Kennisquiz Belgische nationaliteit 2026: Oefenexamen 2
Oefenexamen 2 van 3 voor Kennisquiz Belgische nationaliteit: 25 extra vragen met antwoorden en uitleg.
-
Vraag 1 van 25
Toon antwoord
Antwoord: B. Vlaams-Brabant en Waals-Brabant
De staatshervorming van 1993 splitste Brabant in Vlaams-Brabant en Waals-Brabant.
-
Vraag 2 van 25
Toon antwoord
Antwoord: C. Ze zijn gelijk voor de wet
Artikel 10 zegt dat de Belgen gelijk zijn voor de wet.
-
Vraag 3 van 25
Toon antwoord
Antwoord: D. De gelijke uitoefening van rechten en vrijheden door vrouwen en mannen
Artikel 11bis waarborgt dat vrouwen en mannen hun rechten en vrijheden gelijk uitoefenen en bevordert hun gelijke toegang tot verkozen mandaten.
-
Vraag 4 van 25
Toon antwoord
Antwoord: C. Die is afgeschaft
Artikel 14bis zegt: de doodstraf is afgeschaft.
-
Vraag 5 van 25
Toon antwoord
Antwoord: C. De vrijheid van eredienst en van meningsuiting
Artikel 19 beschermt de vrijheid van eredienst, de vrije openbare uitoefening ervan en de vrijheid van meningsuiting.
-
Vraag 6 van 25
Toon antwoord
Antwoord: B. De drukpers is vrij en de censuur kan nooit worden ingevoerd
Artikel 25 zegt dat de drukpers vrij is en dat de censuur nooit kan worden ingevoerd.
-
Vraag 7 van 25
Toon antwoord
Antwoord: C. Vreedzaam en ongewapend, zonder voorafgaande toelating
Artikel 26 geeft het recht om vreedzaam en ongewapend te vergaderen, zonder voorafgaande toelating.
-
Vraag 8 van 25
Toon antwoord
Antwoord: A. Het is vrij; de wet kan het alleen regelen voor het openbaar gezag en voor gerechtszaken
Artikel 30 zegt dat het gebruik van de talen vrij is en alleen kan worden geregeld voor handelingen van het openbaar gezag en voor gerechtszaken.
-
Vraag 9 van 25
Toon antwoord
Antwoord: D. Ieder heeft recht op onderwijs
Artikel 24 zegt dat ieder recht heeft op onderwijs, met eerbiediging van de fundamentele rechten en vrijheden.
-
Vraag 10 van 25
Toon antwoord
Antwoord: B. Van de Natie
Artikel 33 zegt dat alle machten uitgaan van de Natie.
-
Vraag 11 van 25
Toon antwoord
Antwoord: C. De Koning, de Kamer van volksvertegenwoordigers en de Senaat
Artikel 36 zegt dat de federale wetgevende macht gezamenlijk wordt uitgeoefend door de Koning, de Kamer en de Senaat.
-
Vraag 12 van 25
Toon antwoord
Antwoord: D. Bij de Koning, zoals de Grondwet die regelt
Artikel 37 legt de federale uitvoerende macht bij de Koning, binnen de regels van de Grondwet. In de praktijk dragen de ministers er de verantwoordelijkheid voor.
-
Vraag 13 van 25
Toon antwoord
Antwoord: D. De hoven en rechtbanken
Artikel 40 zegt dat de rechterlijke macht wordt uitgeoefend door de hoven en rechtbanken.
-
Vraag 14 van 25
Toon antwoord
Antwoord: B. Burgers van 18 jaar en ouder, rechtstreeks
Artikel 61 zegt dat de leden van de Kamer rechtstreeks worden gekozen door burgers van 18 jaar en ouder.
-
Vraag 15 van 25
Toon antwoord
Antwoord: D. De stemming is verplicht en geheim
Artikel 62 zegt dat de stemming verplicht en geheim is.
-
Vraag 16 van 25
Toon antwoord
Antwoord: C. 150
Artikel 63 zegt dat de Kamer van volksvertegenwoordigers 150 leden telt.
-
Vraag 17 van 25
Toon antwoord
Antwoord: B. 5
Artikel 65 zegt dat de leden van de Kamer voor vijf jaar worden verkozen.
-
Vraag 18 van 25
Toon antwoord
Antwoord: C. 60
Artikel 67 zegt dat de Senaat 60 senatoren telt.
-
Vraag 19 van 25
Toon antwoord
Antwoord: A. 18
Artikel 64 zegt dat een kandidaat Belg moet zijn, de burgerlijke en politieke rechten moet genieten, minstens 18 jaar moet zijn en in België moet wonen.
-
Vraag 20 van 25
Toon antwoord
Antwoord: C. De hele Natie, niet alleen de mensen die hen verkozen hebben
Artikel 42 zegt dat de leden van beide Kamers de Natie vertegenwoordigen, en niet alleen hun kiezers.
-
Vraag 21 van 25
Toon antwoord
Antwoord: B. De Koning
Artikel 96 zegt dat de Koning zijn ministers benoemt en ontslaat.
-
Vraag 22 van 25
Toon antwoord
Antwoord: A. Als de Kamer met volstrekte meerderheid een motie van wantrouwen aanneemt die een nieuwe eerste minister voorstelt
Deze ‘constructieve’ motie van wantrouwen moet een opvolger als eerste minister voordragen.
-
Vraag 23 van 25
Toon antwoord
Antwoord: C. 15
Artikel 99 zegt dat de Ministerraad ten hoogste vijftien leden telt.
-
Vraag 24 van 25
Toon antwoord
Antwoord: A. Er zijn evenveel Franstalige als Nederlandstalige ministers, de eerste minister eventueel uitgezonderd
Artikel 99 eist evenveel Franstalige als Nederlandstalige ministers, de eerste minister eventueel uitgezonderd.
-
Vraag 25 van 25
Toon antwoord
Antwoord: D. De Kamer van volksvertegenwoordigers
Artikel 101 zegt dat de ministers verantwoordelijk zijn tegenover de Kamer van volksvertegenwoordigers.
Toetsenbord: 1–4 om te antwoorden, Enter voor de volgende vraag.