PassEveryTest

Kennisquiz Belgische nationaliteit 2026: Oefenexamen 2

Oefenexamen 2 van 3 voor Kennisquiz Belgische nationaliteit: 25 extra vragen met antwoorden en uitleg.

  • Inburgering
  • België
  • 80 vragen
  • Gecontroleerd op 11 oktober 2026
  1. Vraag 1 van 25

    In 1993 werd de provincie Brabant gesplitst. In welke twee provincies?
    Toon antwoord

    Antwoord: B. Vlaams-Brabant en Waals-Brabant

    De staatshervorming van 1993 splitste Brabant in Vlaams-Brabant en Waals-Brabant.

  2. Vraag 2 van 25

    Wat zegt artikel 10 van de Grondwet over de Belgen?
    Toon antwoord

    Antwoord: C. Ze zijn gelijk voor de wet

    Artikel 10 zegt dat de Belgen gelijk zijn voor de wet.

  3. Vraag 3 van 25

    Wat waarborgt artikel 11bis?
    Toon antwoord

    Antwoord: D. De gelijke uitoefening van rechten en vrijheden door vrouwen en mannen

    Artikel 11bis waarborgt dat vrouwen en mannen hun rechten en vrijheden gelijk uitoefenen en bevordert hun gelijke toegang tot verkozen mandaten.

  4. Vraag 4 van 25

    Wat zegt de Grondwet over de doodstraf?
    Toon antwoord

    Antwoord: C. Die is afgeschaft

    Artikel 14bis zegt: de doodstraf is afgeschaft.

  5. Vraag 5 van 25

    Welke vrijheid beschermt artikel 19?
    Toon antwoord

    Antwoord: C. De vrijheid van eredienst en van meningsuiting

    Artikel 19 beschermt de vrijheid van eredienst, de vrije openbare uitoefening ervan en de vrijheid van meningsuiting.

  6. Vraag 6 van 25

    Wat zegt de Grondwet over de drukpers?
    Toon antwoord

    Antwoord: B. De drukpers is vrij en de censuur kan nooit worden ingevoerd

    Artikel 25 zegt dat de drukpers vrij is en dat de censuur nooit kan worden ingevoerd.

  7. Vraag 7 van 25

    Hoe mogen Belgen volgens artikel 26 vergaderen?
    Toon antwoord

    Antwoord: C. Vreedzaam en ongewapend, zonder voorafgaande toelating

    Artikel 26 geeft het recht om vreedzaam en ongewapend te vergaderen, zonder voorafgaande toelating.

  8. Vraag 8 van 25

    Wat zegt artikel 30 over het gebruik van de talen in België?
    Toon antwoord

    Antwoord: A. Het is vrij; de wet kan het alleen regelen voor het openbaar gezag en voor gerechtszaken

    Artikel 30 zegt dat het gebruik van de talen vrij is en alleen kan worden geregeld voor handelingen van het openbaar gezag en voor gerechtszaken.

  9. Vraag 9 van 25

    Wat zegt de Grondwet over onderwijs?
    Toon antwoord

    Antwoord: D. Ieder heeft recht op onderwijs

    Artikel 24 zegt dat ieder recht heeft op onderwijs, met eerbiediging van de fundamentele rechten en vrijheden.

  10. Vraag 10 van 25

    Waar gaan volgens artikel 33 alle machten van uit?
    Toon antwoord

    Antwoord: B. Van de Natie

    Artikel 33 zegt dat alle machten uitgaan van de Natie.

  11. Vraag 11 van 25

    Wie oefent samen de federale wetgevende macht uit?
    Toon antwoord

    Antwoord: C. De Koning, de Kamer van volksvertegenwoordigers en de Senaat

    Artikel 36 zegt dat de federale wetgevende macht gezamenlijk wordt uitgeoefend door de Koning, de Kamer en de Senaat.

  12. Vraag 12 van 25

    Bij wie berust volgens de Grondwet de federale uitvoerende macht?
    Toon antwoord

    Antwoord: D. Bij de Koning, zoals de Grondwet die regelt

    Artikel 37 legt de federale uitvoerende macht bij de Koning, binnen de regels van de Grondwet. In de praktijk dragen de ministers er de verantwoordelijkheid voor.

  13. Vraag 13 van 25

    Wie oefent in België de rechterlijke macht uit?
    Toon antwoord

    Antwoord: D. De hoven en rechtbanken

    Artikel 40 zegt dat de rechterlijke macht wordt uitgeoefend door de hoven en rechtbanken.

  14. Vraag 14 van 25

    Wie kiest de leden van de Kamer van volksvertegenwoordigers?
    Toon antwoord

    Antwoord: B. Burgers van 18 jaar en ouder, rechtstreeks

    Artikel 61 zegt dat de leden van de Kamer rechtstreeks worden gekozen door burgers van 18 jaar en ouder.

  15. Vraag 15 van 25

    Wat zegt de Grondwet over stemmen bij verkiezingen?
    Toon antwoord

    Antwoord: D. De stemming is verplicht en geheim

    Artikel 62 zegt dat de stemming verplicht en geheim is.

  16. Vraag 16 van 25

    Hoeveel leden telt de Kamer van volksvertegenwoordigers?
    Toon antwoord

    Antwoord: C. 150

    Artikel 63 zegt dat de Kamer van volksvertegenwoordigers 150 leden telt.

  17. Vraag 17 van 25

    Voor hoeveel jaar worden de leden van de Kamer van volksvertegenwoordigers verkozen?
    Toon antwoord

    Antwoord: B. 5

    Artikel 65 zegt dat de leden van de Kamer voor vijf jaar worden verkozen.

  18. Vraag 18 van 25

    Hoeveel senatoren zetelen in de Belgische Senaat?
    Toon antwoord

    Antwoord: C. 60

    Artikel 67 zegt dat de Senaat 60 senatoren telt.

  19. Vraag 19 van 25

    Wat is de minimumleeftijd om verkozen te worden in de Kamer van volksvertegenwoordigers?
    Toon antwoord

    Antwoord: A. 18

    Artikel 64 zegt dat een kandidaat Belg moet zijn, de burgerlijke en politieke rechten moet genieten, minstens 18 jaar moet zijn en in België moet wonen.

  20. Vraag 20 van 25

    Wie vertegenwoordigen de leden van de Kamer en de Senaat?
    Toon antwoord

    Antwoord: C. De hele Natie, niet alleen de mensen die hen verkozen hebben

    Artikel 42 zegt dat de leden van beide Kamers de Natie vertegenwoordigen, en niet alleen hun kiezers.

  21. Vraag 21 van 25

    Wie benoemt en ontslaat de federale ministers?
    Toon antwoord

    Antwoord: B. De Koning

    Artikel 96 zegt dat de Koning zijn ministers benoemt en ontslaat.

  22. Vraag 22 van 25

    Wanneer moet de federale regering volgens artikel 96 ontslag nemen?
    Toon antwoord

    Antwoord: A. Als de Kamer met volstrekte meerderheid een motie van wantrouwen aanneemt die een nieuwe eerste minister voorstelt

    Deze ‘constructieve’ motie van wantrouwen moet een opvolger als eerste minister voordragen.

  23. Vraag 23 van 25

    Hoeveel leden kan de federale Ministerraad hoogstens tellen?
    Toon antwoord

    Antwoord: C. 15

    Artikel 99 zegt dat de Ministerraad ten hoogste vijftien leden telt.

  24. Vraag 24 van 25

    Welke taalregel geldt voor de federale Ministerraad?
    Toon antwoord

    Antwoord: A. Er zijn evenveel Franstalige als Nederlandstalige ministers, de eerste minister eventueel uitgezonderd

    Artikel 99 eist evenveel Franstalige als Nederlandstalige ministers, de eerste minister eventueel uitgezonderd.

  25. Vraag 25 van 25

    Tegenover welk orgaan zijn de federale ministers verantwoordelijk?
    Toon antwoord

    Antwoord: D. De Kamer van volksvertegenwoordigers

    Artikel 101 zegt dat de ministers verantwoordelijk zijn tegenover de Kamer van volksvertegenwoordigers.

Gerelateerde examens