Vraag 21 van 30
Toon antwoord
Antwoord: B. the bill
Die Rechnung is the bill. The menu is die Speisekarte.
-
Vraag 22 van 30
Toon antwoord
Antwoord: D. möchte
With ich, the form is möchte. Mochte (no umlaut) is a past form and means “liked”.
-
Vraag 23 van 30
Toon antwoord
Antwoord: D. möchtest
With du, the verb ends in -st: du möchtest.
-
Vraag 24 van 30
Toon antwoord
Antwoord: A. einen
Kaffee is a der word, so ein becomes einen when you order it.
-
Vraag 25 van 30
Toon antwoord
Antwoord: B. ein
Stück is a das word, so it stays ein: ein Stück Kuchen.
-
Vraag 26 van 30
Toon antwoord
Antwoord: D. Getrennt, bitte.
Getrennt means separately, so each person pays for their own order.
-
Vraag 27 van 30
Toon antwoord
Antwoord: C. Ich möchte ein Wasser, bitte.
Ich möchte … bitte is the polite way to order. Ich will can sound rude, and Gib mir … is a command.
-
Vraag 28 van 30
Toon antwoord
Antwoord: C. 6,40 €
Tee 2,50 € + Apfelkuchen 3,90 € = 6,40 €.
-
Vraag 29 van 30
Toon antwoord
Antwoord: D. A cappuccino and a glass of water
The guest says “Einen Cappuccino und ein Glas Wasser”.
Transcript
Kellner: Was möchten Sie trinken?
Gast: Einen Cappuccino und ein Glas Wasser, bitte. -
Vraag 30 van 30
Toon antwoord
Antwoord: B. 1,20 €
The bill is 12,80 €. The guest gives 14 € and says “Stimmt so”, so 1,20 € is extra.
Transcript
Kellnerin: Das macht zwölf Euro achtzig.
Gast: Hier sind vierzehn Euro. Stimmt so.
Toetsenbord: 1–4 om te antwoorden, Enter voor de volgende vraag.